Geheim, raad Gods
Geloofstaal & cultuurtaal
In het kerkelijk spraakgebruik wordt dikwijls over de raad Gods gesproken. Deze uitdrukking heeft de eeuwen door de gemoederen beziggehouden. Dit is verklaarbaar, want dit woord brengt ons bij de diepste vragen van het leven. Wat heeft mijn geboorte, mijn levensweg, mijn geloof te maken met de raad Gods? Zijn we aan een soort noodlot overgeleverd? Een veelgehoorde klacht is dat Gods raadsbesluit de mens tot een marionet of een robot maakt. Bestaat er zoiets als ‘Gods plan voor je leven’? Ja, zegt de kerk. Maar zij spreekt in haar verkondiging niet graag over de ‘geheime’ raad Gods. Het woord ‘geheim’ doet wat geheimzinnig aan. De kerk en ook de gelovigen spreken liever over de ‘verborgen’ raad van God.
In de gewone omgangstaal spreekt men niet van raad of raadsplan, maar worden de uitdrukkingen ‘concept’ en ‘planning’ gebruikt. Het gaat dan om de intentie of de overweging om iets tot stand te brengen. Er heeft een wilsbesluit of wilsbeslissing plaatsgevonden en deze loopt, als het gelukt, uit op een wilsdaad. Het gaat dus om een plan dat ten uitvoer moet komen.
In een aantal talen heeft men zelfs twee verschillende uitdrukkingen om het proces van planning met het doel om iets tot stand te brengen aan te duiden. Bij een planning die gericht is op opbouw, gebruikt men een ander woord dan wanneer het om een plan gaat met een destructief doel. Wanneer bijvoorbeeld in China een oudere persoon de gemeenschap met goede raad gediend heeft dan zegt men van hem: ‘Hij is mooi oud geworden’. Is het omgekeerde het geval dan wordt van deze raadgever gezegd: ‘Hij is lelijk oud geworden’.
Woorden
In het Oude Testament wordt voor ‘geheim’ het woord sod gebruikt. Het heeft dan de betekenis van ‘confidentieel’ gesprek, van iets dat niet openbaar gemaakt mag worden.
In de Septuagint vinden we dit woord alleen in de latere geschriften die behoren tot de hellenistische periode. In de rabbijnse literatuur wordt dit woord gebruikt om te wijzen op de geheimen van de thora. Voor ‘raad’ wordt het woord eetsa gebruikt.
Het Griekse woord voor ‘geheim’ is mustèri-on, een woord dat teruggaat op eetsa en sod. De afleiding van dit woord is onzeker. Velen menen dat het woord is afgeleid van een werkwoord dat de betekenis heeft van het sluiten van de mond met de bedoeling dat iets niet mag of moet gezegd worden. Het woord ‘mysterie’ werd in het oude Griekenland zowel op godsdienstig als op wijsgerig gebied gebruikt. Godsdienstig beschouwd was een mysterie iets waarover gezwegen moest worden, nadat men er in ingewijd was. De wijsgeren gebruikten het woord ‘mysterie’ in verband met hun filosofie. Bij sommige wijsgerige scholen moest men door de leermeester in de kennis ingewijd worden. Het latere gnosticisme sprak van ‘mysterie’ in de betekenis van hogere kennis die alleen door de volmaakten ontvangen kon worden.
Het Griekse woord voor ‘raad’ is boulè. Dit woord had oorspronkelijk de betekenis van ‘overweging’ of ‘voornemen’. Bij Homeruskreeg het woord de betekenis van ‘vergadering’. De Griekse geschiedschrijver Herodotus sprak van de ‘Raad van de vijfhonderd in Athene’.
