Menu

Basis

“Jonge mensen vinden soms geloof via Godfluencers”

Martine Meijers gaat in gesprek met de jonge assistent-pastor Aron van Velzen

Aron van Velzen

Door zijn vader, die predikant is, belandde het gezin van Velzen vanuit Nederland in België. Aron van Velzen, geboren in Groningen in 2001, studeert theologie, is bestuurslid van Ichtus en werkt als assistent-pastor met jongeren en jongvolwassenen bij zowel de AIPC (Antwerp International Protestant Church) als het ACF (Antwerp Christian Fellowship). Wonen doet hij in Antwerpen, met zijn vrouw Margret en hun dochtertje Anaya. Martine Meijers gaat met deze gedreven jonge christen in gesprek.

Wat bezielt jonge mensen volgens jou? Wat houdt ze bezig?

“Dat zijn hele grote vragen om te beantwoorden, en vragen waarop ik enkel antwoord kan bieden vanuit mijn eigen ervaring. Ten eerste: ik spréék niet alleen vaak jonge mensen maar bén er zelf ook een. En dan: Wat bezielt ons? Er zijn bepaalde zaken die je veel hoort: wij zijn op zoek naar waardevolle relaties, een plek waar we onszelf kunnen zijn. Een plek waar we ons niet eenzaam voelen, waar we gehoord worden. Maar er is ook een bepaalde behoefte aan antwoorden. ‘Wat nu met het leven?’ Ze zeggen: ‘Ik ben twintiger, bijna afgestudeerd, en dan? De hele wereld staat in brand. Waarom zou ik jarenlang op een kantoor achter een laptop zitten om dan nog heel even van een pensioen te genieten. Is dat alles in het leven?’”

“Dus er is ook wel een bepaalde onrust onder jonge mensen. ‘Zijn wij tevreden met hoe de wereld draait? Ben ik tevreden met mijn leven?’ Dat soort vragen zet bij een deel van de jongeren aan tot actie. Ook omdat we veel oneerlijkheid en onrechtvaardigheid zien. Dat is natuurlijk al jaren in het nieuws, en daar worden we door getriggerd, door onrechtvaardigheid. ‘Laten we het gebeuren of kunnen we proberen er op een goede manier iets mee te doen?’”.

Er is ook wel een bepaalde onrust onder jonge mensen

“Een groot deel van de jongeren houdt zich ook afzijdig en leeft gewoon het leven. Het is zeker niet zo dat alle jongeren met activisme bezig zijn. Maar er zijn toch best veel mensen die weigeren enkel voor zichzelf te leven. Sommigen komen dan bij de kerk uit. Ichtus is geen kerk maar wel een plek waar je bezig kunt zijn met en voor andere mensen. En dat is mooi, want de drempel om bij een studentenvereniging als Ichtus binnen te lopen is veel minder hoog dan de drempel om, als je geen christelijke achtergrond hebt, een kerk binnen te lopen op zondagmorgen. Zo van: ik ga als niet-christelijke student liever naar een bar waar ik andere mensen ontmoet en mijn koffie drink, dan op zondag naar kerk te gaan waar ik niemand ken. Waar ik eerst een uur moet luisteren en meedoen met allerlei gewoontes die ik niet ken, voordat ik in contact kom met iemand.”

Denk je dat de traditionele kerk een formule is die in deze tijd niet meer helemaal werkt?

“Ze schiet ergens inderdaad tekort, zeker als je denkt aan mensen die de traditionele christelijke wegen niet kennen. Als je als kerk aantrekkelijk wilt zijn voor nieuwe mensen dan moet je toch die drempel verlagen. Dat kan op allerlei manieren. Door je deuren open te gooien, de buurt uit te nodigen, de vraag te stellen of wij iets voor de buurt kunnen betekenen, dat soort zaken. Denk eens na: ‘Mijn kerk biedt mij veel, maar hoe maak ik dat kenbaar aan anderen?’ En daar ben ik wel gedreven in. Ik heb hier ook boeken staan van mannen als Stefan Paas en Sake Stoppels, als ik dat lees wordt er wel iets warm vanbinnen, zo van: ‘Hee, die willen ook iets vernieuwen, niet om mensen te bekeren of om al het oude weg te gooien, maar wel om na te denken over hoe wij als kerk ook iets kunnen bieden aan een bredere groep mensen’. Maar als de deuren dicht blijven, dan kun je niets bieden.”

