Het wonder van Woltersum
De inwoners van Woltersum, van wie een handje vol lid zijn van de gemeente rond de Kloosterkerk in Ten Boer, Woltersum en Sint Annen, gaan niet naar de kerk. Zelfs bezoek van de kerk of dat nu van een ouderling, een dominee of een vrijwilliger is, wordt niet op prijs gesteld. Er is in het dorp een culturele commissie, bemensd door importbewoners van Woltersum die maandelijks culturele evenementen in de kerk organiseert. Die programma’s trekken zeker publiek, maar niet uit het eigen dorp. De drempel naar de kerk is hoog voor de oorspronkelijke inwoners van Woltersum. En wie desalniettemin lid is van de gemeente, geeft aan dit graag te blijven omdat de kerk de plek is van waaruit een mens begraven wil worden. Woltersum ligt pal aan het Eemskanaal. In 2012, met Driekoningen, werden alle bewoners van Woltersum geëvacueerd vanwege een dreigende dijk doorbraak. Dit is gaswinningsgebied. Alle huizen en hun bewoners kennen de scheuren, de scans die nodig zijn om te kijken of een huis versterkt moet worden, en vooral de eindeloze procedures en wachttijden voordat er duidelijkheid is.
Hoe vieren we Pasen?
Vanaf januari is de Kloosterkerk in Ten Boer aan de eredienst onttrokken, zodat alle schade door aardbevingen in het koor en op de zolder hersteld kan worden. De gemeente viert vanaf dat moment elke zondag in de kerk van Woltersum. Dit betekent met de fiets of de auto, een enkeling te voet over de brug over het Damsterdiep, en dan slingeren over het kleine weggetje tussen twee sloten langs een paar grote boerderijen en wat kleinere huisjes naar Woltersum. Bij daglicht is het tochtje naar Woltersum goed te maken. Maar hoe doen we het dit jaar met de paasnacht? Al die mensen door het donker langs dat smalle weggetje met die sloten… En zo wordt het idee geboren om bij zonsopgang op eerste paasdag een vroegdienst te houden.
We nodigen vier blazers van de plaatselijke harmonie de Volharding (seculier) uit om paasliederen te blazen. We waarschuwen de bewoners van Woltersum met een flyertje dat er bij zonsopgang lawaai zal zijn op het kerkhof.
Paasnacht anders
Met een groepje jongeren wordt in de paasnacht de Paaschallenge zoals JOP die aandraagt beleefd. De hele nacht baggeren en graven en spoorzoeken de tieners door het land met GPS aanwijzingen, filmpjes en opdrachten. Middenin de nacht is er een pauze in een kleine boerderij bij een 75-plus echtpaar dat een geweldige stapel pannenkoeken heeft gebakken. Om half zeven maakt de plaatselijke hovenier (geen lid van de kerk) een heel groot vuur bij de poort die het oude kerkhof bij de kerk van Woltersum scheidt van het nieuwere kerkhof.
Zonsopgang
De jongeren die de hele nacht gewaakt hebben, staan met dikke ogen met een stok in het vuur te porren. De cantorij van de Kloosterkerk verschijnt. De blazers van de Volharding komen aan. De gemeenteleden fietsen en rijden per auto over het weggetje tussen twee sloten naar Woltersum en zien het vuur al van verre branden.
Tot onze grote verrassing komen ook veel inwoners van het dorp Woltersum over het kerkhof aanhobbelen om zich bij het vuur te voegen. Wat een wonder. We hadden ze niet uitgenodigd. Het was een waarschuwing. Kennelijk werkt dat. Op uw kerkhof gaat iets gebeuren. Dat wil niemand missen. Iedereen die aankomt, krijgt een kaars in handen.
Paasbegroeting
Daar staan we op het kerkhof, met scheefgezakte zerken, hekken om graven, zingende vogels en een bewolkte lucht. Het koper speelt psalm 42 en lied 637, ‘O vlam van Pasen, steek ons aan’, op de melodie van ‘Daar juicht een toon daar klinkt een stem’. Wie wil of kan, zingt mee. Romeinen 6,3-5 wordt gelezen. En dan als de zon opgaat, spelen de koperblazers ‘Christus, onze Heer, verrees’ (lied 624).
De cantorij zingt, iedereen zingt. Eén lid van de gemeente steekt de nieuwe paaskaars aan met een toorts die in het vuur wordt ontstoken. Het licht wordt doorgegeven tot alle kaarsen branden.
Uit de comfortzone door de vroegte, de kou, de schemer naar het kerkhof. De woorden, de liederen, ze dragen bij, maar het is de grens van nacht en dag, de grens van dood en leven, de grens van vertrouwd en vreemd, die ver-wonder-t. Het heilige gebeurt. Je ziet op de foto volle aandacht en je ziet een afgewend gelaat of neergeslagen ogen. Het licht deelt zich mee, deelt zich uit, weerspiegelt in het koper van de trompetten, in de brillenglazen, in de glans van de ogen van de aanwezigen.
De drempel in tijd, ruimte en plaats opent, de heterogene groep mensen versterkt dat wij hier in het heilige delen.
We zingen ‘Jubilate Deo’ zonder ophouden en trekken in een lange sliert met brandende kaarsen het kerkhof over, de kerk in.
Daar volgt een korte dienst waarin we water in het doopvont gieten en brood en wijn delen. Om 8 uur precies gaan we naar het gebouwtje naast de kerk, Het Voorhofje, waar een overvloedig paasontbijt klaar staat. De jongeren zullen hier vertellen over de ontberingen van de nacht. Maar dat lukt niet meer. Ze zijn naar huis gegaan om te slapen.
Heilig
Nog dagen wordt erover gesproken, dat Wonder van Woltersum. Mensen noemen het naderen van het vuur, van verre weten: daar moet ik heen. ‘Dat we met zovelen zijn’, ‘De verrassing’, ‘Volgend jaar graag weer’, ‘Het blijft je bij, dat vuur.’ Iemand zegt: ‘Ik ben katholiek.’ Ik spreek een koperblazer maanden later en die vraagt meteen: ‘In 2019, vraag je ons dan weer?’
Ik draag het vuur mee. Ik voel me als Mozes bij dat brandende braambos. Het heeft iets te zeggen. Is het een engel, is het God die spreekt in die tongen van vuur? Een liminale ervaring waar geen woorden voor zijn. Het is een tijdloze waarheid die blijft. Een aangeraakt zijn. Aanvuring, invuring. Reflecterend op wat achter ons ligt noemen gemeenteleden in juli de paasbegroeting op het kerkhof van Woltersum ‘een absoluut hoogtepunt’. Uit aardbevingsnood geboren beleefden we daar de overgang van nacht naar dag, midden in de dood zingen over opstanding, van ver komen en mensen van nabij ontmoeten, oud en jong, zelf licht dragen en water en brood en wijn. Al die hoge zaken van geloof en leven, wat zijn ze in een moment heel dichtbij en waar.