Leven zonder waarom
Over de spiegelende wijsheid van de ziel
De ware wijsheid is onmiddellijk, spontaan, direct. Het is een wijsheid die onaangetast is door onze emoties en gedachten, stelt Marianne Vonkeman. Het is een spontane wijsheid, vrij van redenen en overwegingen, zonder waarom. Maar bestaat er zoiets? Kan wijsheid zo onmiddellijk zijn?
Ik hoorde er voor het eerst over in de meditatietrainingen die vanuit de Shambhala-organisatie georganiseerd werden. Dat is een vanuit het boeddhisme ontstane contemplatieve stroming. Ruim dertig jaar geleden volgde ik er het ‘basis-pad van de krijger’: vijf weekenden van lezingen en meditaties. Na afloop kreeg ik een mooi speldje en hopelijk meer oog voor de fundamentele goedheid die er gewoon is, als een punt aan de hemel. Dot in space wordt dat genoemd – wat me altijd deed denken aan de Pigs in space, van de Muppetshow. Daarom bleef het me waarschijnlijk zo bij.
Fundamentele goedheid
Punt-in-de-ruimte is het gaatje in ons gesloten bewustzijn, een moment van echte openheid. Een spontane lach, zomaar geraakt worden door schoonheid of andermans verdriet – er is altijd wel iets van fundamentele goedheid dat meer is dan wat we op dit moment van onszelf of van de wereld denken.
Dat puntje, dat moment van spontaniteit, openheid en vertrouwen werkt als een blikopener. Even raken we aan wat ik de ‘stroom van gunnende goedheid’ ben gaan noemen: Gods werkende aanwezigheid in de wereld. Hoe meer dat kleine punt van spontane openheid als blikopener en kompas gaat werken, hoe meer kans dat we loskomen van de hokjes en vakjes waarin wij onszelf en anderen vastzetten.
Even raken we aan wat ik de ‘stroom van gunnende goedheid’ ben gaan noemen
Liefde en kennis
Voor mij, in mijn christelijke traditie, cirkelde de vraag naar wijsheid vooral rond kennis en liefde. Wijsheid vraagt dat je iets wéét en liefde geeft de motivatie om iets te doen. Je hebt inzicht en liefde tegelijk nodig wil je ook maar enigszins wijs kunnen handelen. Ik noteerde eens in mijn dagboek: ‘Liefde en kennis, liefhebben en begrepen worden, dat is het spanningsveld waarin ik sta. Dat is wat ik zoek bij elkaar te houden en daaraan lijd ik als het één het ander lijkt uit te sluiten. Echt kennen is verbondenheid, zoals alle echte verbondenheid kennis is.’ (Vonkeman, Ik mis Je terwijl Je bij me bent, van Warven, 2023).
Waarom wilden mijn geliefden vooral ‘iets’ van mij en niet mij zoals ik mezelf ken? En doe ik niet precies hetzelfde? Wat is dan werkelijke verbondenheid? Wat is dan liefde? En hoe kun je van God houden als je niets van Hem begrijpt?
Bijbel
God toonde zich volgens de bijbelse verhalen in onbegrijpelijke verschijningen, in wolk, wind, bliksem, vuur. Maar eerst en bovenal is Hij een God die spreekt. Daarom horen liefde en kennis (openbaring) bij elkaar. God wil een bekende worden: ‘Jullie hoorden het van mij, niet van een vreemde’ (Jesaja 43:12). Maar wat betekent dan Godskennis? Wijsheid begint met ontzag voor de Heer, inzicht is vertrouwdheid met de Heilige, leert Spreuken 9:10. Maar hoe raak je vertrouwd met wat altijd een mysterie blijft – en hoort te blijven? Ik heb geen behoefte aan een god of een Jezus die niet veel meer is dan een echo van mijzelf en mijn eigen behoeften. Ik wil waarheid en liefde ineen – en de wijsheid om dat te herkennen.
Spiegel
Ik ontdekte door steeds vaker met aandacht te kijken wat er zich nu eigenlijk in mijn eigen innerlijk bewoog, dat er zoiets als een spiegel aanwezig is. In dromen begon ik spiegels tegen te komen. Een zilveren plas zonlicht op de zee resoneerde plotseling heftig. Iets als een kras op een spiegel voelde ik als ik mezelf niet helemaal eerlijk gedroeg of uitsprak.
