Menu

Premium

Een teken dat het Pascha nabij is

Bij Johannes 13,1-15

Onderricht

Met hoofdstuk 13 begint in het Johannesevangelie een nieuwe episode. Vóór dit hoofdstuk treedt Jezus op in het openbaar; in dit hoofdstuk tot en met hoofdstuk 17 is Hij samen met ‘de zijnen’, zijn leerlingen. Deze hoofdstukken zijn te lezen als gemeentecatechese, als onderricht over wat het inhoudt en betekent om leerling te zijn van Jezus, deel uit te maken van de gedoopte ecclesia.

Het is het laatste onderricht, waarin het meest fundamentele wordt gezegd. In de liturgie is het gebruikelijk om Johannes 13-17 te lezen in de Paastijd, als opstandingscatechese, dat wil zeggen als catechese omtrent de vraag wat het betekent om de opstanding te leven.

De eerste woorden (13,1) geven een liturgische plaatsbepaling: het Pascha is nabij, het feest van de doortocht van dood naar leven, van de bevrijding uit slavernij, onvrijheid, verdrukking, tirannie. In de joodse seiderviering wordt dit steeds ook geactualiseerd. Het is een cruciale plaatsbepaling van de handelingen die nu volgen.

Als zijn uur is gekomen

Het ‘uur is gekomen’: bij de bruiloft te Kana, het begin van Jezus’ optreden, was dit uur nog niet gekomen (2,4). In 12,23 staat voor het eerst dat ‘het uur is gekomen’. Het blijkt te gaan om het uur van zijn verheerlijking. Het aansluitende beeld van de graankorrel maakt duidelijk wat dat inhoudt: sterven en (zo) vrucht dragen. Het beeld van de dienende liefde uit hoofdstuk 13 wordt zo in hoofdstuk 12 al voorbereid. In deze dienende liefde wordt de Vader verheerlijkt en in Hem de Zoon, en omgekeerd, zoals dat in de volgende hoofdstukken zal blijken uit de straffe identificatie van Vader en Zoon.

Jezus’ ‘overgaan uit deze wereld naar de Vader’: dit woord wordt ook gebruikt voor het ‘overgaan’ uit de dood naar het leven (5,24 en 1 Joh. 3,14). Wie liefheeft ís overgegaan uit de dood naar het leven. Dat leven is ‘eeuwig leven’: het leven dat de Eeuwige geeft en dat opbloeit uit de kennis, in de zin van het Hebreeuwse jada‘, van Hem en van de Zoon (17,3). Wat die liefde inhoudt, blijkt uit wat Jezus gezegd en gedaan heeft en in het beeld van de voetwassing samenvattend tot uitdrukking wordt gebracht.

‘Liefde ten einde toe’, dat is: ‘de mensen niet verlaten / Gods woord zijn toegedaan’ (LB 538,4). Deze liefde is eenvoudig en concreet. Het gaat om solidariteit. In dit vers (Joh. 13,1) geldt deze liefde ‘de zijnen’. Dat lijkt afgeperkt, buitensluitend, maar het is wereldwijd, insluitend. Het gaat om de kosmos, die in dit vers twee keer wordt genoemd, en het blijkt uit het slot van deze passage, waar het woord ‘voorbeeld’ of ‘toonbeeld’ gebruikt wordt (1,15). In de intieme kring van de leerlingen toont Jezus waar het Hem en zijn Vader in de wereld om gaat: de mensen niet verlaten.

De maaltijd: liefde ten einde toe

De essentie van de maaltijd is de liefde, déze dienende liefde ten einde toe. Liefde die door ruiten en deuren gaat. De deling van brood en wijn maakt zichtbaar hoe God wil dat mensen samenleven. Dát wordt hier bij deze maaltijd zichtbaar in het teken dat Jezus stelt. Het laatste van zijn tekenen, nu zijn uur gekomen is. Deze dienende liefde is nooit vanzelfsprekend of gemakkelijk en altijd bedreigd en aangevochten. De duivel zoekt en vindt zijn trawanten tot in de binnenste, intiemste kring (13,2). Jezus ‘wist’ (Gr.: eidoos – 13,3) dat en wij weten dat dus ook. Er is geen heile Welt, maar wel heil in de wereld.

