Bij Hebreeën 6,13-20 (en Lucas 6,27-35)Zondag Reminiscere (= zich herinneren, gedenken) verwijst naar het introïtusgebed van deze tweede zondag van de Veertigdagentijd, Psalm 24,6: ‘Gedenk uw barmhartigheid, Heer, en uw gunstbewijzen, want die zijn van eeuwigheid’ (NBG ’51). Deze bede sluit goed aan bij de onwrikbaar vaste betrouwbaarheid van Gods beloften en de hoop die wij daaraan kunnen ontlenen, waar het in de perikoop uit de Hebreeënbrief van vandaag over gaat.Hebreeën 6,13-20 vormt een scharnier tussen een eerste begin met de voor deze brief zo kenmerkende ‘hogepriester-¬christologie’ (Hebreeën. 4,14-5,10) en een meer uitvoerige uiteenzetting daarvan in hoofdstuk 7. Hoofdstuk 5,11