Menu

None

Er is altijd wel ergens een opening te vinden

Een bespreking van de eerste film uit Dekaloog: een serie over de Tien Geboden

wak in het ijs

De Dekaloog is een tiendelige Poolse dramaserie uit 1989, geregisseerd door Krzysztof Kieślowski. De serie maakte destijds veel los en heeft zelfs bijgedragen aan de afschaffing van de doodstraf in Polen. Iedere aflevering gaat over een gebod, dus de eerste film gaat over het gebod: ‘Vereer naast Mij geen andere goden’. Wat de film over dit gebod te zeggen heeft, laat Othniël de Jong in zijn bespreking hieronder zien. 

Twee krachtenvelden

Op het eerste gezicht lijkt het duidelijk hoe het eerste gebod in de film weerklinkt. De vader, een typisch voorbeeld van de ‘moderne mens’, vereert de afgod van techniek en overtreedt daarmee het gebod om naast God geen andere goden te vereren. Het kan bijna niet anders dan dat deze verering rampzalig afloopt. De vader, die op zijn berekeningen vertrouwde, komt bedrogen uit wanneer het ijs niet dik genoeg blijkt te zijn en zijn zoontje Pawel erdoor heen zakt. Vervolgens ontdoet de vader zich niet van zijn afgod, maar komt hij in verzet tegen God.

De tante van Pawel, daarentegen, vertegenwoordigt de ‘naïeve mens’, die het Verlichtingsproces niet is doorgegaan. Zij heeft haar geloof in God weten te behouden als in de eenvoud van een kind, en lijkt in een wereld te leven die betoverend is en verwondering teweegbrengt.

Te midden van deze twee krachtenvelden groeit het jongetje Pawel op. Hij lijkt de verwondering te hebben geërfd van zijn tante en bezit het calculerend denkvermogen van zijn vader. Op een bepaalde manier kan hij ook wel worden getypeerd als de ‘existentiële mens’. Wanneer Pawel wordt geconfronteerd met een dode hond op straat, blijft de gedachte aan de dood en eindigheid hem achtervolgen. Wat voor zin hebben al die berekeningen als het leven betekenisloos is?

De eindigheid van het leven wordt indrukwekkend zichtbaar wanneer het lichaam van Pawel onder het laag ijs wordt gehaald. Het beeld van dit dode lichaam is aanleiding voor het dorp om een soort religieus ritueel uit te voeren en ze beginnen allemaal te knielen – behalve de vader. Hij blijft fier overeind staan en weigert hieraan mee te doen. Bij die weigering blijft het niet, want vervolgens zoekt hij een verlaten kerk op en gooit hij daar het altaar om.

Pawal en vader achter de computer
Pawal en vader achter de computer, bron: TvK

Stiekem knielen

Moeten we concluderen dat er in de film een duidelijke scheidslijn wordt getrokken tussen gelovig en ongelovig, tussen de tante en de vader? Wie in deze tegenstelling blijft hangen, doet de film naar mijn mening toch onrecht aan. Het is iets te gemakkelijk om te denken dat de film laat zien hoe het afloopt met mensen die de weg van de vader volgen en blindelings op techniek vertrouwen. In de woorden van Psalm 32: ‘Wie God verlaat, heeft smart op smart te vrezen.’ Maar ik denk dat het allemaal toch net wat gecompliceerder ligt. Het onderscheid tussen gelovig en ongelovig is niet zo waterdicht als het lijkt.

Zo lijkt het religieuze op verschillende momenten in de leefwereld van de vader in te breken. Wanneer de vader tijdens het geven van een college moet toegeven dat de reikwijdte van de ratio haar grenzen heeft, bijvoorbeeld, maar nog sterker tegen het einde van de film. De vader voelt een behoefte om de avond van de ramp in het verlaten kerkgebouw door te brengen. Zijn onthutsing en woede tegen God krijgen gestalte in het omvergooien van het altaar. Vervolgens knielt de vader bij de doopvont neer en voert een religieus ritueel uit. Met een klompje ijs in zijn hand lijkt hij een kruisje te slaan. Niet in het openbaar, maar in het verborgene vindt zijn ontmoeting met God plaats.

Het religieuze in ieder mens

Net als in de film kan ook iemands geloofsleven gelaagd zijn. Ook al lijkt de vader op het eerste gezicht precies te passen in het plaatje van de moderne seculiere mens, toch schuilt er in hem een veel dieper religieus verlangen. Dit blijkt uit zijn verborgen emoties en behoefte aan rituelen. De vader is weliswaar niet breedsprakig over deze diepere religieuze laag, maar uiteindelijk knielt hij wel, ook al is dat in het verborgene. De film daagt ons dus uit om reductionistische oordelen op te schorten en ontvankelijk te zijn voor het religieuze verlangen in ieder mens.

Misschien is dat ook wel het mooie aan het christelijk geloof. Door de geschiedenis heen weet het geloofsvuur mensen blijvend aan te wakkeren. Daarom kunnen we ook spreken van een christelijke traditie waarin het geloof en de theologie de taal, context en leefwerelden van mensen bezielen. Of het nu gaat om de naïeve, moderne of existentiële mens: in al deze zijns-wijzen kan het geloof doorbreken, zelfs wanneer de afgoden de mens laten geloven dat de wereld onttoverd is, in zichzelf gekeerd en volledig afgesloten. Want hoe dik de ijzige laag van onze mechanisch leefwereld ook is, er is altijd wel ergens een opening te vinden.

Benieuwd naar de Theologische Filmclub? De Theologische Filmclub is een initiatief van de Theologische Universiteit Utrecht (TUU) en de Protestantse Theologische Universiteit (PThU). Elke 2e woensdagavond van de maand vertonen we een betekenisvolle film, ingeleid door een theoloog en ontdekken we diepere en theologische lagen in films. De avonden vinden plaats bij de Theologische Universiteit Utrecht en starten om 19.00 uur.

Op de hoogte blijven? Word lid van onze Whatsapp of Signal groep, waarin we de data, film en inleider delen!

Othniël de Jong (2002) studeert geneeskunde, filosofie en theologie in Rotterdam (EUR), Nijmegen (RU) en Amsterdam (VU). Hij is gefascineerd in de wijze waarop het lichaam, het hoofd en de ziel samenhangen, wat gestalte krijgt in zijn zorg voor patiënten. Ook is hij redactielid van het platform Geloof & Wetenschap, een kennisbank die uitgaat van ForumC en IFES met het doel om studenten over dit thema te laten reflecteren. In zijn vrije tijd loopt hij hard, speelt hij piano en filosofeert hij graag met vrienden.

Wellicht ook interessant

Nieuwe boeken