Het geheim van Handelingen – Tom Wright
In Het geheim van Handelingen opent Tom Wright, een van de meest vooraanstaande nieuwtestamentici, een frisse en toegankelijke kijk op dit centrale boek uit het Nieuwe Testament. Met zijn diepgaande inzicht in theologische nuances en culturele context laat Wright het verhaal van de vroege kerk tot leven komen. Dit inspirerende commentaar is perfect voor wie zijn eigen bijbellezing wil verdiepen en de verborgen kracht van de kerk wil herontdekken. Een onmisbare gids voor zowel beginners als doorgewinterde lezers van de Bijbel.
Dit artikel geeft een voorproefje van dit boek: het bevat de eerste twee paragrafen van hoofdstuk 2.
Handelingen 2-4: De nieuwe tempel
Inleiding
De schitterende scène die door Lucas beschreven wordt in Handelingen 2 is natuurlijk de Pinksterdag. Nu associëren de meeste mensen het woord ‘Pinksteren’ met de pinkstergemeenten en de bijzondere ervaringen waarom ze bekendstaan, met name het spreken in tongen. In mijn tienertijd vormden de pinksterkerken in het Verenigd Koninkrijk een heel kleine minderheid. Ik herinner me nog levendig hoe geschokt ik was toen zo rond mijn twintigste eerst iemand uit mijn naaste familie, die terugkwam van een zendingsreis van een jaar, in tongen was gaan spreken, en ik daarna verliefd werd op een meisje dat was opgegroeid in een traditionele pinkstergemeente. In korte tijd leerde ik een heleboel.
Tegenwoordig zijn de pinksterbeweging en de daaraan verwante charismatische beweging natuurlijk veel meer ingeburgerd. Ze hebben een grote bijdrage geleverd aan het historisch anglicanisme en het rooms-katholicisme – tot grote bezorgdheid van sommige aanhangers van deze geloofsrichtingen. Maar ik denk dat velen van ons zijn gaan inzien dat God allerlei opmerkelijke dingen kan doen, en ook doet, die ons vroegere voorstellingsvermogen overstijgen: nieuwe dingen die niet passen in het veilige patroon van onze eerdere theologie en spiritualiteit.
In de pinkster- en charismatische theologie, die deels geworteld zijn in de negentiende-eeuwse ‘heiligingsbeweging’, speelt het concept van de ‘tweede zegen’ vaak een grote rol. Waar het om gaat is dat mensen na een aanvankelijke bekeringservaring op een later moment merken dat ze gegrepen – of op een nieuwe manier vervuld – worden door de heilige geest, waardoor ze (zo lijkt het) in hun christelijke ervaring worden opgetild naar een hoger plan. Mensen die deze ‘tweede zegen’ onderwijzen en proberen te bevorderen, beroepen zich vaak op bepaalde gedeelten in Handelingen, en speciaal op dit hoofdstuk. Ze stellen dan dat de leerlingen, die al toegewijde volgelingen van Jezus waren, vervolgens, in een soort tweede fase, vervuld moesten worden met de geest, met alles wat daaruit voortvloeide.
Maar voor mij is het duidelijk dat zulke vragen thuishoren in behoorlijk moderne analyses van geestelijke vorming, waarin Lucas totaal niet geïnteresseerd is. Hij geeft geen overzicht van de verschillende fasen in de geestelijke ontwikkeling van de leerlingen, maar hij heeft het over de geboortedag van de Kerk. En zoals vaak gebeurt wanneer mensen zich op een bepaald bijbelgedeelte beroepen om een punt te maken waarover dat gedeelte zelf niet spreekt, wordt datgene waar het de schrijver om gaat gemakkelijk uit het oog verloren. En dus wordt in discussies over pinkster- en charismatische verschijnselen, frustrerend genoeg, niet opgepikt waarover het op die eerste Pinksterdag volgens Lucas zelf ging.
De vervulling van Gods belofte om bij zijn volk te wonen
Lucas laat al direct aan het begin van Handelingen 2 zien waar het volgens hem om draait, en dat werkt hij verder uit in de rest van het hoofdstuk en in de hoofdstukken 3 en 4. Hij verankert zijn beeld van Pinksteren stevig in de Schrift, en de bijbelgedeelten die hij citeert gaan niet over niveaus of fasen van ‘christelijke ervaring’. Ze gaan, als je dat zo kunt zeggen, over Gods eigen ‘ervaring’. Het grote, overkoepelende verhaal van de Bijbel is niet (om een al eerder gemaakt punt te herhalen) hoe mensen ‘naar boven’ gaan om met God te leven. Het gaat over Gods plan om naar ons toe te komen en bij en met ons en, zoals we zullen zien, zelfs in ons te wonen.
Het punt van Pinksteren is dus niet simpelweg dat God degenen die bij Hem horen een nieuwe stoot geestelijke energie geeft zodat ze kunnen evangeliseren, onderwijzen, bijzondere genezingen kunnen verrichten enzovoort.
Het punt is dat God thuiskomt: God doet eindelijk wat Hij al heel lang gewild en beloofd heeft. Na zijn komst in de persoon van zijn Zoon om de messiaanse profetieën te vervullen, komt God nu in de persoon van zijn geest om, nog veel persoonlijker, de belofte te vervullen om in en bij zijn volk te zijn. En door de manier waarop Lucas zijn verhaal opbouwt, laat hij ons weten dat God het verbond met Israël vernieuwt en een begin maakt met de uitvoer van zijn oorspronkelijke, wereldwijde doelstelling.
Dat is nogal een mondvol. En het is niet de manier van denken van de meeste moderne christenen, inclusief de charismatici. Maar dit is wel waar Lucas het over heeft. Dus hoe moeten we dat zien?