‘Alles’

‘Wetend dat de Vader Hem alles in de handen gegeven had’ (13,3): ‘alles’, in het Grieks (ta) panta. Goed verstaan luistert hier nauw. Het gaat niet om macht of almacht, maar om alles waar het de Vader om begonnen is. Dat is: een heile Welt, een verzoende mensheid, mensen die elkaar niet verlaten, die leven uit elkaars hand. Brood en wijn! Dat alles heeft de Vader in de handen gelegd van de Zoon en de Zoon heeft dat zichtbaar gemaakt en gestalte gegeven ten einde toe. Daarin heeft Hij de Vader verheerlijkt. De Zoon en ‘de zijnen’ horen bijeen, één en ondeelbaar en samen met de Vader: de ecclesia in de wereld, plek van overwonnen vijandschap. Plek waar een heile Welt geoefend wordt, de diabolos uitgeworpen wordt.

Een doop in dienende liefde

Jezus ‘staat op’ (Gr.: egeiretai – 13,3). Wat nu volgt laat zien wat opstanding is: overgaan van dood naar leven door liefhebben ten einde toe. Jezus wast zijn leerlingen de voeten, beeld van de doop. De voetwassing is de doop van de leerlingen. Door de doop krijgt iemand deel aan Jezus, door deze doop die een doop is in dienende liefde. Wie deze doop ontvangt treedt binnen in de ecclesia, krijgt deel aan Jezus, en weet wat hem/haar in de wereld te doen staat: getuige en gestalte te zijn van deze dienende liefde. In deze liefde wordt Jezus in deze wereld zichtbaar als opgestane Heer, is Hij overgegaan uit de dood naar het leven, is Hij gestorven als een graankorrel gezaaid in de akker van de wereld en draagt Hij vrucht.

Op zijn beurt legt Jezus, door het ‘voorbeeld’ (Gr.: hupodeigma) dat Hij geeft, ta panta nu in de handen van zijn leerlingen. Hij doet dat als ‘leraar’ en ‘H/heer’, ‘want dat ben Ik’ (Gr.: eimi gar – 13,13). De Godsnaam ‘Ik ben’ klinkt in deze twee woorden door. Vader en Zoon zijn één. Wie Jezus aanschouwt, aanschouwt Hem (12,44). Het zal in de volgende gesprekken uitvoerig uitgewerkt worden en culmineren in hoofdstuk 17, het gebed van Jezus voor de zijnen. Het heil voor de wereld hangt hiervan af. Dát is aan de orde bij de maaltijd op de avond vóór het feest.

Wellicht ook interessant

Bijbel
Bijbel
Basis

Kunstmatige intelligentie en Bijbelvertaling

De ontwikkelingen in de technologie van tegenwoordig zijn maar nauwelijks bij te houden. Ook op het gebied van Bijbelvertaling is dit te merken. Bijbelvertalers zijn nooit bang geweest voor technologie. Het begon al met de boekdrukkunst, die vertalers toegang gaf tot gedrukte Bijbels, woordenboeken, grammatica’s en commentaren. Later kwamen de computers, die vertalers hielpen bij het verwerken en corrigeren van de tekst, grote hoeveelheden data te doorzoeken en gemakkelijker samen te werken. Vandaag de dag heeft iedereen de mond vol van kunstmatige intelligentie (AI).

None

In Echo’s van het goede nieuws weerklinken de historische evangeliën in een nieuw geluid

Theologen en wetenschappers buigen zich al eeuwenlang over de betekenis van de evangeliën. In duizenden naslagwerken en commentaren voorzien ze de verhalen over het leven en de missie van Jezus van context. Het lijkt daardoor lastig om nog met vernieuwende en originele perspectieven te komen. Toch weet Geurt-Henk van Kooten met zijn boek Echo’s van het goede nieuws de evangeliën opnieuw te laten spreken. Door ze in hun historische context te plaatsen, brengt hij hun boodschap op een verrassend actuele en relevante wijze dichtbij.

Nieuwe boeken