Kunnen we daar van spreken: van de claim van de tekst, of zelfs van dé claim van de tekst? Is dat niet denken uit een oud paradigma, wat ‘na Derrida’ niet meer kan? Vgl. Phil Snider, Preaching After God, Derrida, Caputo and the Language of Postmodern Homiletics. Eugene (Oregon): Cascade Books, 2012 en René van der Rijst, De uitzaaiing van het Woord. Anders gezegd: is niet het uiterste dat we kunnen zeggen dat we ons laten betrekken in een doorgaand hermeneutisch proces van interpretatie? Dat is ons te weinig: het wezen van de prediking is juist dat de tekst tot
Bert de Leede en Ciska Stark