Geloofsleven ontdekken
Wat geloof je eigenlijk zélf en hoe past dat bij, of is dat juist anders, dan wat anderen geloven? In de 4e fase van de pelgrimsreis ga je, misschien wel juist door met anderen in gesprek te gaan, je eigen geloof ontdekken en vormgeven. Praten, praten, praten…
‘Ik moest tot mijn eigen verwondering er achter komen, dat ik een godsgeloof heb ontwikkeld. Daar heb ik lang mee geworsteld. Ik heb er eindelijk maar aan toegegeven. Eén van de dingen, die het met me gedaan heeft, is dat het me een andere richting heeft gegeven. Ik was wanhopig op zoek naar vast werk, de standaard dingen van huisje, boompje, beestje. Dominee R. heeft me begeleid naar de doop toe. Ik heb mijn hele leven herzien. Dat was een proces dat op gang kwam. Dat is heel helend geweest. Mijn leven is behoorlijk op z’n kop gekomen. Ik doe niet meer zo moeilijk over dat je grootse dingen wilt bereiken.’
Zomaar een ervaring van iemand die het christelijk geloof op oudere leeftijd heeft ontdekt. Daarover gaat het in dit deel van de pioniersreis. Geloofsleven ontdekken is een proces dat die hele reis omvat. Tijdens het luisteren, liefhebben, dienen en community opbouwen, kan er al veel ontdekt worden over het leven als gelovige. Vooral impliciet vindt er dan al veel ‘geloofsoverdracht’ plaats. ‘Verkondig het Evangelie, desnoods met woorden.’ Dit is een uitspraak, die aan Franciscus van Assisi wordt toegeschreven. Een vergelijkbare uitspraak is deze: ‘Ik zal u door mijn daden tonen dat ik geloof’ (Jakobus 2:18). Deze uitspraken passen perfect bij de eerste helft van de pioniersreis. Die werd in de voorgaande drie artikelen besproken.
Maar hoe raak je van daaruit in gesprek over een christelijk geloofsleven? Waarom zou je dat doen en wat vertel je dan? En hoe help je mensen verder, die van geloofsleven ontdekken doorgaan naar geloofsleven ontwikkelen? Over deze vragen gaat dit artikel.
In onze westerse cultuur zit een diepe weerstand tegen stellige geloofsovertuigingen
Waarom zou je geloof delen?
Hoewel er onder jongere generaties een kentering gaande lijkt, zit er in de westerse cultuur een diepe weerstand tegen stellige geloofsovertuigingen. Het is prima als je die zelf hebt, maar daarmee moet je anderen niet lastigvallen. Zeker niet als ze gepaard gaan met exclusieve waarheidsclaims. Dit sentiment kan een flinke drempel opwerpen voor geloof delen. Daarbij weten veel gelovigen zelf ook niet meer zo goed wat ze geloven. Of ze denken dat het niet nodig is dat anderen dat ook geloven. Het is daarom verleidelijk om de pioniersreis te beperken tot de eerste helft.
Toch is geloofsleven ontdekken doelbewust opgenomen als een fase in de pioniersreis. Dit heeft onder andere te maken met wat de Bijbelse pionier Paulus schreef: ‘Hoe kunnen mensen in Jezus Christus geloven als ze niet over Hem hebben gehoord? En hoe kunnen ze over Hem horen zonder dat iemand Hem verkondigt?’ (Romeinen 10:14) Zijn collega Petrus noemde dit zelfs de bestaansreden van de kerk: ‘U bent (…) een volk dat God zich verworven heeft om de grote daden te verkondigen van Hem die u uit de duisternis heeft geroepen naar zijn wonderbaarlijke licht’ (1 Petrus 2:9). De protestantse kerkorde noemt ‘getuigenis’ daarom ook in één adem met ‘dienst’ (Artikel X-1).
