Menu

Basis

Gevangen in het buitenland

Stichting epafras laat niemand zitten

Sinds 1984 bezoeken professionele geestelijke verzorgers als vrijwilliger Nederlanders die in het buitenland gevangen zitten. Zij doen dat namens de Stichting Epafras. Een groot aantal vrijwilligers woont zelf in een van deze landen, maar er worden als dat nodig is ook bezoeken vanuit Nederland afgelegd. Margreet Meijer heeft de afgelopen jaren meerdere gedetineerden in een buitenlandse cel gesproken.

Mw. H.M.J. Meijer is vrijgevestigd geestelijk verzorger/geestelijk begeleider en vrijwilliger bij de Stichting Epafras. Tevens is zij redacteur van Herademing, tijdschrift voor spiritualiteit en mystiek. Onlangs verscheen van haar hand: Rooms snoezelen en andere verhalen. Pastorale belevenissen in een verpleeghuis. Uitgeverij Elikser, Leeuwarden

Ruim acht jaar ben ik vrijwilliger bij de Stichting Epafras. Daarvoor was ik jarenlang werkzaam als geestelijk verzorger in een ziekenhuis en in verpleeghuizen. Ik ging met prepensioen, maar wilde graag met mijn vak bezig blijven. Het is en blijft immers boeiend om mensen te ondersteunen en op hun levensweg als het ware een stukje ‘mee te lopen.’ Bij Epafras werd ik vrijwilliger en ging ik op pad om Nederlandse gedetineerden in het buitenland te bezoeken. Ze verblijven daar dikwijls onder moeilijke omstandigheden. De cellen zijn vaak overbevolkt, wat kan betekenen dat mensen op de grond moeten slapen. Het kan vervuild zijn en allerlei ongedierte zoals kakkerlakken en ratten aantrekken. Lang niet altijd krijgen de mensen gezond eten en ze kunnen soms nauwelijks luchten. Wat het nog lastiger maakt, zijn de andere taal en ingewikkelde juridische procedures. En de grote afstand tot familie en naasten.

Ieder mens is waardevol

Wij, geestelijk verzorgers van de Stichting Epafras, vinden dat we deze mensen niet mogen laten zitten. Ieder mens is immers waardevol. Een gedetineerde heeft weliswaar een strafbaar feit gepleegd of wordt daarvan verdacht, maar dat wil niet zeggen dat hij als mens niets waard is.

Een mens is meer dan het delict dat hij begaan heeft. Iedere gedetineerde die dat wenst, heeft recht op ondersteuning van een geestelijk verzorger van onze stichting. Ook al is iemand ver van huis, wij proberen er aan bij te dragen dat iemand geestelijk niet nog ‘verder van huis’ raakt. In de gesprekken staan we stil bij belangrijke levensvragen. Ook hebben we het over hoe het leven weer op de rit te krijgen. Over omgaan met schuld en verantwoordelijkheid. En we proberen te helpen met de voorbereiding op terugkeer. Kortom: we luisteren naar hun verhalen, hun verdriet, hun hoop, hun levens. En we proberen te helpen. Soms praktisch. Bijvoorbeeld door het geven van medicijnen, omdat gedetineerden deze niet krijgen. Of door een telefoontje naar familieleden, omdat er geen geld is om zelf te bellen. Maar de kern van onze bezoeken vormt het gesprek.

Een mens is meer dan het delict dat hij begaan heeft

Als het mogelijk is zoeken wij deze Nederlandse gedetineerden twee keer per jaar op.

Stichting Epafras

De naam Epafras is ontleend aan de Bijbel. Er staat geschreven over hem in het Nieuwe Testament, in de Brief van Paulus aan de Kolossenzen, hoofdstuk 1:7 en hoofdstuk 4:12. Epafras zat samen met Paulus in de gevangenis in Rome, maar kwam eerder vrij. Daarna heeft hij Paulus en ook anderen opgezocht in de gevangenis. Hij inspireert ons om zijn voorbeeld na te volgen.

De Stichting Epafras wordt geleid door een directeur. Deze wordt bijgestaan door een medewerker op kantoor. Dat is hard nodig, want het regelen van de bezoeken vraagt heel wat organisatie. Daarnaast doet Epafras nog meer. In samenwerking met Reclassering Nederland en Prison Law geven we het driemaandelijks tijdschrift ‘Comeback’ uit. Met nieuws, informatie over recht en vol brieven van andere gedetineerden. Ook onderhouden we contacten met familieleden als gedetineerden dat zelf niet kunnen. We beantwoorden brieven van gedetineerden of verwijzen hen door naar de juiste instanties. We koppelen vrijwilligers via het Correspondentieproject aan gedetineerden. En we zorgen samen met Gevangenenzorg Nederland dat kinderen van gevangenen in het buitenland een verjaardagscadeau krijgen. Alles om de zware tijd in detentie iets lichter te maken.

Epafras doet alles om de zware tijd in detentie iets lichter te maken

Financieel is de stichting voor een groot deel afhankelijk van donaties en giften. Gelukkig zijn er mensen die ons ondersteunen. Bijvoorbeeld kerken die één of meerdere keren Epafras tot collectedoel maken. Of verenigingen die in ons werk geïnteresseerd zijn. Ook worden we uitgenodigd om te komen vertellen over ons werk. Dat doen we graag. Misschien is dat een idee voor uw gemeente?

