Het oude huis
Bij Johannes 20,1-18
Even verderop, aan de rand van het dorp, waar de huizen ophouden, staat een heel oud huis in een grote tuin. Daar woonden vroeger oude mensen, maar de kinderen konden zich dat niet herinneren. Om de tuin staat een hek. De kinderen weten een gat om door te kruipen. Zo kunnen ze daar gaan spelen en rondkijken. Het huis is dicht, de deur op slot. Maar de tuin is hun tuin, lekker wild, met grote bomen en bosjes om je te verstoppen.
Op de dag voor Pasen gaan Martje en Maaike naar de tuin. Ze schrikken: er staat nu een groot nieuw hek om hun tuin. Ze kunnen er niet meer in. Om het huis staan steigers. Op de stoep een container die al half vol is met puin. Het huis wordt toch niet afgebroken?
Ze rennen naar hun vriendjes, Jos en Simon, en vertellen hun het vreselijke nieuws. Samen rennen ze terug, maar het is waar: ze kunnen niet meer in de tuin.
Er loopt een man door de tuin, met een telefoontje. ‘Meneer, meneer,’ roepen ze, ‘wat gebeurt er hier allemaal?’ De man is heel aardig. ‘Wees maar niet bang,’ zegt hij, ‘ze gaan alles opknappen.’ Maaike moet bijna huilen. ‘Maar de tuin,’ zegt ze, ‘wat gebeurt er met de tuin? Het is een beetje onze tuin, weet u.’ ‘Rustig maar,’ probeert de man, ‘het wordt heel mooi. Er komt een stuk bij, met een speelpark voor de kinderen.’
De man loopt weg. Hij gaat naar het huis, hij heeft een sleutel, hij kan naar binnen. ‘Zou hij daar wonen?’ denkt Martje. Ze dachten altijd dat die oude mensen daar nog zaten. Dat ze dood waren. ‘Niet aan denken,’ zeiden ze tegen elkaar, ‘dat is zo eng.’
De volgende dag, Paasmiddag, gaan ze wandelen met papa en mama, om te kijken naar het huis. Papa heeft eens nagevraagd. Hij weet alles. Het huis wordt verbouwd. Er komen twee appartementen voor oudere mensen en twee voor kleine gezinnen. En de tuin wordt een park voor iedereen.
De oude mensen van vroeger zijn er niet meer. Voor ze verhuisden hadden ze tegen hun kinderen gezegd, dat ze zo’n soort huis van hun huis wilden maken. Een huis voor jong en oud. Ze noemen het huis: ‘Vita Nova’. Dat betekent: Nieuw leven.
Bij Johannes 20:1-18