Als je als kerk aantrekkelijk wilt zijn voor nieuwe mensen dan moet je toch die drempel verlagen

Vind je dat kerkdeuren te veel dicht zitten?

“Ja, letterlijk en figuurlijk. Lang niet bij alle kerken, maar er zijn er wel veel waar dat het geval is. Dat is zo jammer! Want je gelooft dat je als kerk zoveel te bieden hebt, maar het potentieel komt er niet uit.”

Dus het is van buiten moeilijk om binnen te stappen omdat de drempel hoog is en het is van binnen moeilijk om naar buiten te kijken omdat de deur dicht is.

“Klopt. Zorg ervoor dat mensen kunnen zien wanneer de kerk open is en wanneer er diensten zijn. Dat mensen je kunnen bereiken met vragen, dat het er mooi uitziet. Soms, voordat de koffiebar van Ichtus opengaat op maandag, sta ik een half uur de toiletten schoon te maken zodat alles netjes is. Dat hoort ook bij mijn taak, daar ben ik niet te beroerd voor. Mensen mogen aan alles zien: wij zijn er, wij zijn actief, en wij staan open voor jullie.”

“Maar haal ook de figuurlijke bezem door je kerk of organisatie. Vraag je af of je activiteiten ook interessant zijn voor mensen van buiten de kerk, of je openstaat voor een nieuwe weg, een nieuwe manier van doen, een andere zienswijze. Jammer genoeg zie ik soms een gebrek aan visie als het daarop aankomt. Pas op, ik zeg niet dat je oude tradities moet weggooien om jonge mensen binnen te krijgen. Het is wel een zoektocht. Feit is dat sommige kerken er wel in slagen. Kijk ook naar de kerken waar ik werk: ik zei al dat daar een tijd geleden tien tieners zaten, nu zijn het er veertig. Dus het kan blijkbaar wel veranderen. Maar of dat enkel menselijke invloed is? Je mag ook geloven dat God daar mee aan de slag is, dat Zijn Geest werkzaam is. Want als wij de formule hadden, dan pasten we die gewoon overal toe.”

Hoe zie je de rol van de predikant?

“De predikant heeft in de eerste plaats een priesterlijke functie. Hij of zij verbindt God met de mensen en de mensen met God. Een bruggenbouwer dus. Hij/zij is ook degene waar je heen kunt met vragen, of als je hulp nodig hebt. Het is heel belangrijk dat je weet dat zo iemand een authentieke en eerlijke persoon is die enerzijds mooie dingen kan zeggen over God, en de kennis en vakkundigheid heeft om een herder te zijn voor mensen, maar die tegelijk ook in het leven staat en ons kan leren over wat de Bijbel te maken heeft met ons dagelijks leven. Ook het taalgebruik van de predikant is van belang. Als er in de kerk  wordt verteld over ‘de goedertierenheid van God’ ben ik er niet zeker van dat alle jongeren de betekenis van dat woord nog kennen. Soms moet je woorden uitleggen. En ook woorden uit het dagelijks leven laten klinken. Ik ken ook predikanten die zeggen ‘Ik draag geen toga meer want dat schrikt af’. Of predikanten die niet meer bovenop een preekstoel gaan staan, maar op gelijk niveau met de anderen. Of dat terecht is weet ik niet, maar het kan wel helpen om op een natuurlijkere manier in contact te komen. Het past beter bij onze samenleving en schrikt nieuwkomers minder af.”

Je werkt als assistent jeugdpastor in twee kerken. Wat houdt dat in?

“Je bent soms een beetje een ‘grote broer’ en dat kan op allerlei verschillende manieren tot uiting komen. Tweemaandelijks hebben we jeugdavonden voor de tieners. Maar we organiseren ook activiteiten met studenten en jongvolwassenen. En activiteiten organiseren is maar een klein deel van mijn werk, want ik spreek de hele week door met allerlei mensen. Bijvoorbeeld over hun thuissituatie als die moeilijk is, of omdat ze gedoopt willen worden, of omdat ze tips willen over het volgen van bepaalde opleidingen. Jongeren en hun relatie met het christelijk geloof en de kerk: dat is echt mijn passie. Ik wil weten of jonge mensen zich in een kerk thuis voelen of niet, hoe ze denken over God en daarover met hen in gesprek gaan. Jonge mensen willen gezien worden, deel uitmaken van een gemeenschap. Ze willen graag betekenisvolle relaties. En dan gaat het niet alleen om gezelligheid. Er zit die extra laag onder, van samen geloven. En dat ook delen met andere generaties, die hun leven mee betekenis geven, of kunnen helpen met wat dan ook. Dat is een vraag: waar vind je een betekenisvolle relatie? Een kerk is daar ook een plek voor.”