Op bezoek

Het is heel bijzonder om dit vrijwilligerswerk te mogen doen. Een aantal van mijn collega’s bij Epafras heeft ervaring als geestelijk verzorger bij Justitie. Voor mij was het, vanuit mijn achtergrond als geestelijk verzorger in een zorginstelling, een nieuwe stap. Toch werd mij snel duidelijk dat er weinig verschil is. Het gaat immers steeds om mensen. En of je nu binnen of buiten ‘de muren’ zit, ieder heeft zijn dromen en verlangens, zijn vragen en twijfels. Vreugde en verdriet, kracht en onmacht. Mijn contact met zoveel verschillende gedetineerden heeft mij veel gebracht en veel geleerd. Het heeft vooroordelen weggenomen. Ik weet nu dat het iedereen kan overkomen. Of je jong of oud bent, man of vrouw, rijk of arm. Als een mens in een bepaalde situatie terecht komt, kunnen er dingen mis gaan. Dat kan ook mij treffen, of mijn kinderen. Ik ben anders over criminaliteit en over strafbare feiten gaan denken en heb veel respect voor de vele mensen, mannen en vrouwen, die zich door hun detentieperiode heen slaan. Die durven te kijen naar wat er verkeerd ging. Die de kracht zoeken het na vrijlating anders te doen.

Ik weet nu dat het iedereen kan overkomen. Het kan ook mij treffen, of mijn kinderen

Het blijft bijzonder om naar de verschillende levensverhalen te luisteren. Om samen te zoeken naar andere wegen. Zoeken naar draagkracht en vertrouwen. Om de vraag te durven stellen waar God is. Telkens weer duikt Hij op in de gesprekken. Dikwijls in een zuchten: ‘Hij is de Enige die weet wat ik doormaak. Hij die altijd bij mij is.’ In het verlangen. In gezang, zoals de jonge vrouw die als dank voor mijn bezoek spontaan een gospel ten gehore bracht. Ontroerend. En in schriftlezing, in gebed. Misschien nog het meest in de stilte. Hij, Aanwezige in iedere ontmoeting.

Ter illustratie van mijn gesprekken met mensen in detentie bijgaand verhaal. Het betreft een bezoek aan een jonge vrouw die, vanuit de gevangenis, opgenomen werd in een ziekenhuis in Midden-Amerika.

Ziekenbezoek

Het is vrij rustig op zaal. Van de zes bedden zijn er drie bezet.

Joanne ligt in de hoek, vlakbij het hoge raam. Ze is tenger gebouwd en heeft een mager, bleek gezicht en kort, zwart haar. Tussen de witte lakens oogt ze klein en kwetsbaar.

Toch is de blik waarmee ze de arts aankijkt, die aan het voeteneind van haar bed staat, krachtig.

Hij doet zijn ronde en neemt alle tijd voor haar. Gelukkig spreekt ze vloeiend Spaans en begrijpt ze het nieuws dat hij brengt: de oorzaak van haar pijnklachten blijkt gevonden. Helaas zal de ziekte niet meer verdwijnen, maar er is behandeling mogelijk en met goede medicatie zullen de verschijnselen verminderen. Joanne knikt: de medicijnen hebben al effect en ze voelt dat ze weer wat meer energie krijgt.

‘Ik wil zo graag een goede moeder zijn.’

De arts is naar een volgende patiënt en ik heb op uitnodiging van Joanne op het krukje naast haar bed plaats genomen. Het duurde een tijd voordat alle formaliteiten waren afgehandeld en ik door het doolhof van gangen in dit staatsziekenhuis op de tweede verdieping de juiste zaal vond, maar nu kan ik er voor haar zijn. Ze heeft weinig aansporing nodig, blij verrast als ze is met mijn bezoek.

‘Mijn moeder zorgt goed voor hen, maar het is zwaar voor haar. Ik voel me zo schuldig dat zij het nu zo druk heeft. ‘ Ze valt even stil. ‘Ze denken dat ik in het buitenland aan het werk ben.’ Een kleine glimlach speelt om haar lippen. ‘Die kleine. Die is nu alweer 5. Ik ga het zelf doen. Echt, het gaat me lukken. Straks als alles voorbij is, ga ik werk zoeken en kan ik voor ze zorgen.’

Joanne zakt weg in de kussens. Sluit haar ogen, moe van haar eigen woordenstroom.

‘Wil je voor me uit de bijbel lezen?’ Ik sla de bijbel die ik voor haar heb meegenomen open bij de psalmen. Nummer drieëntwintig, vraagt ze. Een lied van de Heer, van David voor iedereen. Voor jong en oud. Altijd weer. Oud en vertrouwd. Vandaag verrassend actueel . Speciaal voor haar om kracht en het goede spoor.

We eindigen met gebed. Voor geborgenheid en vertrouwen, voor alles waar ze zo hartstochtelijk naar verlangt. Een lange stilte. Voluit amen.

Ik moet gaan. Als ik bij de deur ben, steken we beiden kort onze hand op. Nog even en ze zal terug moeten naar de gevangenis. Terug naar de cel die ze al twee jaar met ruim 20 andere vrouwen deelt.

Op de gang groet ik de twee vrouwelijke bewakers aan weerszijden van de ingang van de zaal. Dan de trappen af. Door een lange hoge gang met witgepleisterde muren, via een binnentuin naar het andere gedeelte van het gebouw, waar de hoofduitgang is. Maar eerst is daar, aan de rechterkant, de kapel. Voorzichtig duw ik tegen de zware houten deur. Er is niemand. Voorin een eenvoudig kruis. Tegen een zijwand een prachtige, kleine icoon van Maria met Jezus. Kaarsen die aangestoken kunnen worden. Ik neem er een en zet hem behoedzaam bij Maria.

Licht dat leven geeft. Dat kan Joanne wel gebruiken. En ik ook.

Wellicht ook interessant

Nieuwe boeken