Menu

Premium

Een modelleerling

6e zondag van de herfst (Marcus 10,46-52)

De perikoop van vandaag vormt een sleutelpassage in het Marcusevangelie. Bartimeüs wordt geportretteerd als een modelleerling van Jezus. Hij doorziet als blinde wie deze ‘Rabboeni’ is. Daarom krijgt hij in Marcus ‘een naam’ en wordt zijn gezichtsvermogen hersteld. Na zijn eigen opstanding volgt hij Jezus vol vertrouwen ‘op de weg’.

Jericho is de koningsstad waar Herodes de Grote begraven lag en waar Sedekia, de laatste koning uit het Huis van David, in 586 v.Chr. door de Babyloniërs gevangengenomen werd (Jer. 52,1-11; 2 Kon. 24,18–25,7). Hier bij Jericho wordt Jezus in Marcus voor het eerst begroet met de messiaanse titel ‘Zoon van David’. De blinde Bartimeüs ziet wie Jezus is.

De signaalwoorden ‘Jericho’ en ‘zien’ roepen verhalen op over Mozes en Elia. Want recht tegenover Jericho beklom Mozes de berg Nebo, waar ‘de Heer hem het hele (beloofde) land liet zien’ dat hijzelf nooit zou binnengaan (Deut. 34,1). Elia werd bij Jericho in een stormwind meegevoerd naar de hemel. Tegen Elisa, die hem om een dubbel deel van zijn geest vroeg, zei Elia: ‘Als je ziet hoe ik van je word weggenomen, zal je wens vervuld worden, maar als je het niet ziet, gebeurt het niet.’ En Elisa zag. En naast de van Elia ‘afgegleden mantel’ daalde ook diens geest op hem neer (2 Kon. 2,9-15).

Jericho is ook de plek waar Jozua tegen het volk riep: ‘Schreeuw, want de Heer heeft u Jericho in handen gegeven’ (Joz. 6,16). Jezus, de nieuwe Jozua, geeft hier nu ‘de omstanders’ de taak om Bartimeüs te roepen. En zo wordt de scheidsmuur die de omstanders tussen hen en die ‘schreeuwlelijk’ hadden opgetrokken, omvergehaald.

Modelleerling

Bartimeüs ‘gooide zijn mantel af, sprong op en ging naar Jezus. Jezus vroeg hem: “Wat wilt u dat Ik voor u doe?” De blinde antwoordde: “Rabboeni, zorg dat ik weer kan zien.” Jezus zei tegen hem: “Ga heen, uw geloof/vertrouwen heeft u gered.” En meteen kon hij weer zien en hij volgde Hem op zijn/de weg’ (10,50-52). Bartimeüs gooit, net als Elia, zijn mantel af. Blijkbaar is hij nog jong, want hij ‘springt’ op. Jezus’ vraag ‘Wat wilt u dat Ik voor u doe?’ is dezelfde vraag die Hij kort hiervoor aan Jakobus en Johannes stelde. En waar die om ereplaatsen vroegen, vraagt Bartimeüs nu om te mogen zien. Wanneer zijn gezichtsvermogen én (zelf)vertrouwen hersteld zijn, kan Bartimeüs zijn lot in eigen handen nemen: hij wordt volgeling van Jezus, de vertrouwenwekkende rabbi. Op Jozua/Jezus (‘de Heer die redt’) grondvest hij zijn vertrouwen.

De Bartimeüsperikoop sluit Marcus’ middengedeelte af, dat begon met een andere blinde die het zicht terugkreeg (8,22-26). Deze perikoop contrasteert volledig met de andere passages uit dit tekstgedeelte. Want de kerngroep van Jezus’ leerlingen etaleert een schromelijk gebrek aan vertrouwen (9,19) en blijft doof en blind voor wat Jezus tot drie keer toe duidelijk wil maken: dat Hij ‘moet’ lijden en sterven (8,31; 9,31; 10,33-34). Bartimeüs echter wordt door ‘zijn vertrouwen’ gered. Hij vraagt niet om een ereplaats, zoals de zonen van Zebedeüs. Net als Petrus identificeert hij Jezus als de messias, door Hem ‘Zoon van David’ te noemen.