Hoeveel jongeren komen er in de kerken waar jij actief bent?

“De afgelopen drie, vier jaar zijn we enorm gegroeid. We hebben nu in beide kerken waar ik actief ben een jeugdgroep waar bij de tweemaandelijkse jeugdavond tussen dertig en vijftig tieners komen. En hetzelfde geldt voor de activiteiten voor onze studenten en jongvolwassenen. Op een gemiddelde zondag komen er denk ik zo’ n driehonderd mensen, waarvan ongeveer honderd jonger dan vijfentwintig, en dat is echt heel veel voor Vlaamse begrippen.”

Hoe verklaar je de groei?

“De meeste nieuwe jongeren die zich hebben aangesloten bij de activiteiten, naar de kerk zijn gekomen of lid zijn geworden, deden dat via een connectie in de kerk. Dus via een vriend op school of de voetbalclub, of een neef of een buurmeisje.”

Dus ze praten daar met elkaar over?

“Ja. Want we zijn als kerk niet bezig met actief op deuren te kloppen om mensen te vragen mee te komen doen. Blijkbaar gaat dat vanzelf.”

Zijn jonge mensen meer op zoek naar zingeving dan een paar decennia geleden?

“Daar zijn de laatste tijd veel artikelen aan gewijd: ‘Is deze generatie meer gelovig dan hun ouders?’ Het is moeilijk om daar de vinger op te leggen. Maar in bepaalde kerken komen nu wel meer jongeren. Of het nu de katholieke kerk is, de orthodoxe kerk – die ook sterk gegroeid is – of de protestantse kerk. Je ziet ook dat veel migrantenkerken mensen aantrekken. Sommige zullen zeggen: ‘Dat is puur antropologisch te verklaren, er zijn veel migranten’. En ergens is dat waar, maar tegelijk mag je ook geloven dat God bezig is onder jongeren, en dat je dat ziet.”

“Weet je, mijn generatie heeft weinig slechte associaties met de kerk. Er zijn hele generaties Belgen die enorme trauma’ s hebben van de katholieke kerk, vaak helemaal terecht. Maar mensen van mijn generatie, Vlaamse twintigers en dertigers, hebben dat niet meer, want ze kennen de kerk niet.”

Mijn generatie heeft weinig slechte associaties met de kerk

Wat maakt dat jongeren graag naar de kerk komen?

“Mijn mening? Ze voelen zich thuis, gehoord en gezien. Ze voelen zich inhoudelijk aangesproken door de predikant, de diensten, de Bijbelstudies, door Jezus. Maar ze weten zich ook deel van een gemeenschap, een community. Dat heeft een enorme kracht. Enerzijds kom je naar de kerk voor God, om over Hem te horen en leren, maar tegelijk weet je ook: ‘Hee, ik ben niet alleen. Mijn vrienden zijn hier ook. Er zijn hier mensen waarmee ik me verbonden voel, waarmee ik een klik heb.’ En dat is heel aangenaam.”

Hebben de jonge mensen die je in jouw kerk ziet een kerkelijke achtergrond?

“Bij de tieners zie je dat een derde altijd al naar de kerk ging, een derde heeft ouders die in hun thuisland al naar de kerk gingen, en een derde zijn mensen die geen christelijke achtergrond hebben. En daar kunnen mensen bij zijn die met vrienden meekomen, maar ook mensen die bijvoorbeeld nieuwsgierig werden nadat ze met hun klas op excursie gingen naar een kerk. We ontmoeten ook mensen die via socials het geloof hebben gevonden. Via influencers op Instagram die over God spraken.”

Influencers?

“Ja hoor, dat heet Godfluencers (lacht). Een fenomeen waar echt wel aandacht voor is, ook in de media: bekende jongeren die hun socials gebruiken om te praten over hun geloof. Dat zijn mensen die soms honderdduizenden volgers hebben en die openlijk praten over hun relatie met God.”

