Bij Ezechiël 1,3-5a.26-28a, Psalm 47, Handelingen 1,1-11, Lucas 24,49-53 en Marcus 16,19-20In de turbulente geschiedenis van Israël hebben geloofsgemeenschappen zich telkens opnieuw afgevraagd, welke macht uiteindelijk het grootst zou zijn: die van hun God of die van de goden van de volkeren die hen met man en macht overvallen? De God die opkomt voor de zwaksten in de samenleving en slaven bevrijdt uit Egypte? Of toch de wereldse machten die sterker lijken? Zoals de keizer onder wiens gezag het volk bezet is en Jezus gekruisigd?In diverse literaire genres spreken gelovigen hun geloof en hoop uit dat, als het erop aankomt,
Het volledige Premium-artikel lezen?
Dit artikel is voor Premium-leden.
Log in en lees onbeperkt alles op Theologie.nl. Nog geen lid?
Krijg toegang tot ruim 11.500 artikelen, waaronder verdiepende vakinhoud, preekschetsen, exegeses, kindermomenten en preekvoorbeelden.
Bekijk Premium >
InloggenLid worden