Maar Petrus gaat daarna vóór de messias staan om Hem de les te lezen, zodat Jezus hem er met kracht op moet wijzen dat zijn plaats als volgeling ‘achter Hem’ is, dat Jezus Petrus vóórgaat. Bartimeüs gaat Jezus zonder dralen achterna. Waarmee hij ook het tegenbeeld vormt van de vrome wetsgetrouwe man die Jezus’ uitnodiging om Hem te volgen bedroefd afslaat, omdat zijn vertrouwen gestoeld is op zijn bezittingen (10,17-31). De ‘have-not’ Bartimeüs krijgt juist alle vrijheid om zijn eigen weg te gaan. ‘Ga heen,’ zegt Jezus. Maar dat doet Bartimeüs niet. Hij volgt de ‘Rabboeni’ op de weg. Kortom, de outcast verandert in dé modelleerling van Jezus.

Een jongeman

In geen enkel ‘genezingsverhaal’ in Marcus gaat de geheelde persoon Jezus achterna. Bovendien krijgt hij een naam, waardoor hij een ‘hoofdpersonage’ in Marcus lijkt te zijn. Zou hij dan na 10,52 niet meer voorkomen in het verhaal? Dat is onwaarschijnlijk. Volgens mij duikt Bartimeüs nog tweemaal op, namelijk als ‘jongeman’ (Gr.: neaniskos). Hij probeert bij Jezus te blijven als die gearresteerd wordt en hij vlucht zo laat mogelijk weg (14,51), waardoor hij ten slotte kan verschijnen aan de vrouwen die Jezus’ open graf binnengaan (16,5). Dan is hij degene die getuigt dat Jezus uit Nazaret is opgewekt uit de dood.

In de tekstgedeelten die handelen over Bartimeüs en de ‘jongeman’ valt een bijzondere drieslag waar te nemen aangaande de ‘outfit’ van de personages, want: (a) Bartimeüs ‘gooide zijn mantel af, sprong op en ging naar Jezus’ (10,50); (b) van de eerstgenoemde jongeman wordt gezegd dat hij alleen een linnen (onder)kleed aanhad: ‘Maar toen ook hij werd vastgegrepen, liet hij het kleed in hun handen achter en vluchtte naakt weg’ (14,51-52); (c) de persoon in het rotsgraf wordt aangeduid als ‘een in het wit geklede jongeman’ (16,5). Deze drieslag lijkt te verwijzen naar een doopritus. Wanneer de catechumenen in de paasnacht werden gedoopt, legden zij hun oude kleren af (a), en gingen (bijna) naakt te water (b) om herrijzend uit het doopbassin een wit doopkleed te ontvangen (c), wat aangaf dat de persoon met Christus was bekleed in een nieuw leven.

De naam Bartimeüs ondersteunt deze gedachte. ‘Bar’ is Aramees voor ‘zoon’. En waar de naam Timeüs in het Aramees (tema) en Hebreeuws (thamé) naar ‘onreinheid’ verwijst, betekent Timeüs in het Grieks juist ‘eervol, prijzenswaardig’. Zo ligt in zijn naam de omslag besloten die Bartimeüs in Marcus meemaakt: van outcast tot kind van God, de eervolle boodschapper van het evangelie over Christus die ‘door de macht van de Vader uit de dood is opgewekt’ (Rom. 6,4).

Deze exegese is opgesteld door Sjoerd Hertog.

Wellicht ook interessant

None

Echo’s van het goede nieuws op plek 44 van in de Bestseller60!

In zijn nieuwe boek Echo’s van het goede nieuws (verschenen op 18 december 2025) presenteert Geurt-Henk van Kooten een geheel nieuwe kijk op het vroegste christendom. De Cambrigde-hoogleraar werpt nieuw licht op de Evangeliën door ze te plaatsen in hun oorspronkelijke, historische context. Dat geeft een andere kijk op de zaak. Zo laat Van Kooten op overtuigende wijze zien hoe Jezus religie en politiek van elkaar scheidde en een innerlijke zoektocht naar waarheid opende. 

Nieuwe boeken