Het gebed (vraag 116 t/m 129)
Onderdeel van de Heidelbergse Catechismus
ZONDAG 45
Vraag 116: Waarom hebben de christenen het gebed nodig?
Antwoord: Omdat het gebed het voornaamste deel van de dankbaarheid is, die God van ons eist. En omdat God zijn genade en de Heilige Geest alleen wil geven aan hen die Hem met een innig verlangen zonder ophouden daarom bidden en daarvoor danken.
Vraag 117: Wat behoort tot een gebed dat God aangenaam is en door Hem wordt verhoord?
Antwoord: Ten eerste, dat wij alleen de enige, ware God, die zich in zijn Woord aan ons geopenbaard heeft, van harte aanroepen om alles wat Hij ons geboden heeft Hem te vragen. Ten tweede, dat wij onze nood en ellende goed en grondig kennen, opdat wij ons voor het aangezicht van zijn majesteit verootmoedigen. Ten derde, dat wij deze vaste grond hebben, dat God ons gebed, hoewel wij het niet waardig zijn, omwille van de Here Christus, zeker wil verhoren, zoals Hij ons in zijn Woord beloofd heeft.
Vraag 118: Wat heeft God ons bevolen Hem in het gebed te vragen?
Antwoord: Alles wat wij naar geest en lichaam nodig hebben, zoals de Here Christus dat heeft samengevat in het gebed dat Hijzelf ons geleerd heeft.
Vraag 119: Hoe luidt dat gebed?
Antwoord: Onze Vader, die in de hemelen zijt.
1. Uw naam worde geheiligd.
2. Uw rijk kome.
3. Uw wil geschiede, op de aarde zoals in de hemel.
4. Geef ons heden ons dagelijks brood.
5. En vergeef ons onze schulden, gelijk ook wij vergeven onze schuldenaren.
6. En leid ons niet in verzoeking, maar verlos ons van de boze.
Want van U is het rijk en de kracht en de heerlijkheid in eeuwigheid.
Amen [Matt. 6:9-13].
ZONDAG 46
Vraag 120: Waarom heeft Christus ons geboden God aldus aan te spreken: Onze Vader?
Antwoord: Om van meet af aan, bij het begin van ons gebed, in ons het kinderlijk ontzag en vertrouwen op God te wekken, die samen de grond van ons gebed vormen, namelijk dat God door Christus onze Vader is geworden en dat Hij ons datgene waarom wij Hem met een oprecht geloof bidden, veel minder zal weigeren dan onze vaders ons aardse dingen ontzeggen.
Vraag 121: Waarom wordt hier bijgevoegd: die in de hemelen zijt?
Antwoord: Opdat wij over de hemelse majesteit van God niet op aardse wijze denken, en van zijn almacht verwachten al wat wij voor lichaam en ziel nodig hebben.
ZONDAG 47
Vraag 122: Wat is de eerste bede?
Antwoord: Uw naam worde geheiligd. Dat wil zeggen: geef ons ten eerste dat wij U op de juiste wijze kennen en U heiligen, roemen en prijzen om al uw werken, waaruit uw almacht, wijsheid, goedheid, gerechtigheid, barmhartigheid en waarheid helder stralen. Vervolgens dat wij ons gehele leven, onze gedachten, woorden en werken, daarop richten dat uw naam om onzentwil niet gelasterd maar geëerd en geprezen wordt.
ZONDAG 48
Vraag 123: Wat is de tweede bede?
Antwoord: Uw rijk kome. Dat wil zeggen: regeer ons zo door uw Woord en uw Geest, dat wij ons hoe langer hoe meer aan U onderwerpen; bewaar uw kerk en breid haar uit; vernietig de werken van de duivel en elke macht die zich tegen U verheft, evenals alle boze plannen die tegen uw heilig Woord beraamd worden; totdat de volkomenheid van uw rijk aanbreekt, wanneer Gij alles zult zijn in allen.
ZONDAG 49
Vraag 124: Wat is de derde bede?
Antwoord: Uw wil geschiede op de aarde zoals in de hemel. Dat wil zeggen: geef dat wij en alle mensen onze eigen wil prijsgeven en uw wil, die alleen goed is, zonder enig tegenspreken gehoorzamen; opdat aldus ieder zijn opdracht en roeping even gewillig en getrouw mag vervullen als de engelen in de hemel.
ZONDAG 50
Vraag 125: Wat is de vierde bede?
Antwoord: Geef ons heden ons dagelijks brood. Dat wil zeggen: wil in alle behoeften van ons lichaam voorzien, opdat wij daardoor erkennen, dat Gij de enige bron van alle goeds zijt en dat noch onze zorg en moeite noch uw gaven ons ten goede komen zonder uw zegen, en dat wij daarom ons vertrouwen van alle schepselen afwenden en op U alleen stellen.
ZONDAG 51
Vraag 126: Wat is de vijfde bede?
Antwoord: Vergeef ons onze schulden, gelijk ook wij vergeven onze schuldenaren. Dat wil zeggen: wil ons, arme zondaren, al onze zonden en ook de verdorvenheid die ons altijd aankleeft, omwille van het bloed van Christus niet toerekenen, zoals ook wijzelf het als een getuigenis van uw genade in ons bevinden, dat het ons vaste voornemen is onze naaste van harte te vergeven.
ZONDAG 52
Vraag 127: Wat is de zesde bede?
Antwoord: En leid ons niet in verzoeking, maar verlos ons van de boze. Dat wil zeggen: omdat wij uit onszelf zo zwak zijn, dat wij geen ogenblik staande zouden kunnen blijven, en omdat bovendien onze doodsvijanden, de duivel, de wereld en ons eigen vlees, niet ophouden ons aan te vechten, wil ons toch door de kracht van uw Heilige Geest overeind houden en sterken, opdat wij in deze geestelijke strijd niet bezwijken, maar altijd krachtig weerstand bieden, totdat wij uiteindelijk volkomen de overhand krijgen.
Vraag 128: Hoe besluit u uw gebed?
Antwoord: Want van U is het rijk en de kracht en de heerlijkheid in eeuwigheid. Dat wil zeggen: dit alles bidden wij U, omdat Gij als onze koning, die de macht over alles bezit, zowel de wil als het vermogen hebt ons alle goeds te geven; en dit alles opdat daardoor niet ons, maar uw heilige naam eeuwig lof wordt toegebracht.
Vraag 129: Wat betekent het woordje amen?
Antwoord: Amen wil zeggen: het zal waar en zeker zijn. Want het is veel zekerder dat God mijn gebed verhoort, dan dat ik in mijn hart voel dat ik dit van Hem verlang.
Onderdeel van de Heidelbergse Catechismus.
Ook onderdeel van een uitgave van de Nederlandse Belijdenisgeschriften (KokBoekencentrum, 2020).