Dat is best bijzonder, in een maatschappij waar geloof in een taboesfeer zit

“Absoluut. Tegelijk merk je dat jongeren heel erg uitgesproken kunnen zijn over hun geloof. Ik praat er zelf ook graag heel open over, met gelovige of niet-gelovige mensen. Wij als christenen hebben iets in handen dat ons helpt, dat meerwaarde geeft. En dat wil je graag delen met mensen. Als jij een heel goede fietsenmaker ontdekt, wil je dat ook graag delen met anderen, zodat zij er ook van kunnen profiteren.”

Wat is God dan voor jou?

“Dat is een hele leuke vraag. Ik zou om te beginnen eerder zeggen: wie is God voor mij. God is mijn vader, en niet alleen van mij. Hij wil de vader zijn van heel de wereld. Hoe kun je dat weten? Dat beleven we met Pasen, in de persoon van Jezus Christus, die zei: ‘Mijn leven is minder belangrijk dan het leven van al die andere mensen. Ik geef mijn leven voor hen.’ Dan kan ik alleen maar zeggen dat dat een ongelofelijk liefdevolle Vader is, die met zijn opoffering toont dat er een andere weg te gaan is, ook als mens. Niet alleen om mij van alles te geven, maar ook om mij te leren aan anderen te geven. Een Vader die mensen in beweging zet, die Leven geeft aan mensen.”

Je bent ook actief in de Antwerpse studentenvereniging Ichtus. Op jouw initiatief werd een ontmoetingsruimte ingericht in de studentenbuurt. Kun je er iets meer over vertellen?

“Ja superleuk, het is een mooie locatie, het historisch kerkgebouw de Brabantse Olijfberg met een prachtige tuin erbij in het centrum van de stad, en tegenover de hoofdcampus van de universiteit Antwerpen. Er komen veel mensen voorbij. We zijn drie jaar geleden gestart. Op weekdagen is het een gratis koffiebar voor studenten waar ze kunnen studeren, lezen, ontmoeten of pingpongen. Op wekelijkse basis stappen daar zo’n honderd mensen binnen.”

En dat zijn niet allemaal gelovige mensen?

“Nee, zelfs bijna niet. Ik heb vaak gesprekken met mensen die daar binnenstappen en ik durf wel te zeggen dat minstens zeventig procent van de mensen die binnenloopt geen kerkelijke achtergrond heeft.”

“Veel mensen vragen waarom we een gratis koffiebar zijn en dat biedt de gelegenheid om te vertellen wat we doen en waarom we dat doen. We vragen als mensen binnenkomen niet: ‘Ken je Jezus al?’ Dat past niet in de context, het is onze stijl niet. Maar we merken wel dat er connecties ontstaan in de koffiebar. Tussen christelijke studenten die daar vrijwilligerswerk doen of weer andere studenten meenemen, of gewoon door gesprekken die ontstaan in de bar. Mensen blijken dan wel geïnteresseerd in het geloof. Ze stellen vragen als: ‘Wat is geloven?’ of ‘Ik wist niet dat er christelijke studenten waren?’ of ‘Zijn er nog mensen die daarmee bezig zijn?’ En zo komen er wel wat mensen naar onze activiteiten die zichzelf geen christen noemen maar die wel een bepaalde interesse hebben in het geloof. Sommige komen al jaren naar allerlei activiteiten, vinden het gewoon gezellig, maar hebben geen interesse in geloof. Prima. Anderen zeggen: ‘Ik ben hier nu een tijdje, dat geloof is belangrijk geworden voor mij. Ik wil graag gedoopt worden’.”

Maak je dat mee?

“Dat gebeurt zeker. Voor alle duidelijkheid: we leggen niets op, iedereen mag zijn of haar eigen keuze maken. Maar als er een positieve gemeenschap is die gelooft in Jezus, mag je verwachten dat er mensen zijn die dat misschien wel interessant vinden. Of die zich er thuis voelen. Omdat ze iets anders ervaren dan op andere plekken. Of ze vinden daar iets wat ze nodig hebben, zo is het altijd gegaan. Dat is de aantrekkingskracht van Jezus.”

Welke activiteiten bieden jullie aan in de koffiebar, naast ontmoetings- en studieplek?