Als je wilt dat mensen God leren kennen, dan komt er vroeg of laat een moment om te spreken. Dat is niet preken, maar in gelijkwaardigheid en wederkerigheid het gesprek aangaan over wat je gelooft. Over de vraag waarom je leeft zoals je leeft. Hierbij weet je niet alles zeker en zeker niet alles beter, maar je zoekt samen naar antwoorden rond de mysteries van het leven. Dit doe je niet als gelijkhebber, maar als liefhebber.
‘Gedraag u wijs tegenover buitenstaanders en benut het juiste moment…!’
Hoe kom je tot geloof delen?
Hoewel veel pioniers en kerkmensen terughoudend zijn met het delen van hun geloof in woorden, zijn er ook die dit heel gemakkelijk doen. Enthousiasme kan aanstekelijk zijn. Zeker als enthousiaste gelovigen het dicht bij zichzelf houden. Daarmee laten ze iets zien van de ‘explosie van vreugde’, waar de missioloog Newbigin over schreef. Vaak zijn het mensen die kort geleden de waarde van een christelijk geloofsleven hebben ontdekt. Zij kunnen dit simpelweg niet alleen maar voor zichzelf houden.
Over het algemeen is het goed om balans te zoeken tussen enthousiasme en enige terughoudendheid. Wat een goede balans is, verschilt per persoon en per situatie. Als ervaren pionier gaf Paulus gaf hierbij dit advies: ‘gedraag u wijs tegenover buitenstaanders en benut het juiste moment; laat wat u zegt altijd aantrekkelijk zijn, sprankelend, en weet hoe u op iedereen moet reageren’ (Kolossenzen 4:5-6).
Geloofsleven ontdekken is niet voor niets onderdeel van een pioniersreis. Het is een proces dat die hele reis omvat. Met alle praktijken, die daar bij horen, geven gelovigen handen en voeten aan wat ze geloven, terwijl ze open zijn over het feit dat ze geloven. Vanaf het moment dat ze betrokken raken, worden niet- en andersgelovigen ook uitgenodigd om mee te doen met activiteiten van de geloofsgemeenschap. De fase van geloofsleven ontdekken gaat daarom vooral over het samen meer expliciet en mogelijk eigen maken van (impliciete) geloofservaringen, die tijdens de hele reis opgedaan kunnen worden.
Wat is het geloof dat je deelt?
Om je geloof te kunnen delen moet je weten wat je gelooft en hoe je daar woorden aan geeft. De beste manier om je daarin te oefenen, is door middel van geloofsgesprekken met geloofsgenoten. Daarbij is het belangrijk te beseffen, dat het Evangelie als een veelkleurige diamant is. Je kunt het vanuit verschillende invalshoeken benaderen. Telkens licht er dan een ander aspect op. Wat voor jou de meest aansprekende kant van het christelijke geloof is, hoeft dat niet meteen voor de ander te zijn. De persoon, de persoonlijke geschiedenis en omstandigheden van deze persoon zijn daarin mede bepalend. Daarom begint geloof delen altijd met luisteren.
Geloof delen is sowieso een wederkerig geloofsgesprek. Iedereen gelooft iets over de wereld, waarin we leven en over de (spirituele) machten of krachten, die daarin een rol spelen. Daarvan is veel te leren. Als gelovigen moeten we niet denken, dat alleen wij weten hoe de vork in de spirituele steel zit. Ook moeten we niet denken dat God alleen via ons tot anderen wil spreken. Hij spreekt net zo goed via anderen tot ons. Al heeft de Bijbel daarbij voor de meeste christenen wel het laatste Woord.
Gelovigen moeten niet denken, dat alleen zíj weten hoe de vork in de spirituele steel zit
Belangrijke gespreksonderwerpen bij missionaire geloofsgesprekken zijn: God als Schepper, Zijn missie in de wereld en de rol van Jezus Christus, de Heilige Geest en de kerk in Gods missie. Paulus schreef: ‘Het belangrijkste dat ik u heb doorgegeven, heb ik op mijn beurt ook weer ontvangen: dat Christus voor onze zonden is gestorven, zoals in de Schriften staat, dat Hij is begraven, dat Hij op de derde dag is opgewekt, zoals in de Schriften staat, en dat Hij is verschenen…’ (1 Korintiërs 15:3-5).