Betekenis in context
Oude Testament
Onder de raad Gods wordt in het Oude Testament verstaan een besluit van God dat reeds vóór de schepping genomen is. Dit besluit heeft betrekking op alles wat in de tijd totstandgekomen is en wat in de loop van de geschiedenis gebeurt. Alles op aarde en ook in ons leven geschiedt volgens een goddelijk plan. God heeft in alles een hand. In het Oude Testament wordt dit genoemd Gods raadsbesluit (Job 38:2), de raad des Heren (Ps. 33:11; Spr. 19:21) of de gedachten en raadslag des Heren (Mi. 4:12). Bij God is wijsheid en macht, ‘raad’ (eetsa) en ‘verstand’ (Job 38:2; 12:13; Spr. 8:14; Jes. 9:5; Jer. 32: 9). We kunnen Gods raad omschrijven als zijn bepaalde gedachten en zijn vast besluit over alle dingen (Jes. 14:2427; Dan. 4:24). De raad van God is verborgen (geheim), maar wordt bekend naarmate deze raad in de loop van de geschiedenis tot werkelijkheid komt. Niemand kan deze raad weerstaan (Ps. 33:11).
Het Oude Testament leert dat God alle dingen geschapen heeft, onderhoudt en regeert door het woord en met wijsheid (Ps. 33:6; 104:24). Wat in de toekomst gaat gebeuren, weet God en soms wordt het ook door Hem vooraf verkondigd (Jes. 41:22, 23; Am. 3:7). De levensdagen van een mens zijn reeds van tevoren bepaald en in Gods boek opgeschreven, nog voordat hij geboren is (Ps. 39:16; Job14:5).
De raad Gods waardoor alles van tevoren bepaald is en volgens plan door God gerealiseerd wordt, sluit de verantwoordelijkheid van de mens niet uit. Want volgens ditzelfde raadsbesluit heeft God ook wetten bedacht en uitgevaardigd, die door de mens gehoorzaamd moeten worden (Ps. 147:19, 20). De verborgen dingen zijn voor de Here, onze God. Wij hebben ons te houden aan de dingen die aan ons geopenbaard zijn. Dit zijn Gods beloften en bevelen (Deut. 29:29). God is in de uitvoering van zijn plan niet grillig. Hij geeft de gelovige inzicht in zijn plan (Jes. 28:23-29).
De wijsheidsboeken geven daarvan ook verschillende voorbeelden (Job 12:13; 42:3; Spr. 1:5; 19:21). In de uitvoering van zijn besluiten komt Gods waarheid en trouw aan het licht. Dit brengt de gelovige tot dankzegging en lofprijzing (Jes. 25:1).
Nieuwe Testament
Het Nieuwe Testament plaatst de raad Gods in een nog helderder licht. Er is bij God een vooruit-weten dat het karakter draagt van een vooruit-bepalen. Het Nieuwe Testament noemt dit ‘de raad van zijn wil’ (Ef. 1:11). In het boek Handelingen besteedt Lucas bijzondere aandacht aan de raad Gods. Aan God zijn al zijn werken ‘van eeuwigheid bekend’ (Hand. 15:18). Alles geschiedt ‘naar de bepaalde raad en voorkennis van God’ (Hand. 2:23). Van koning David wordt gezegd dat hij voor zijn geslacht de raad Gods gediend heeft (Hand. 13:36). Lucas laat zelfs weten dat alles wat met Jezus gebeurd is, heeft plaatsgevonden volgens ‘een tevoren bepaalde raad vanGod’ (Hand. 4:28).
In zijn brieven schrijft de apostel Paulus over het grote plan van God. God heeft een raads-plan en volgens dat raadsplan was er een groot geheim dat eeuwen lang verborgen is geweest, maar thans geopenbaard is (Kol. 1:26). De inhoud van dit geheim is de gekruisigde Christus (1 Kor. 2:1).
Paulus noemt dit geheim ‘het geheimenisvan de godsvrucht’ (1 Tim. 3:16). Met een zesvoudig getuigenis aangaande Christus onthult de apostel dan het grote geheim. Dit geheim moet nu bekend gemaakt worden. Paulus noemt dit de verkondiging van ‘de gehele raad’ van God (Hand. 20:27).
