De linkerhand die van niks weet…
Over geven, evenementen en loterijen In deze nieuwe rubriek willen we een hedendaagse veranderingen signaleren binnen de kerk of van de kerk in relatie tot de samenleving – wat valt […]
Over geven, evenementen en loterijen In deze nieuwe rubriek willen we een hedendaagse veranderingen signaleren binnen de kerk of van de kerk in relatie tot de samenleving – wat valt […]
Vandaag delen we een reactie van Wim Vermeulen op het boek Een toekomst die groter is dan het verleden van Samuel Wells.
De heruitgave van het Verzameld Werk van A.A. Van Ruler is bezig te ver-schijnen, compleet met annotaties, die wezenlijk bijdragen tot een goed ver-staan van deze grote en markante theoloog.1 Recent verscheen het deel rond kerkrecht, kerkorde en ambt. De meest typerende uitspraak die ik van Van Ruler ken, is die van het ecclesiologische karretje. Telkens weet hij kerk en ambt te relativeren door te zeggen: “De kerk is niet meer dan het karretje, waarop het Woord van God zich door de eeuwen en de volkeren op aarde beweegt” (290, 465, 473).
Het schemert. Voor ons ligt het strand. Wegstervend klokgelui achter ons ver-raadt dat de stad niet erg ver weg is. Steeds donkerder weerspiegelt het eindeloze water de rode en paarse tinten van de lucht, de uitlopers van de rotsen links en rechts in de verte zijn blauwzwart – straks zullen ze niet meer te zien zijn. Ver voor ons wandelt een gestalte, een man. Aan zijn gang en houding is te zien dat hij loopt te denken. Het machtig schouwspel van kleuren en verten neemt hem in het landschap op alsof hij erbij hoort. Daar verandert zijn gepeins niets aan.
Met de nodige regelmaat melden zich stellen die een kind willen laten dopen, maar niet of nauwelijks bij het gemeenteleven betrokken zijn. Ze willen het liefst laten dopen in een dienst waarin zij als doopouders de enigen zijn. We zien ze dan na het dopen zelden meer, hooguit nog eens met Kerst.
In dit artikel wil ik in grote lijnen de geschiedenis van de tafelgemeenschap in de Vroege Kerk natrekken. Het woord ‘tafelgemeenschap’ duidt daarbij niet zozeer direct op de concrete groep mensen, als wel op de betekenis van het aanzitten aan de maaltijd van de Heer voor de deelnemers.
Lange tijd was de heersende opvatting dat gehoorzaamheid aan Jezus’ laatste wil (Matteüs 28:18-20) betekent dat ook het Joodse volk betrokken dient te worden in het zendingswerk. Steeds meer kerken nemen echter afscheid van de zogenaamde ‘jodenzending’. De dominante formule is anno 2019 de joods-christelijke dialoog. Wat is de waarde van de joods-christelijke ontmoeting? En in hoeverre heeft het gesprek tussen jodendom en christendom toekomstperspectief?
Bij het kerkelijke begrip ‘tucht’ krijgen we al gauw een nare smaak in de mond. Is dat terecht? Hoe zouden we het naar de bedoeling kunnen verstaan?
De Kerkorde van de Protestantse Kerk is gewijzigd. Per 1 mei werden de classes samengevoegd tot 11 grote, per 1 september worden daar 11 classispredikanten aan toegevoegd. Wat wordt hun taak en bevoegdheid? Wat merken gemeenten daarvan? En de predikanten en kerkelijk werkers? Eén van hen legt het uit…