“De tweewekelijkse Bijbelstudie is een vaste activiteit. En dat zijn dan vijf verschillende groepen die op verschillende locaties samenkomen, gewoon omdat met veertig man een bespreking echt niet te doen is. Dus we maken kleinere groepjes. Sommige groepjes vinden het leuk om vooraf samen te komen, te koken en te eten.”

“Los daarvan hebben we elke dinsdag een andere activiteit. Dat kan een spelletjesavond zijn, samen voetballen, een lezing, een aanbiddings- of gebedsavond, het kan echt van alles zijn. Maar altijd met de focus op leven in gemeenschap en verbinding met God. Ieder op zijn of haar eigen manier. Want mensen zijn heel verschillend en hebben ook heel verschillende achtergronden.”

Welke activiteiten zijn populair onder jonge mensen?

“Niet alleen bij Ichtus maar ook in andere organisaties en kerken zijn aanbiddingsavonden heel populair, waar je samen zingt, musiceert en bidt. Ook populair is een mix van gezelligheid en inhoud, bijvoorbeeld samen eten en een overdenking doen, met een drankje. Heel menselijk hè, je wilt dingen bijleren en bezig zijn met dingen die groter zijn dan jezelf, maar tegelijk houd je ook van gezelligheid en lekker eten. Of je nu christen bent of niet. Dus dat is wel een gouden combinatie.”

“En of het nu gaat om studenten of de jongeren in de kerk: als mensen met dingen zitten, vind ik het een voorrecht dat ik mag meedenken. Ik hoop hen te stimuleren en bemoedigen. Ook al ben ik soms onzeker of ik wel iets kan betekenen, hoor. Maar tijd nemen, luisteren, oprecht een connectie zoeken met mensen, dat is gewoon heel belangrijk. En het niet alleen zeggen maar ook doen. Die houding opent deuren. Ik stel me telkens de vraag: ‘Hoe kan ik het geloof met anderen delen?’ Want geloof draait niet enkel om mezelf. En zijn mensen dan geïnteresseerd, hartstikke mooi. Zijn ze niet geïnteresseerd, ook prima. Dat is denk ik ook wel Bijbels. Er is nooit gezegd dat iedereen de kerk geweldig zou vinden. Voor de Joden was het een struikelblok, voor de Grieken dwaasheid, en soms denk ik: voor de Belgen is het een zotheid. ‘Hoe kan je nou geloven in een God die opgestaan is uit de dood? Je bent gek!’ Nou, even goeie vrienden. Ik hoef niemand te overtuigen van een groot gelijk.”

Dat is denk ik ook wel Bijbels. Er is nooit gezegd dat iedereen de kerk geweldig zou vinden

“En die vrijheid, dat is voor jongeren ook heel belangrijk. Ze voelen zich misschien aangetrokken tot een geloof, maar vaak gaat dat wel op hun manier. Zo van, ‘Je moet me niet even komen vertellen hoe het allemaal zit, want ik wil er graag zelf mijn mening over vormen.’ Of: ‘Je moet niet beginnen te zeggen dat ik naar een kerk moet, want daar heb ik niet perse binding mee.’ Dat is wel een tendens die je ziet.”

Heel individualistisch…

“Het past helemaal bij de huidige samenleving hè? En dat is enerzijds goed, anderzijds mag je daar ook kritisch op zijn. Want een kerk is geen individueel gebeuren. Als iedereen dat ingevuld wil zien op zijn of haar manier, dan wordt het moeilijk om het in te richten. Maar een kerk blijft een super interessant gegeven. Je zit daar met allerlei verschillende mensen, ook mensen die je misschien niet zo liggen. Want je kiest ze zelf niet uit. En toch ga je met elkaar om. Dus de kerk leert je met andere mensen omgaan, met wie je misschien enkel je geloof deelt. Je kunt er veel leren over tolerantie, over openheid naar elkaar. Vaardigheden die enorm belangrijk zijn in de maatschappij vandaag.”

Martine Meijers woont in Antwerpen en komt uit Vlaardingen. Ze studeerde Leraar Basisonderwijs aan de Fontys Hogeschool Tilburg en werkt als beleidsondersteunend medewerker bij het Ligo Centrum voor Basiseducatie. Daarnaast is ze redacteur van De Band, het kwartaalmagazine van de Antwerpse protestantse kerken.

Wellicht ook interessant

Nieuwe boeken