Hiermee houdt de onthulling van Gods raads-plan niet op. In zijn brief aan de Efeziërs geeft de apostel Paulus aan welke geheimen nog meer onthuld zijn. God heeft aan ons, zo schrijft hij, het ‘geheimenis (mustèrion) van zijn wil’ bekend gemaakt (Ef. 1:9). God had een groot geheim en dit geheim had te maken met wat Hij wilde doen. Het is lange tijd verborgen geweest, maar nu heeft God het bekend gemaakt. Het is een plan dat betrekking heeft op het einde van de tijd. God gaat bij wijze van spreken orde op zaken stellen. Paulus noemt dit ‘alle dingen onder één Hoofd samenvatten’ (Ef. 1:10). Gods plan wordt volgens een bepaald schema ontvouwd. Door de zonde is er een geweldige disharmonie in de schepping, in de geschiedenis, in het leven van mensen en volkeren gekomen. God heeft een plan ontworpen om daar een einde aan te maken. Het is een groots plan om de wereld te redden door Christus. In dat plan is een duidelijk patroon te ontdekken. Alle dingen, alles wat God geschapen heeft, zal door Christus tot een harmonieuze eenheid bijeengebracht worden. De oorspronkelijke harmonie wordt hersteld: tussen de mensen onderling en ook in de schepping.
Er is nog een geheim (mustèrion) aan de apostel bekend gemaakt. Paulus noemt dit ‘het geheimenis van Christus’ (Ef. 3:4). Dit geheimenis wordt naar Christus genoemd, omdat het in Christus besloten is en in Hem gerealiseerd wordt. Het geheimenis van Christus bestaat hierin dat gelovigen uit de joden en uit de heidenen met elkaar verenigd zullen zijn door hun vereniging met Christus. Het geopenbaarde geheim is ‘Christus voor de volken’.
In dezelfde brief noemt de apostel nog een ander groot geheimenis. Dit is het mysterie van de eenheid van Christus met zijn gemeente (Ef. 5:32).
Dan maakt Paulus nog melding van een geheim dat verband houdt met de wederkomst van Christus. Zij die nog leven wanneer Jezus terugkomt, zullen niet ontslapen, maar in een ondeelbaar ogenblik veranderd worden (1 Kor. 15:51, 52). Het behoud van het volk Israël wordt door Paulus ook een geheimenis genoemd (Rom.11:25).
Wanneer Jakobus in zijn brief schrijft over de levensvernieuwing, de wedergeboorte dan wijst hij erop dat zijn lezers wedergeboren zijn omdat God dat gewild heeft (Jak. 1:18). Naar zijn raadsbesluit (boulètheis) heeft Hij ons voortgebracht. Achter het wonder van levensvernieuwing staat het wonder van Gods raadsbesluit om mensen te verlossen. Het Nieuwe Testament spreekt ook over geheimenis in negatieve zin. Er is sprake van ‘het geheimenis van de wetteloosheid’ (2 Tess. 2:7) en ‘het geheimenis van de vrouw op het beest’ (Op. 17:5, 7).
Behalve het woord ‘raad’ geeft het Nieuwe Testament een groot aantal variante uitdrukkingen die deze raad Gods nader omschrijven. We lezen van Gods welbehagen (Ef. 1:5, 9; 2 Tess. 1:11), zijn voornemen (Rom. 8:28; 2 Tim. 1:19), Gods voorkennis (Rom. 11:2; 2 Petr. 1:2), de verkiezing (Ef. 1:4; 2 Petr. 1:10). Al deze woorden geven aan dat God in het werk der verlossing niet naar willekeur of bij toeval handelt, maar dat God volgens een vast plan, een onveranderlijk voornemen te werkgaat.
Kern
Wij belijden dat Jezus Christus het middelpunt en de centrale inhoud van de raad Godsis. De gekruisigde Christus is het lang verborgen gebleven en thans geopenbaarde geheimenis van God. Dit geheimenis blijkt dus te bestaan in het grootse plan van God om de wereld te redden door Christus’ offer aan het kruis.
Dit diepe geheim, dit machtige wonder van Gods raad, geeft daarom alle reden om God daarvoor te loven en te prijzen, zoals de apostel Paulus dit doet in Romeinen 11:33-36.
Verwijzing
Zie voor verwante en/of aanvullend te bestuderen woorden: wederkomst, bekering, vrijheid, wil, welbehagen, verkiezing.