Bij Johannes 10, 1-10Als je het evangelie van de deur van de schapen onder de loep houdt, valt het op dat er wat oneffenheden in voorkomen. Jezus begint met wat hij noemt een paroimia (Johannes 10,6), een soort raadselachtige gelijkenis, waarvan de toehoorders zelf de betekenis moeten zoeken.Het gaat over een schaapsstal. De schapen kunnen de herder onderscheiden van een rover, want de herder komt binnen door de deur en niet via een sluipweg, en de herder heeft een bekende stem. De herder leidt de schapen naar buiten door hen voor te gaan en te roepen, maar een dief rooft ze. De toehoorders zeggen dat ze niet begrijpen
Het volledige Premium-artikel lezen?
Dit artikel is voor Premium-leden.
Log in en lees onbeperkt alles op Theologie.nl. Nog geen lid?
Krijg toegang tot ruim 11.500 artikelen, waaronder verdiepende vakinhoud, preekschetsen, exegeses, kindermomenten en preekvoorbeelden.
Bekijk Premium >
InloggenLid worden