Bij Ezechiël 34,20-31 en Matteüs 22,34-46De gestalte van David als personificatie van een type leiderschap naar Gods hart: dat zou een verbindende schakel kunnen zijn tussen de profetenlezing en de evangelielezing. Bij het keurmerk van goed pastoraat en verantwoord leiderschap mag je aan David denken. Alsof alle messiaanse verwachtingen van heden en toekomst in zijn persoon samengebald worden.De Matteüslezing kunnen we situeren binnen een reeks confrontaties van Jezus met zijn opponenten, met name de farizeeën en sadduceeën. Vanaf het moment dat Jezus de tempel van Jeruzalem binnengaat (Matteüs 21,12) is er sprake van in heftigheid toenemende twistgesprekken. Voorafgaande aan ons
Het volledige Premium-artikel lezen?
Dit artikel is voor Premium-leden.
Log in en lees onbeperkt alles op Theologie.nl. Nog geen lid?
Krijg toegang tot ruim 11.500 artikelen, waaronder verdiepende vakinhoud, preekschetsen, exegeses, kindermomenten en preekvoorbeelden.
Bekijk Premium >
InloggenLid worden