Menu

Premium

Het begin van het einde

Tweede zondag van Advent (alternatief bij Openbaring 10)

Het is vandaag de tweede zondag van Advent. Met de evangelieboodschap van Openbaring 10:7 midden in de donkere dagen voor Kerstmis vatten we moed om de zware weken van de Voleinding achter ons te laten en vooruit te zien naar de Advent van onze Heer.

Openbaring 10-11 vinden we midden in het bijbelboek en kon er weleens het hart van zijn. Hier klinkt voor het eerst in Openbaring euaggelizomai (= verkondigen van de overwinning, de blijde boodschap brengen), waar de engel de voltooiing van Gods geheim voorzegt ‘zoals Hij zijn knechten, de profeten heeft verkondigd’ (NBV: ‘heeft beloofd’ – 10:7). Alle rampen, ellende en gevechten met de duivel en zijn trawanten lopen ten slotte uit op de overwinning van Hem die op de troon zit en van het Lam.

Machtige engel

We zijn gevorderd in het boek waarvan het Lam de zegels verbrak. Tussen het eerste en het tweede ‘wee’ daalt plotseling een machtige engel uit de hemel neer op aarde. Alle rampen die de mensen treffen vallen stil, en de lezer en de profeet kunnen even op adem komen. De engel toont een weids vergezicht: we kunnen zien vanwaar de drie weeën van de vijfde, de zesde en de zevende bazuin worden aangestuurd (Openbaring. 9:12; 11:14.15).

De engel – machtig, sterk – komt uit de onmiddellijke nabijheid van de troon in de hemel. We kunnen het aan hem zien: zijn verschijning wordt beschreven als een theofanie. We vinden die bij deze engel, maar ook in de boeken van Israël: in de hemel, bij de troon, bij Hem die op de troon zit en bij de aanbidding van het Lam (Openbaring 1:12-16; 4-5). Een wolk omhult de engel, de (regen)boog is om zijn hoofd, zijn gezicht is als de zon, zijn benen/voeten zijn als zuilen van vuur (10:1).

Boekje

In zijn hand heeft hij een biblaridion. Dit zeldzame woord is afgeleid van het klassiek-Griekse biblos (= boek). Het Koinè-Grieks gebruikt voor ‘boek’ gewoonlijk het verkleinwoord biblion (= boekje); zo ook in Openbaring 5,1 voor het zwaar verzegelde boek in de hemel. Het boekrolletje (Openbaring 10:2.8.9.10) is minder vol geschreven en moet wel veel kleiner zijn; vandaar een dubbel verkleinwoordje (Gr.: biblaridion). Het is open, te lezen voor iedereen (10:2). Een ‘boek’ in de Bijbel legt vast wat niet veranderd kan of mag worden, zoals de Tora. Ook Gods plannen met de toekomst van de wereld en de gemeenschap zijn in boeken vastgelegd, zoals in Openbaring 5:1 en 10:2.8.9.10 en verschillende apocalyptische geschriften uit de joodse traditie.

Zeven donderslagen

Met beide voeten houdt de engel het land en de zee bijeen; de hele schepping komt tot rust. Hij spreekt met een luide stem en onmiddellijk laten ‘de’ zeven donderslagen hun imponerende stem horen (10:2-3). We kennen de donder van de verschijning van God op de Sinai (Exodus 20:18), een angstaanjagende openbaring voor het volk. De ‘zeven’ donderslagen laten zien: de hemelse stem vertelt en onthult alles. De profeet hoort en verstaat hun boodschap. Hij wil alles opschrijven, maar hij moet het van de hemel ‘verzegelen’ (10:4 – NBV: ‘geheimhouden’). De mensen hebben er nu, halverwege de Openbaring, genoeg aan te weten wat de hemel hun in het biblaridion meedeelt. Aan het eind (22:10) moet de profeet de profetie van het boek niet verzegelen, ‘want de tijd is nabij’; de Heer komt spoedig en geheimen bij God zullen er niet meer zijn. Denk hier ook aan het verzegelde boek waarvan alleen het Lam bij de troon het waardig is de zegels te openen (5:9). De profeet hoort en verstaat wel wat de zeven donderslagen zeggen, maar hij mag het niet doorgeven op aarde.

Geen tijd meer

Nu heft de engel zijn rechterhand naar de hemel. De verbinding tussen hemel en aarde doet denken aan de droom van de Jacobsladder (Genesis 28:12-13). Zijn hand is geheven voor een eed. Nog steeds met zijn voeten op het land en de zee zweert de engel bij de schepper die ‘tot in eeuwigheid leeft’ (Openbaring 10:6). Zo maakt hij al zijn woorden betrouwbaar. Betekent chronos ouketi estai ‘er is geen tijd meer’ in de zin van: het is (bijna) zover? Of: ‘het is de hoogste tijd?’ Of: ‘tijd bestaat niet meer?’ Met het verbreken van het zevende zegel (8:1) is het einde begonnen, na het grote wierookoffer. Als de zevende engel zijn bazuin laat klinken (11:15) is de hele boodschap van het verzegelde boek (‘het geheimenis van God’) ‘voleindigd’ (Gr.: etelesthe, aoristus passief – 10:7). Zo had God al eeuwen het overwinningsbericht gegeven (Gr.: euèggelisen, aoristus) aan zijn eigen slaven, de profeten. Zo is het aan ‘Johannes’ volledig bekendgemaakt.

Veel is er gezien en gezegd. De engel houdt nog steeds het open boekje in zijn hand. De hemel maant de profeet nu het uit de hand van de engel te gaan halen. Voor hem een soortgelijke ervaring als Ezechiël bij diens roeping (Ezechiël 2:9-3:3): de hemelse boodschap is zoet als honing in zijn mond. Ezechiël moest de boodschap uit de hemel aan de ‘weerspannige Israëlieten’ brengen en zou daarbij meer dan eens voor zijn leven moeten vrezen (2:3-7). Het boekje van ‘Johannes’ is zoet in de mond; het is de goede boodschap van God. In zijn maag brandt het bitter. Hij moet opnieuw (Gr.: palin) profeteren over talrijke landen en volken en koningen. De zoete verlossing van de gelovigen is voor hen een harde boodschap, voor de profeet mogelijk gevaarlijk (Openbaring 10:11).

Het derde ‘wee’ (11:15) brengt ons in de hemel: God is overwinnaar, de tempel gaat open en de Ark van het Verbond verschijnt voor de ogen van de mensen (11:19). Haalt God zijn troon tevoorschijn om in een nieuwe Tent van Ontmoeting weer bij de mensen te gaan wonen?

Deze exegese is opgesteld door Hans Fortuin.

Wellicht ook interessant

Nieuwe boeken