Die innerlijke spiegel bleek nauw verband te houden met het uit mij verdwijnen van beelden, voorstellingen, concepten, verwachtingen. De hokjes en de vakjes begonnen steeds meer op te lossen naarmate ik mijzelf eerlijker en opener opstelde. In plaats daarvan kwam een scherp weten dat geen specifieke inhoud had. Eigenlijk dus net zoiets als een spiegel.
In Shambhala bleek die spiegel welbekend en het ontroerde me diep toen ik erover hoorde. ‘De kosmische spiegel wordt gekenmerkt door onvoorwaardelijke, oneindige, open ruimte. Ze is (-) de ruimte boven alle vragen verheven (-) ze bestaat voordat het gedachteproces op gang komt.’ (Shambala, De Weg van de krijger, Chögyam Trungpa, Servire, 1996).
De hokjes en de vakjes begonnen steeds meer op te lossen naarmate ik mijzelf eerlijker en opener opstelde
De weg naar wijsheid
Het werd me steeds duidelijker: wijzer worden heeft alles te maken met steeds echter worden. God die de werkelijkheid is van de werkelijkheid, kan alleen maar bemind en gekend worden als ik zelf in het hier en nu werkelijk ben. Meer ‘echt worden’ betekent ook dat ik mijn behoefte aan grip loslaat: open staan voor wat zich aandient, zonder vooropgezet beeld. Maar ook zonder dat mijn eerdere ervaringen alvast het patroon zetten van wat ik zie of hoe ik reageer. De kennis die ik eerder opdeed, kan ook een vertekende blik geven. T.S. Eliot komt daar herhaaldelijk op terug in zijn spirituele gedicht Four Quartets: ‘Knowledge imposes a pattern and falsifies, for the pattern is new in every moment’ (vertaald: ‘kennis legt een vervalsend patroon op, want het patroon is elk moment nieuw’). Denken en voelen mogen wel informeren, maar niet motiveren – ze sleuren je al te gemakkelijk mee in eenzijdigheid.
Het is niet makkelijk om in de ‘open ruimte van de kosmische spiegel’ te blijven, om te leven vanuit een werkelijk open, oningevuld bewustzijn. Of anders gezegd: leven vanuit wijsheid die zichzelf toont als we open, spontaan, zonder angst en vrijmoedig aanwezig zijn. Leven en liefhebben zonder terughoudendheid, zonder waarom. Het lukte me van geen meter.
Het werd me duidelijk: alleen God leeft zonder waarom – alles wat Hij doet komt voort uit wie hij is. Zijn liefde kan niet gekocht worden of verloren raken, het is er omdat Hij er is, want dat is zijn Naam, zijn wezen. Wijsheid is geen los pakketje dat je kunt verwerven zoals kennis: je wórdt wijs – of je wordt het niet. Je draagt het beeld van God uit – of niet.
Eckhart
Ook de bekende mysticus Meister Eckhart gebruikt het beeld van een spiegel (Frans Maas, Van God houden als van niemand. Preken van Meister Eckhart, Kok, Averbode, 1997, Preek 11). Eckhart geeft het voorbeeld van een bekken water waarin hij een spiegel legt. Dan zet hij het waterbekken in de zon en ziet: ‘De weerstraling van de spiegel in de zon, dat is de zon zelf in de zon en toch is de spiegel wat hij is. Zo is het ook met God. God is in de ziel met zijn natuur, met zijn wezen en met zijn Godheid, en toch is hij niet de ziel. De weerstraling van de ziel, dat is God in God, en toch is de ziel wat zij is.’
Met andere woorden: God is aanwezig in ons zoals de zon is in de spiegel. De spiegel straalt niet uit zichzelf maar omdat het de zon weerkaatst. Het is een vanzelfsprekend gevolg wanneer spiegel en zon, ziel en God, met elkaar verenigd zijn. Dat verenigd zijn is niet iets dat nog moet gebeuren, maar ‘ont-dekt’ mag worden. De ziel is niets anders dan het steeds door God doorstroomd worden. Zo zal de onmiddellijke wijsheid die God zelf is, weerkaatst worden door de spiegel van de ziel die geen bedekkingen meer heeft. Godskennis is geen weten maar kennis-door-deelname: te dichtbij om te kunnen zien.
