Menu

None

Fragment Het geheim van Kerst

De twee grootste christelijke feesten – Kerst en Pasen – worden voornamelijk ’s nachts gevierd: in de heilige Kerstnacht van Jezus’ geboorte en in de heilige Paasnacht van Jezus’ overwinning op de dood.

Dag en nacht zijn twee verschillende manieren om de wereld te ervaren. Het daglicht volstaat voor onze dagelijkse bezigheden. Maar pas als de zon ondergaat en we onze ogen naar de sterrenhemel kunnen opheffen, zien we het: alles wat we overdag waarnemen, de wereld zoals wij die kennen, onze hele planeet, is slechts een onbeduidend stofje in een geheel dat ons oneindig ver overstijgt.

Op zo’n zelfde manier is alles wat voor de beperkte capaciteit van onze zintuigen, onze rede en onze verbeelding toegankelijk is, slechts een onbeduidend stukje van onze materiele en geestelijke wereld. Buiten het bereik van de kracht van onze woorden en concepten, onze filosofische, wetenschappelijke en religieuze theorieën, voorbij alles wat ons bekend en kenbaar is, bevindt zich de onuitputtelijke diepte van het geheimenis.

Het woord ‘geheimenis’ wil niet zeggen dat ons denken de toegang wordt ontzegd. Integendeel: het geheimenis nodigt ons uit tot een steeds dieper gaande zoektocht. Het laat een grote verscheidenheid aan interpretaties toe, die in de loop van de geschiedenis wel worden aangevuld en veranderen, maar die dat geheim nooit ten volle kunnen omvatten en doorgronden: het geheimenis van de wereld heeft geen bodem.

In het leven van alledag zijn we ingesteld op de oplossing van problemen: een probleem kun je oplossen en dan ben je klaar. Maar zo kun je niet met een mysterie omgaan. De grote mysteries van het leven – en vooral de mysteries van het geloof – kunnen we niet benaderen zoals we dat bij problemen doen en we hoeven ook niet te verwachten dat we ze kunnen ‘oplossen’. Geloof is niet alleen de moed om de wolk van het geheimenis binnen te treden, maar ook de kunst om met het geheimenis te leven en het te respecteren. Het woord ‘reect’ is afgeleid van het Latijnse werkwoord re-speculor: opnieuw kijken – en dus niet tevreden zijn met een oppervlakkige, eerste waarneming, maar steeds weer teruggaan om opnieuw en dieper waar te nemen, te overwegen en te zoeken.

Het geheimenis blijft ons voortdurend inspireren en verrijken; tegelijkertijd brengt het ons tot geduld en waakzaamheid, en bovenal tot openheid en nederigheid.

Het mysterieuze en ondoorgrondelijke kunnen onze zekerheden soms omverwerpen en ons bang maken door hun onbegrijpelijkheid. Vooral de laatste jaren is de wereld van onze dagelijkse ervaring herhaaldelijk zwaar op de proef gesteld. Onverwachte veranderingen raken alle terreinen van ons leven en brengen veel van onze bestaande zekerheden aan het wankelen. Na een langdurige crisis van de traditionele religieuze en metafysische zekerheden hebben wij de ineenstorting meegemaakt van de zekerheden van het hedendaagse seculiere humanisme en het vertrouwen in de almacht van de wetenschappelijke en technologische vooruitgang. Er was slechts een met het blote oog onzichtbaar virus voor nodig om veel van onze ideeën over de wereld, over het menselijke bestaan en zelfs bepaalde religieuze overtuigingen te laten verkruimelen. Misschien wel voor het eerst in de geschiedenis was er sprake van een bedreiging met een mondiaal karakter die overal tegelijkertijd opdook.

Veel mensen raakten in paniek en reageerden overtrokken. Velen stierven doordat ze in samenzweringstheorieën geloofden en op een onverantwoordelijke manier met de gezondheid en het leven van hun naasten omgingen. Op religieus gebied doken er op heel veel plaatsen weer bijgelovige, magische praktijken op. Op hun beurt lieten sommige predikers het ziekelijke beeld van een wraakzuchtige, toornige God herleven. Ze maakten Hem tot bondgenoot in hun cultuurstrijd: ze wisten hoe God denkt, ze wisten wie straf verdiende, wie God boos had gemaakt en wie de schuld van dit alles droeg.

Tegelijkertijd kunnen de tragische ervaringen van onze tijd ook een stimulans zijn voor diepere religieuze reflectie. Opnieuw hebben we ervaren dat de wereld, ondanks alle verworvenheden van onze beschaving, niet volmaakt en veilig is en dat het menselijke leven daarin heel kwetsbaar is. Voor mij zijn het kwaad en het lijden in de wereld geen argumenten tegen het geloof. Het is eerder omgekeerd: als er geen kwaad en geen lijden in de wereld zouden zijn en als onze wereld volmaakt was, dan zou ze zelf al God zijn. Dan hadden wij geen reden om naar God te vragen en naar Hem op zoek te gaan. De vraag naar God, naar ultieme zin en betekenis, blijft bestaan. Veel antwoorden, ook veel traditionele religieuze antwoorden, bevredigen en overtuigen mensen in onze tijd niet meer.

Maar waar moeten we dat alomvattende geheimenis zoeken dat het antwoord is op ons verlangen naar betekenis, ons verlangen naar licht in de duisternis van het bestaan? Het evangelie leert ons God niet te zoeken in directiekamers of in natuurrampen, maar op andere plaatsen. De verantwoordelijkheid voor historische tragedies die door menselijke slechtheid zijn veroorzaakt, kunnen we evenmin op God afschuiven. Het christelijke antwoord op de vraag naar God luidt: ubi caritas et amor, Deus ibi est – waar goedheid en liefde wonen, daar woont God.

Laten we zelfs in de duisternis van de wereld en van de geschiedenis op zoek gaan naar vonkjes intermenselijke liefde en solidariteit, want dat zijn de vonken van het vuur dat God is. Het evangelie van Kerst vertelt ons dat de kracht van zijn liefde zich vaak openbaart in dat wat onopvallend is en schijnbaar machteloos is en wat we gemakkelijk over het hoofd zien – zoals het Kind in de stal, buiten de stad.

Tomáš Halík is één van de meest invloedrijke theologen van deze tijd en is hoogleraar Filosofie en Sociologie aan de Karelsuniversiteit van Praag.


Tomáš Halík, Het geheim van Kerst. Uitgeverij: Utrecht, KokBoekencentrum Uitgevers, 2025. 128 pp. € 17,99. ISBN 9789043543811

Wellicht ook interessant

Nieuwe boeken