Hos-IA-nna
Bij Matteüs 21,6-9
Eduard, de kleine ezel met zachte oren, staat naast zijn moeder onder de boom. Ze staren dromerig over de heuvels.
Dan zien ze ineens een paar mannen aankomen. ‘Gaan jullie met ons mee?’ zeggen de mannen. Ze maken Eduard en zijn moeder los. Eduard is verbaasd. Wat zouden ze gaan doen?
Ineens moet Eduard aan dat oude verhaal denken, dat zijn moeder altijd vertelt. Het verhaal over een koning die op een ezel rijdt. Een koning die niet alleen van grote paarden houdt, maar ook van kleine ezeltjes met zachte oren. Zou het…? Zou hij, Eduard, het ezeltje zijn dat die bijzondere koning mag dragen?
Eduard vergeet dat hij eigenlijk heel koppig is, en loopt braaf met de mannen mee, naar de ingang van de stad. Daar worden gekleurde doeken op zijn rug gelegd en ook op de weg, voor zijn pootjes. Wauw. Hij hoeft niet door het stof te lopen, maar hij mag over die mooi versierde weg gaan. En hij ziet er prachtig uit zo. Koninklijk!
Eduard krijgt een heel bijzondere last te dragen. Een man komt, heel voorzichtig, op zijn rug zitten. En hup, daar gaan ze. Eduard loopt voorzichtig over de kleren. Om hem heen zwaaien en juichen de mensen. Wauw. Eduard steekt zijn oren parmantig de lucht in.
Wie heeft er weleens meegelopen met de avondvierdaagse (kindervierdaagse)? Hoe gaat dat? Krijg je dan ook cadeautjes of snoep? Hoe voel je je dan? Als mensen je aanmoedigen, is het lopen veel minder zwaar.
Eduard wordt er zo blij van dat hij begint te zingen. ‘Ia, ia, hos-ia-nna’. En de mensen om hem heen, zingen met hem mee. ‘Hosianna in de hemel!’
‘Zo is het helemaal niet zo zwaar,’ denkt Eduard blij.
Ze rijden alsmaar verder. Ezeltje Eduard, dat koppig zijn last draagt, maar dat ook zacht en moedig is. De man die op zijn rug zit. En de mensen, die zingen en juichen tot ze niet meer kunnen.