Het open, niet-oordelende bewustzijn waarover ik leerde van de Shambhala trainingen kwam af en toe voorbij, in momenten van aanraking door God – zonder enige voorstelling erbij. Als een diep weten zonder dat ik er gevoel of gedachten bij had. Alsof er een gordijn opzijschoof en ik even achter de coulissen van ons dagelijks toneel kon kijken naar de grote wijde hemel. In het kielzog daarvan rees de vraag : wil je ook die kant op? Wil je zo één worden dat je je zelfbewustzijn verliest en meegetrokken wordt door die stroom van stralende goedheid? ‘Ja’, zei ik. Maar algauw ontdekte ik dat de weg daarnaar toe vol verlies en onthechting is. En dat houdt nooit op.
Kooplui
Meister Eckhart legt dat uit met behulp van het verhaal van de tempelreiniging uit Johannes 2 (zie Maas, preek 1). Daarin drijft Jezus alle handelaren de tempel uit, want Gods huis hoort een plaats van gebed te zijn. In Eckharts beeldtaal: de ziel moet leeg en ontvankelijk zijn. Let nu op, zegt hij, want deze kooplui zijn goede mensen die zich ver houden van zonden en allerlei goede werken doen. Maar: ze willen er wat voor terug, een zegen, een inzicht of blij gevoel, iets dat ze graag zouden willen. Het is allemaal ‘gesjacher met de Heer’ zegt Eckhart. Hun goede daden buigen toch weer terug op henzelf. Pas wanneer God in de tempel van de ziel komt, verdwijnt alle voor-wat-hoort-wat. ‘God zoekt het zijne niet; in al zijn werken is hij zuiver en vrij en hij verricht ze uit echte liefde. Precies zo doet de mens die met God vereend is; die staat leeg en vrij in al zijn werken en hij verricht ze enkel tot eer van God en zoekt het zijne niet. En God verricht dat in hem.’
Pas wanneer God in de tempel van de ziel komt, verdwijnt alle voor-wat-hoort-wat
Wijsheid
Het is God zelf die ons losmaakt uit alles wat toch weer zelfgericht blijkt te zijn. Dat was, als ik eerlijk was, zo ongeveer alles wat ik deed. Alleen een overgroot Godsverlangen hield en houdt me op het rechte spoor. Mijn verlangen bleek trouwens ook al een Godsgeschenk te zijn. Zoals de zon in de spiegel weerkaatst wordt, zo is mijn verlangen naar God de weerkaatsing van Gods verlangen. Hoe meer zon, hoe meer weerkaatsing en hoe minder ik me nog van mijzelf bewust ben.
Als de tempel van de ziel werkelijk leeg is, dan kan Jezus zijn woord uitspreken, zegt Eckhart. ‘Vervolgens openbaart Jezus zich in de ziel met een onmetelijke wijsheid, die hij zelf is. (-). Wanneer deze wijsheid met de ziel vereend wordt, dan is alle twijfel, alle dwaling en alle duisternis geheel en al van haar weggenomen en zij is verplaatst in een zuiver, klaar licht dat God zelf is. Daar wordt in de ziel God met God gekend; met deze wijsheid kent zij dan zichzelf en alle dingen.’
Stilstaan
In de loop van mijn leven is die lege tempel, die onbedekte spiegel steeds meer oriëntatie geworden. Ik merk sneller op wanneer mijn innerlijk weer volgepropt raakt met gedachten, emoties, plannen, zorgen, al kan ik het nog steeds niet helemaal voorkomen. Het onderkennen van eigen fixaties en die loslaten blijft een dagelijkse oefening van falen en opnieuw beginnen. Het beeld van de spiegel helpt: vooral in de zon blijven staan. Ik schreef eens:
‘Stilstaan is nu mijn motto geworden. Wie had dat ooit kunnen denken? Mijn nieuwe levenskunst: vooral op dezelfde plaats blijven staan. Het is een innerlijke plek, met niets tussen mij en de Godsruimte. Niet naar links kijkend of naar rechts, maar naar de Ene kant gewend. De kier die zich naar het licht draait’.
Ben ik dan nu wijs geworden? Ik betwijfel het, maar eerlijk gezegd heb ik geen idee. Ik doe vanzelf wat er te doen is, maar al mijn aandacht gaat naar die dot in space, dat verdwijn- en verschijnpuntje van God, bron van alle spontane gunnende goedheid, zonder waarom.

Marianne Vonkeman is emeritus predikant van de Protestantse Kerk in Nederland en sinds jaar en dag verbonden aan Theologie.nl. Ze is redactielid van de redactie Spiritualiteit en beheert de website www.sporenvangod.nl.