Menu

None

Ga uit van het goede leven, niet de goede dood

g

Zoon wil me spreken. Moeder, halverwege de negentig, een helder verstand, is gevallen in de badkamer. Heup gebroken. Geopereerd. Nu de grootste verwarring na de narcose is weggetrokken, is in het ziekenhuis begonnen met een intensief revalidatieprogramma. Met een tillift wordt moeder twee keer per dag op een stoel gezet. Ze moet zitten. Ze moet in beweging blijven. Ze moet leren lopen met een rollator. Haar vooruitzichten zijn gunstig. “Maar moeder wil niet meer,” zegt zoon. “Ze is moe. Ze wil op bed liggen. Ze wil met rust worden gelaten. Wat vindt u?”

GroenLinks-Kamerlid Linda Voortman heeft gelijk wanneer zij stelt dat door de toegenomen levensverwachting en verbeterde medische mogelijkheden de vraag zich opdringt hoe en wanneer wij willen sterven (Opinie, 19 december). Zij pleit ervoor om de euthanasiewet te verruimen. Drie redenen voert zij aan: het burgerinitiatief Uit Vrije Wil, de weigerdokter en de casus Albert Heringa. Mensen boven de zeventig die hun leven willen beëindigen, ook al zijn ze niet ziek, zouden geholpen moeten kunnen worden door een stervenshulpverlener. Een gewetensbezwaarde arts die niet ingaat op een verzoek tot opzettelijke levensbeëindiging zou verplicht moeten worden door te verwijzen. En hulp bij zelfdoding moet uit het Wetboek van Strafrecht. Maar over deze drie zaken valt nog wel iets meer te zeggen.

Het initiatief Uit Vrije Wil is voor discussie vatbaar. De leeftijdsgrens is arbitrair. En hoe voorkom je dat oude mensen druk gaan ervaren om hun stervensmoment zelf te bepalen? De initiatiefwet over de gewetensbezwaarde arts lijkt mij inmiddels achterhaald. Zelfs de meest verontruste dokter, die principieel euthanasie weigert, realiseert zich dat hij opereert in een context waar andere mensen andere opvattingen hebben. Artsen in Drenthe, die werken volgens het zogenaamde ‘Hoogeveens model’, laten zien dat dokters bereid zijn collega’s te consulteren bij gewetensnood. En dan Albert Heringa. De rechter heeft hem schuldig bevonden, maar geen straf opgelegd voor de assistentie die hij zijn 99-jarige stiefmoeder verleende bij het sterven. Daarmee erkent justitie dat Heringa’s bedoelingen te goeder trouw waren, maar veroordeelt het feit dat hij als niet-arts tot deze daad is gekomen. Met de uitspraak is een balans gevonden tussen algemene wetgeving en persoonlijke motieven. Dat is een maat die past bij kwesties van leven en dood.

Kamerlid Voortman stelt dat de politiek naar de samenleving zou moeten luisteren bij de roep om soepeler wetgeving over het levenseinde. Zij suggereert dat burgers met één mond spreken. Maar ik vang ook andere geluiden op. Zo zijn er steeds meer mensen die vraagtekens zetten bij het voortdurend doorbehandelen. Nog een chemotherapie, een extra operatie, of de hoogbejaarde moeder die per se weer op de been moet: Waartoe dient het? Draagt het bij aan iemands levenskwaliteit? Ook artsen erkennen hun verlegenheid in de spreekkamer. Voor iedereen is het gemakkelijker om een oplossing aan te dragen dan te erkennen dat je met lege handen staat. De opvatting wint terrein dat ‘laten’ in dergelijke dilemma’s wellicht een grotere deugd is dan ‘doen’.

Hospice de Luwte in Soest heeft een prijs gekregen om vrijwilligers toe te rusten in het stellen van zingevingvragen in de laatste dagen van iemands leven (Trouw, 14 december). Carlo Leget, hoogleraar zorgethiek aan de Universiteit voor Humanistiek, signaleert dat artsen en verpleegkundigen in toenemende mate het belang inzien van spirituele zorg, naast lichamelijke, en dat zij zich op dat terrein willen scholen. Het zijn twee recente ontwikkelingen die duidelijk maken dat de behoefte groeit om doodgaan breder te beschouwen dan louter als een medische aangelegenheid.

Anders dus dan Voortman neem ik, naast de wens om de euthanasiewet te verruimen, ook waar dat mensen elkaar willen bijstaan in hun zoektocht naar een zinvol bestaan. En ja, die uitwisseling van gedachten kan erin uitmonden dat het levenseinde te verkiezen is boven een verlenging van het lijden. Maar het vertrekpunt blijft het goede leven, niet de goede dood.

Annemarieke van der Woude


Annemarieke van der Woudegeestelijk verzorger in een verpleeghuis en onderzoeker aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Zij publiceerde dit artikel eerder deze week in dagblad Trouw. Van haar hand verscheen bij Uitgeverij Meinema het boek Het doodshemd heeft geen zakken. Nadenken over het levenseinde.

Wellicht ook interessant

Donkere ruimte met open deur waarachter licht schijnt
Donkere ruimte met open deur waarachter licht schijnt
None

Begint het echte leven pas na de dood?

In de nasleep van 9/11 vond de FBI op Boston Airport een koffer die door een logistieke fout van het vliegveld niet was overgeladen bij een overstap. De koffer was van Mohammed Atta die uiteindelijk in de media het gezicht van de kapers zou worden. In de koffer zat een brief met instructies voor de laatste uren van de kapers. “Lach de tegenspoed toe, jongeman, want je bent op weg naar het paradijs”, stond er onder meer, een regel uit een traditioneel Arabisch gedicht. Het draait niet om dit leven maar om wat erna komt, was de strekking.

The good place
The good place
None

Is er voor de moderne mens nog plaats in The Good Place?

Kunnen we ons handelen op aarde punten geven? Pluspunten voor de goede en minpunten voor de slechte daden? In de serie The Good Place is dat het geval. Door genoeg punten te verdienen, kom je na je dood op een hemelachtige plaats waar de eeuwige gelukzaligheid op je wacht. Wat vertelt deze serie over hemel, hel en ethiek? Herma Beuving analyseert The Good Place en laat zien dat ook ‘het goede’ nastreven een keerzijde heeft.    

Nieuwe boeken