Bij Johannes 18,1-19,42Het meest beruchte vooroordeel dat gedurende negentien eeuwen tot moordzucht heeft geleid, is dat de joden schuldig waren aan de dood van Christus. De vraag van Pilatus heeft het volk Israël in de beklaagdenbank gezet en de joden hebben een vloedgolf van laster over zich heen gekregen. Een slecht geweten bracht ons ertoe de klaagzangen van Goede Vrijdag (de improperia) eens onder de loep te nemen: ‘Ik heb u uit het land Egypte weggeroepen, maar gij hebt voor uw verlosser een kruis bereid.’ Een naar begin.Toch is zo’n aanklacht niet onbekend in het jodendom. Zo klinkt op de
Het volledige Premium-artikel lezen?
Dit artikel is voor Premium-leden.
Log in en lees onbeperkt alles op Theologie.nl. Nog geen lid?
Al voor € 10,- per maand heb je toegang tot het volledige aanbod.
InloggenLid worden