Menu

Basis

Geloven met alle generaties

Illustratie van een groep mensen
(Beeld: iStock)

Om te geloven, heb je alle generaties nodig. En dat begint al met de allerjongsten. Want een baby is wie die is, helemaal zichzelf. En helemaal als God. Want ook Die is Wie Die is. Helemaal zichzelf. Wil je iets van God ervaren, kijk dan naar een pasgeboren kind.

Sommige mensen denken dat ‘geloven als een kind’ betekent dat je alles aanneemt wat je wordt verteld. Ik denk dat die mensen geen kinderen hebben. Kinderen zijn constant op ontdekkingstocht. Daarom hebben ze ook zoveel vragen. In onze kerk hangt een (leeg) kruis. Een meisje van vijf vroeg wat ‘dat rekje’ daar deed. Voor ik een antwoord kon geven, vertelde een jongen van zeven: ‘Dat is het kruis waar Jezus aan werd gehangen. Mensen vonden Hem niet aardig en maakten Hem dood. Maar Hij werd weer levend.’ Haar ‘o ja’ maakte duidelijk dat dit voor nu voldoende was. En ik vroeg me af waarom ik daar met Pasen een hele preek voor nodig heb.

Pubers

Kinderen hebben mensen met meer kennis en ervaring nodig, hoewel ze daar zelf soms anders over denken. Jezus liep weg van zijn ouders toen Hij twaalf was, op zoek naar grenzen en ruimte. In de tempel stelde Hij vragen bij de oude teksten. (Een puber is daar héél goed in.) Volwassenen gingen door Jezus’ vragen zelf óók nadenken over hun geloof. Daarom hebben wij pubers nodig.

Jezus was ook niet zo’n brave kerkganger (synagoge-ganger). Hij verstoort de orde, overtreedt regels, zet de boel op stelten. Ook na zijn puberteit. Jezus wil dat het weer om God en mensen gaat in de kerk en heel het leven. Durven wij dat aan?

Wanneer tel je mee?

Na die ontmoeting in de tempel begon Jezus’ volwassen leven. Hij schudde de wereld op met alles wat Hij leerde en deed. Alles wat we uit de verhalen weten, deed Hij voor zijn drieëndertigste. In veel kerken ga je pas een beetje meetellen na je dertigste. In de kerk blijf je lang jong, dat kán een voordeel zijn. Maar volgens mij gaat er dan wel iets mis.

Mijn buurmeisje van (toen) achttien wilde wel eens mee naar ‘die kerk van mij’. Met haar lange blonde haren, stoere sportschoenen en heuptasje als handtas, kwam ze op zondagochtend terecht in mijn overwegend grijze gemeente. Vlak voor de dienst verklapte ze aan de oude dame naast haar dat ze een spiekbriefje mee had genomen met de tekst van het Onze Vader. Dan kon ze meebidden als het zover was.

U snapt, de ouderen in de gemeente vielen als een blok voor deze hippe vogel. Want ze zijn niet alleen grijs, ze zijn ook heel open-minded. En mijn buurmeisje viel voor hén. Haar ‘opa’s en oma’s die haar heel veel kunnen leren’, zo noemt zij ze. En ze geniet van de aandacht, de enthousiaste begroetingen en het ‘gekend en geliefd zijn’.

Ook die ontmoeting tussen generaties heeft bijbelse papieren, trouwens. Als Jezus net geboren is, brengen zijn ouders Hem naar de tempel. Daar herkennen twee oude mensen, Simeon en Hanna, wie Hij is en ze zegenen Hem.

Naar elkaar op zoek

Als alle generaties elkaar nodig hebben, dan zullen we naar elkaar op zoek moeten gaan. We vinden elkaar niet als we blijven wachten tot ‘ze’ langs komen. Dus hop, naar de kinderboerderij, de seniorensoos en de gespreksgroep. Om elkaar te ontmoeten, van elkaar te leren en samen te vieren.

Marloes Meijer is regiopredikant op de Brabantse Wal, pionierspastor, trainer en adviseur.


Leef-tijd
Open Deur 2026, nr. 2

Wellicht ook interessant

Nieuwe boeken