Menu

Premium

Eschatologische hoop: Moderne doodsbeleving en theologie in dialoog

Er klinkt orgelspel. Psalm 23 wordt gedeeltelijk ten gehore gebracht: ‘De Heer is mijn Herder!’ Er wordt meegezongen door een aantal familieleden en door de leden van de protestantse gemeente. We zijn met een kleine groep mensen aanwezig om afscheid te nemen van Anna. Een vrouw op leeftijd, die na een lang ziekbed rustig is ingeslapen. Hoewel haar dochters een sterke bin- ding met de kerk hebben omdat ze hier als kinderen opgroeiden, valt het op dat de band met de gemeente, het geloof en de rituelen zeer divers is onder de nabestaanden. Eén van de dochters komt naar voren. De kleinkinderen gaan rechtop zitten wanneer ze het verhaal van het leven van moeder vertelt. ‘Het was niet altijd gemakkelijk.’ De oorlogstijd, het zoeken naar werk- en woonplaats, de wens een gezin te stichten. Zoals ieder leven heeft ook het leven van Anna en haar gezin tijden van smart en vreugde gekend. Er worden twee kaarsen aangestoken. Het licht van de paaskaars brandt reeds en ook een aantal andere kaarsen zijn al aan, maar dit licht is bijzonder. Het verwijst naar twee overleden kinderen van Anna. Opdat zij ook hier bij dit afscheid aanwezig zijn. Opdat zij weer met hun ouders samen zijn. Dit voorbeeld laat zien dat de vraag naar eschatologie een belangrijk thema is in de praktijk van hedendaagse rouwrituelen. Hoewel Nederland een intensieve afname kent van religieuze affiliatie en de daarmee verbonden traditionele riten en geloofsvoorstellingen rond de dood, is de idee dat de dood door iets wordt overstegen duidelijk zichtbaar onder rituele deelnemers in kerkelijke en niet-kerkelijke uitvaarten. Onderzoek heeft laten zien dat het geloof in een hiernamaals vaak sterker is dan een geloof in God. Op diverse wijzen blijft een band met de overledene bestaan. Het gaat daarbij om voorstellingen als het weerzien met overledenen, het voortbestaan van bewustzijn, en het voortleven in werk en (klein)kinderen. De stijl van leven beïnvloedt de omgang met de dood. Het is daarom niet verrassend dat we in de praktijk een nadruk op de individuele doodsbeleving zien. Tegelijkertijd lijkt ook een band met de traditie onvermijdelijk in de actuele postchristelijke context. Maar hoe verhouden de moderne doodsbeleving en de theologie zich tot elkaar in de vraag naar eschatologie? Wanneer we theologische ontwikkelingen kort bekijken, zien we dat de eschatologie zich in de 20e eeuw beweegt van een positie als appendix van de systematische theologie naar een centraal thema. Zowel bij protestantse als katholieke theologen, onder wie Jürgen Moltmann, Hans Küng en Karl Rahner, krijgt de theologie een sterk eschatologisch karakter en ook belangrij ke kerkelijke gremia stellen het thema centraal. Bovendien zijn in de populaire cultuur, alsook in culturele, politieke en sociale conflicten eschatologische noties zichtbaar. Maar wat betekent dit voor de omgang met de dood? Eschatologie, afgeleid van het Griekse eschatos, heeft betrekking op de laatste dingen, zowel op een persoonlijk als op een collectief niveau.6 Het omvat een zoektocht naar ideeën over het einde der tijden in kosmologische en het einde van het leven in persoonlijk zin. In gesprek met de moderne doodsbeleving is vooral het persoonlijke een belangrijk veld: wat gebeurt er met het individu na de dood? Eschatologie is op deze manier niet slechts bezig met het einde, met de apocalyptiek, maar heeft ook en vooral een protologisch aspect: het gaat ook over een nieuw begin. Het gaat om hoop op een nieuwe creatie van de dingen en de troost die in deze hoop besloten ligt.

Lees het volledige artikel als PDF

Wellicht ook interessant

Nieuwe boeken