Menu

None

En in één Heer, Jezus Christus

‘Jezus is Heer’ is de centrale belijdenis van het Nieuwe Testament. Het is een geweldige bemoediging in een context waarin we ons vaak klein en machteloos voelen tussen allerlei machten die ons leven bepalen. Politieke machthebbers die koste wat kost hun invloedssfeer willen vergroten; economische systemen die het moeilijk maken om voor de zwakken en de aarde op te komen; persoonlijke verslavingen die ons gevangenhouden. Veel mensen in de marge van de maatschappij weten dat natuurlijk allang. Voor mijzelf hebben acht jaar in de Centraal Afrikaanse Republiek, één van de armste en onrustigste landen in Afrika, bijgedragen aan dat bewustzijn. Het is de laatste jaren versterkt door politieke ontwikkelingen in de Noord-Atlantische wereld waar ik me toch lang veiliger heb gevoeld.

Ontdekking

Gelovigen in het Nieuwe Testament en in de eeuwen voor Nicea wisten daar natuurlijk ook alles van. Het geloof in Jezus als Heer ontstond in een afgelegen provincie in het Romeinse Rijk en onder de volgelingen van Jezus waren er in het begin ‘niet veel die naar menselijke maatstaven wijs waren, niet veel die machtig waren, niet veel die van voorname afkomst waren’ (1 Korintiërs 1:26 NBV21). De eerste joodse volgelingen van Jezus van Nazaret ontdekten gaandeweg dat Hij veel meer was dan een rabbi of leraar, meer zelfs dan een profeet. Hij was de messias of gezalfde, de beloofde bevrijder. De ontdekking dat Hij de messias was, riep in de joodse gemeenschap hoop en verwachting op. In de omringende Grieks-Romeinse wereld had het begrip echter niet dezelfde weerklank. Daar werd de Griekse vertaling ‘Christus’ in plaats van een titel meer een eigennaam.

Daarom werd al heel vroeg de aanduiding ‘Heer’ belangrijker om de betekenis van Jezus van Nazaret aan te geven, een titel die in deze nieuwe culturele omgeving meer herkenning opriep.

Dat was geen arbitraire claim. Het was een verrassende en bevrijdende ontdekking: ze hadden de macht van Jezus gezien doordat Hij boze geesten uitdreef, zieken genas en zelfs een paar keer mensen opwekte uit de dood. Ze ervoeren zijn gezag in de boodschap van nieuw leven, vergeving en bevrijding. Toen Hij te lastig werd en de machten van zijn tijd geen plek meer voor Hem hadden, bleek zelfs de dood Hem niet vast te kunnen houden. Zijn opstanding bevestigde dat Hij ‘door God tot Heer en messias is aangesteld’ (Handelingen 2:36).

Hoogste Heer

Volgens Nicea is er maar ‘één Heer’ zoals Hij. Al in het Nieuwe Testament is Jezus niet zomaar heer tussen vele anderen. Hij is ‘de hoogste Heer en koning’ en ‘de heerser over de vorsten van de aarde. (Openbaring 17:14; 1:5). Die bijzondere positie heeft direct te maken met zijn bijzondere relatie met God. In Nicea wordt dat uitgewerkt in ontologische begrippen, termen die iets zeggen over de natuur van Jezus Christus: ‘Hij is ‘één van wezen met de Vader.’ Die taal vinden we niet in het Nieuwe Testament. Daar wordt met begrippen van de toenmalige joodse gemeenschap dezelfde eenheid met de schepper uitgedrukt: ‘er is één God, de Vader, uit wie alles is ontstaan en voor wie wij zijn bestemd, en één Heer, Jezus Christus, door wie alles bestaat en door wie wij leven’ (1 Korintiërs 8:6).

Hier wordt verwezen naar de centrale belijdenis van Israël dat er maar één God is, maar Jezus van Nazaret blijkt deel te zijn van die God. Alleen van God kan immers worden gezegd dat ‘alles door Hem bestaat’. Als Jezus in het Nieuwe Testament Heer wordt genoemd, dan wordt Hij geïdentificeerd met de éne God van de Hebreeuwse Bijbel. Als er gezegd wordt dat in de naam van Jezus elke knie zich zal buigen, in de hemel, op de aarde en onder de aarde’ (Filippenzen 2:10) dan wordt voor Jezus taal uit Jesaja gebruikt die juist sterk de uniciteit van de éne God benadrukt (Jesaja 45:23).

Hoogste macht

De Ghanese theoloog Kwame Bediako wijst erop dat het geloof in Jezus Christus als de éne Heer boven alle andere machten automatisch een relatie legt met religieuze en pseudoreligieuze overtuigingen in de ons omringende wereld. Als Paulus spreekt over het geloof in de éne God en de éne Heer Jezus Christus staat dat tegenover de vele andere ‘zogenaamde … goden en heren’ (1 Korintiërs 8:5). In het Romeinse Rijk betekende de erkenning van Jezus als Heer automatisch dat de keizer weliswaar een zekere macht had, maar niet de hoogste heer was. Hij was niet meer dan een ‘dienaar van God’ (Romeinen 13:4). De erkenning van Jezus als Heer is daarmee een kritiek op al die andere machten toen en nu die zich gedragen alsof ze zich van niets of niemand iets aan hoeven te trekken.

Het is een belofte van bevrijding en een uitnodiging om de macht van deze éne Heer te erkennen.

Dat deze Jezus laat zien wie God is en dat Hij Heer over alles is, zegt natuurlijk niet alleen iets over zijn macht. Het laat ook zien wie God is. Het geeft een inkijk in het hart van God. Jezus Christus daagt niet alleen de macht van al die andere zogenaamde heren uit. Hij laat ook zien hoe de hoogste macht eruitziet. Het is de macht van deze God die we leren kennen als liefdevolle overmacht, die regeert als gekruisigde en omziet naar machteloze en gebroken mensen.

Benno van den Toren is hoogleraar interculturele theologie aan de Protestantse Theologische Universiteit.


Arnold Smeets (red.), Nicea voor nu. Hoe een oude belijdenis ons vandaag kan helpen. Uitgeverij: Utrecht, KokBoekencentrum Uitgevers, 2025. 176 pp. € 17,99. ISBN 9789043543897

Wellicht ook interessant

Nieuwe boeken