Hemelvaart
Bij Lucas 24,49-53
Steven vindt Hemelvaart maar een stom feest. Eerst dacht hij nog dat Jezus met een bootje naar de hemel ging, dat klonk wel leuk. Maar toen zei iemand dat ‘vaart’ net zoiets betekent als ‘gaan’. Met hemelvaart váárt Jezus dus niet naar de hemel, maar gáát Hij naar de hemel. Maar dan is het toch eigenlijk helemaal geen feest? Want hoe kun je nu feesten als er iemand weggaat? Jezus gaat naar de hemel en de mensen vieren feest. Nou, Steven had liever gehad dat Jezus was gebleven. Dan had de wereld er vast heel anders uitgezien. Bovendien had Steven nog wel wat vragen aan Jezus. Bijvoorbeeld waarom zijn hond Banjer doodging. En waarom Patricia niet verliefd op hem wordt. En waarom Hemelvaart een feest is dus.
Wat zouden jullie aan Jezus vragen, als Hij nog op aarde zou zijn?
Stevens moeder probeert het uit te leggen, van die hemelvaart: ‘Jezus ging naar de hemel. Je zou ook kunnen zeggen dat Hij terug naar huis ging. Hij ging naar huis om dicht bij God, zijn vader te zijn. Dat is toch fijn?’
‘Jawel,’ zegt Steven, ‘voor Hem wel, maar voor ons niet! Toen Banjer doodging, ging die ook naar de hemel, maar toch was iedereen verdrietig.’
‘Maar dat is nu juist het bijzondere,’ zegt Stevens moeder. ‘Jezus ging niet dood. Hij ging zomaar, tjoeps, naar de hemel. Dat gebeurde met alle heilige mensen vroeger. Dat was ook zo bij Elia bijvoorbeeld.’
Steven snapt het nog niet helemaal, maar dat Jezus in één keer naar de hemel ging, dat is wel heel bijzonder. Eigenlijk bewees hij toen dat hij echt anders was dan andere mensen, een soort van heilig zeg maar. Of een soort God. En toch een mens. Steven raakt een beetje in de war van zijn eigen gedachten, maar hij snapt wel beter waarom Hemelvaart een feest is.