Menu

Premium

Het Eerste Testament bekrachtigd

Bij Hebreeën 10,11-18 en Lucas 22,14-20 of Lucas 22,14-33

Waarom is deze nacht… anders? Deze nacht, deze avond is anders omdat we vieren dat er een nieuw verbond is en wordt gesloten, aan de tafel van de gedachtenis, waarbij een nieuw gebod wordt gegeven. ‘Mandatum novum do vobis,’ zong de antifoon ooit tijdens de voetwassing in de viering. ‘Een nieuw gebod geef Ik jullie, dat jullie elkaar liefhebben, zoals Ik jullie heb liefgehad’ (Johannes 13,34). En aan het eind volgde de indringende beurtzang ‘Ubi caritas et amor, Deus ibi est. Congregavit nos in unum Christi amor.’ ‘Daar waar liefde is en vriendschap, daar is God. De liefde van Christus verzamelt ons tot één.’

De Hebreeënbrief spreekt van dat ‘nieuw verbond’ (Latijn: novum testamentum; Grieks: diathèkè kainè) dat God zal sluiten met het huis Israël en het huis Juda (Hebreeën 8,8, zie zondag Laetare, vierde van de Veertigdagentijd). En ook komt het Eerste Testament erin ter sprake (Hebreeën 9,1.15-18, zie zondag Judica, vijfde van de Veertigdagentijd), een testament dat nog steeds rechtsgeldig is. Het wordt nu toegepast, bekrachtigd.

‘Een nieuw verbond in mijn bloed’

Vanwege het offer. Zo zou je de liturgische vraag van het jongste kind aan de Pesachmaaltijd: ‘Waarom is deze nacht anders dan alle andere nachten?’ ook kunnen beantwoorden. We zitten – of staan! – deze nacht aan tafel vanwege de maaltijd die de gedachtenis van de bevrijding uit Egypte, uit de dood, actualiseert, omdat dit de nacht is van het offer dat de Heer brengt. Want in deze nacht heeft de Heer ons bevrijd, toen wij het bloed van het lam – een eersteling – moesten nemen en aan onze deuren strijken. Dit is de nacht waarin Hij de beker en het brood nam, dankte, de zegen uitsprak, deelde en sprak: ‘Dit is een nieuw verbond, met mijn bloed gesloten’ (vgl. Lucas 22,20). Rond dit geheimenis cirkelt de predikant van de Hebreeënbrief die de sfeer ademt van een uitgebreide meditatie, bestemd voor christen-geworden joden of joden-christenen. Het is het geheimenis van de nacht waarin de doorbraak naar het licht, de bevrijding, de nieuwe morgen, ja, naar de nieuwe schepping gestalte krijgt en, bewust of onbewust, ervaren wordt. Die doorbraak, de uiteindelijke bevrijding die wordt ontvangen en levenslang geldt, kan alleen door een offer tot stand komen. Eén (lam, bokje, eersteling) voor allen. Eens en voor al.

Geen herhaling van het offer meer nodig…

De NBV helpt ons stil te staan bij de betekenis en draagkracht van wat volgens de brief een verbond is. In een toelichting bij Hebreeën 9,15-16 geeft ze aan dat de tekst speelt met de twee betekenissen van het Griekse woord diathèkè: ‘testament’ en ‘verbond’. Het eerste is een verklaring waarmee iemand – eenzijdig – regelt dat zijn bezit bij overlijden toekomt aan bepaalde personen of instellingen. Bij een verbond worden minstens twee partijen verondersteld, waarbij het verbroken wordt wanneer een partij zich er niet aan houdt. De andere partij is dan gerechtigd zich er ook niet meer aan te houden, alhoewel iemand kan besluiten om dat wel te doen. Zo handelde de Heer regelmatig. Wanneer zijn volk het verbond verbrak, wilde Hij het toch voortzetten. Hij was het aan zichzelf verplicht. Maar nu is het anders geworden.

De predikant komt in deze hoofdstukken (vanaf 8,1) tot de kern van zijn betoog. Hij stelt dat het eerste verbond met alle overtredingen die wij daartegen pleegden en plegen – waar we eindeloos mee door kunnen gaan en ook daadwerkelijk doorgaan, en waarvan de verzoeningsrituelen ons niet wezenlijk vrij maken, omdat we telkens weer zondigen – door ‘het offer van het lichaam van Jezus Christus’ (10,10) is opgeheven, en dat het tweede, het nieuwe verbond van kracht is geworden. Het logische gevolg daarvan is dat het priesterwerk voorbij is (10,11). De priesters gaan nog wel door met hun offers, maar deze zijn in wezen overbodig. We zijn allen een geheiligd priesterlijk volk geworden. Wij, die ons door Christus Jezus laten heiligen, zijn dankzij de Ene, de Hogepriester, ‘voorgoed tot volmaaktheid gebracht’ (10,14).

…wel actieve gedachtenis

Woorden als testament, verbond, eerste en tweede, oude en nieuwe, zijn voor ons vaak zo door een bepaalde theologische visie ‘vastgezet’, dat we nauwelijks meer de ruime, open symboolwaarde erin horen. Bij ‘Oude Testament’ denken we aan ‘de Bijbel van de joden’, die ‘we’ dan nog wel hebben, maar die we toch vaak als achterhaald en onbekend ervaren. In ‘testament’ horen we nauwelijks meer het woord ‘verbond’. ‘Oud’ klinkt zo’n beetje als ‘afgedaan, versleten, te vervangen’ en ‘nieuw’ als ‘must have, eigentijds, het betere’. Maar die tegenstelling wordt in de Schriften niet op het schild geheven. Integendeel: ‘voor wie de wet van Mozes naast zich neerlegt is er geen pardon’ (Hebreeën 10,28 – NBV). Waar het op aankomt, is dat we niet ‘de Geest van de genade’ verachten (10,29). Het citaat uit Psalm 110,1 (‘zijn vijanden gemaakt tot een voetbank voor zijn voeten’, Hebreeën 10,13) wordt gebruikt om nog eens de directe zeggenschap van God voor zijn Zoon aan te geven. Ieder zal het zien en geloven. Het hele volk Gods komt tot dit getuigenis, want: ‘Ik zal het verbond in hun hart leggen, in hun verstand neerschrijven’ (10,16, vgl. Jeremia 31,33). Dat alles vanwege die Ene die heeft gezegd: ‘Hier ben ik, om uw wil te doen’ (10,7.9). Rondom zijn gedachtenis zijn we hier vanavond samengekomen.

‘Ik heb er hevig naar verlangd…’ zegt Jezus (Lucas 22,15). Lucas kent ongetwijfeld de gedachtegang van de Hebreeënbrief. In zijn evangelie zegt Jezus: ‘Deze beker, voor jullie uitgegoten, is het nieuwe verbond dat door mijn bloed gesloten wordt’ (22,20). Het bloed dat ‘over ons komt’ is een teken van bevrijding, van vergeving, niet van verdelging of verdoemenis. ‘Doe dit, telkens opnieuw, om mij te gedenken’ (22,19).

Bij Hebreeën 10:11-18 en Lucas 22:14-20 of Lucas 22:14-33

Wellicht ook interessant

Nieuwe boeken