In het eerste hoofdstuk heb ik gezegd dat in Handelingen 1 hemel en aarde op een nieuwe manier worden samengevoegd, en dat een deel van de aarde, Jezus’ stoffelijke lichaam, nu verhoogd wordt in de hemel. Hier in Handelingen 2 zien we hoe de hemelse adem mensen op aarde komt bezielen. Deze vereniging van hemel en aarde, precies datgene waarvoor Jezus zijn volgelingen opdroeg te bidden, is de vervulling van Gods oorspronkelijke bedoeling. Hierdoor worden de twee helften van de schepping aan elkaar gesmeed tot een nieuwe, diepe eenheid.
Nu moeten we even diep ademhalen en proberen te denken zoals de mensen in de antieke wereld dachten. In de antieke wereld (behalve bij sommige filosofen zoals de epicuristen) waren de woonplaats en de bezigheden van de goden en die van de mensen potentieel op elkaar betrokken. Dat was vaak verwarrend en niet zelden gevaarlijk.
De Bijbel is het verhaal over hoe God zijn oorspronkelijke plan, bij zijn volk wonen, vervult
Deze overlap van sferen werd gesymboliseerd door, en kreeg stoffelijk vorm in, de bouw van tempels. We hebben al gezien dat tempels feitelijk een plek zijn waar hemel en aarde samenkomen, plekken waar bepaalde goden woonden en hun aanwezigheid kenbaar maakten aan degenen die hen dienden, en waar die laatsten op hun beurt naartoe kwamen om te bidden, te vereren, geschenken te geven en te offeren. En natuurlijk stond er in het hart van die tempels een beeld van de godheid, waarop de aanbidders hun verering konden richten en waarin de kracht van de godheid aanwezig was en actief kon zijn.
Nu we dat helder hebben, moeten we terug naar Genesis. In Genesis 1 is de schepping zelf een tempel: een constructie van hemel-en-aarde met in het hart ervan een beeld. Het beeld is daar natuurlijk de mens, man en vrouw samen. Gods scheppingsproject was het maken van een wereld waarin Hij zelf thuis zou kunnen komen bij de menselijke schepselen die zijn beeld droegen.
Let op wat er dan gebeurt. Als het allemaal verschrikkelijk uit de hand loopt, laat God zijn project niet aan zijn lot over. Hij is nog steeds vastbesloten om onder zijn menselijke schepselen te wonen, en hen op te roepen om ‘beelddragers’ te zijn als weerspiegeling van zijn plannen voor de wereld. God roept Abraham en zijn nakomelingen om een begin te maken met zijn nieuwe hemel-en-aarde-project. Hoe gaat dat in zijn werk? Wel, om een lang verhaal kort te maken, met Pesach redt Hij zijn volk van de slavernij in Egypte. Daarna geeft Hij Mozes op de berg Sinai de Thora en daarnaast de blauwdruk van de tabernakel.
De Thora bereidde de mensen erop voor om een volk van tabernakeldragers te worden, zodat de levende God in hun midden kon komen wonen; de tabernakel zelf was ontworpen als een uitdrukking van dat goddelijke plan. Het was een miniprototype van de nieuwe schepping. En in Exodus 40 komt God daar inderdaad wonen en vult Hij de tent met zijn schitterende aanwezigheid.
Nu is Pinksteren – vijftig dagen na Pesach – in sommige (weliswaar latere) Judese tradities het feest van de wetgeving. Het is heel goed mogelijk dat Paulus en anderen al met deze koppeling bekend waren. Lucas, die zo goed begrijpt waarom Jezus Pesach koos als het hoogtepunt waarop Hij zijn koninkrijk zou inluiden, lijkt ook heel goed te begrijpen wat de geest nu doet.
De Bijbel is het verhaal over hoe God zijn oorspronkelijke plan, bij zijn volk wonen, vervult. In Exodus 40 komt de majesteit van de HEER in de tabernakel wonen. Nadat David het koningschap in Jeruzalem gevestigd heeft, bouwt zijn zoon Salomo de tempel, die de mobiele tabernakel zal vervangen. Ook die wordt een miniprototype van Gods uiteindelijke nieuwe schepping; het zijn allemaal vooruitwijzingen naar het uiteindelijke herstel van alle dingen. En dus komt in 1 Koningen 8 Gods majesteit in Salomo’s nieuwe tempel wonen. We kunnen ook denken aan Jesaja 6, waar de profeet het huis gevuld ziet met de rook van Gods aanwezigheid.
Voor een deel zijn deze gebeurtenissen eschatologisch: ze kijken allemaal vooruit naar beloften zoals we die vinden in Jesaja 11 of Psalm 72, dat door het werk van de messias de hele aarde vervuld zal zijn met de kennis, of de luister, van God. Het vervuld raken van het huis wijst vooruit naar de manier waarop God de hele schepping zal overspoelen met zijn luisterrijke aanwezigheid. Daarom is het ook zo’n diepe tragedie als God vanwege Israëls aanhoudende afgoderij en zonde, de Babyloniërs laat komen om de tempel te verwoesten. God is er weggegaan, zegt Ezechiël. Door de profeten (Jesaja, Ezechiël, Zacharia, Maleachi) is beloofd dat Hij terug zal komen. Maar in de periode van de tweede tempel kon niemand ooit zeggen dat deze terugkeer van God eindelijk had plaatsgevonden. (Was dat wel zo, dan zou je verwachten dat de heidenen niet langer aan de macht waren.)
Tom Wright is een van de meest vooraanstaande nieuwtestamentici.
Tom Wright, Het geheim van Handelingen. Herontdekken wat de kerk is. Uitgeverij: Utrecht, KokBoekencentrum Uitgevers, 2025. 256 pp. € 24,99. ISBN 9789043542982