Uiteindelijk kun je met een gesprekspartner rustig tot de conclusie komen dat je niet hetzelfde gelooft. Met wederzijds respect word je het dan eens over het feit dat je het oneens bent. Dat hoeft je er zeker niet van te weerhouden om samen onderdeel te blijven van de gemeenschap, waarin je elkaar hebt gevonden. Integendeel, juist het samen uitwisselen van verschillende levensbeschouwelijke perspectieven kan de verbindende factor zijn in die gemeenschap. Dat is de essentie van inclusief community opbouwen.
Hoe kun je geloof delen?
Ik gaf al aan dat geloofsleven ontdekken is verweven met de hele pioniersreis. De fase die zo genoemd wordt, staat vooral voor het bespreekbaar en mogelijk eigen maken van allerlei geloofszaken, die tijdens de hele reis ontdekt kunnen worden. Dit kan al door het eenvoudig bieden van ruimte voor vragen over wat niet- of andersgelovigen opvalt in hun contact met christenen. Of door met hen te bespreken wat ze zelf geloven. Je kunt ook met een groepje een tijdje meer systematisch door een Bijbelboek of de basis van het christelijk geloof heen gaan. Hiermee bied je een tijdelijke ‘proefplek’ om meer te ontdekken over geloofsinhoud, geloofsbeleving en geloofsgemeenschap.
Er zijn hiervoor allerlei hulpmiddelen beschikbaar. Denk bijvoorbeeld aan de Alpha-cursus. Of, voor een ruimzinniger alternatief, aan de cursus Vieren. Meestal hoef je niet zelf het wiel uit te vinden. Maar het is wel goed om altijd even te checken of een bepaald hulpmiddel past bij je eigen geloofsgemeenschap en bij de groep waarmee je je geloofsleven ontdekt.
Hiernaast kun je mogelijkheden bieden om ervaringen op te doen met allerlei andere geloofspraktijken. Bijvoorbeeld door samen te bidden of te biechten, samen een viering te bezoeken of vorm te geven, samen te eten of iets diaconaals te doen. Daarna kun je deze ervaringen samen bespreken.
Waar geloofsleven ontdekken in essentie op neerkomt, is het respectvol samen optrekken van gelovigen met niet- of andersgelovigen. In alle openheid, kwetsbaarheid, gelijkwaardigheid en wederkerigheid. Met als doel om van elkaar te leren en dus niet om elkaar te bekeren. Het is aan God om te bepalen waar dit uiteindelijk toe leidt.
Een respectvol samen optrekken van gelovigen met niet- of andersgelovigen
Hoe kun je nieuwe gelovigen inwijden?
Het is niet altijd duidelijk wanneer geloofsleven ontdekken overgaat in geloofsleven ontwikkelen. Maar er kan een moment aanbreken waarop iemand zichzelf als gelovig beschouwt. Denk aan de vrouw aan het begin van dit artikel. Dan komt de doop in beeld of een ritueel dat markeert, dat iemand als kind al is gedoopt en dit voor zichzelf omarmt, zoals een doopbevestiging en/of een openbare geloofsbelijdenis.
Hieromheen kan een traject van geloofsinwijding vorm krijgen. Dat ligt in het verlengde van dingen die in het kader van geloofsleven ontdekken vaak ook al zijn gedaan. Hoe zo’n traject er precies uitziet, zal per persoon en per gemeente of proefplek verschillen. Het is belangrijk om in ieder geval iets te doen met de verdere ontwikkeling van een persoonlijk geloofsleven in relatie tot geloofsgenoten, geloofspraktijken en geloofsbelijden.
Peter den Hoedt is als senior beleidsmedewerker kerk-zijn, met een concentratie op missionaire kerkvernieuwing, werkzaam bij de Dienstenorganisatie van de Protestantse Kerk.