Menu

Premium

Jezus’ hemelvaart: opmaat voor actie van de leerlingen

Bij Handelingen 1,1-14

Zoals de verzen 1-2 aangeven, is Handelingen 1,1-14 het eerste gedeelte van het tweede deel van het werk dat de auteur over Jezus en zijn volgelingen schrijft. In het eerste gedeelte heeft de auteur voor ‘Theofilus’ al alles beschreven wat Jezus gedaan heeft tot zijn hemelvaart. Dit eerste gedeelte staat bekend als het evangelie volgens Lucas. Door de huidige plaats van Handelingen in de canon – die bij een lectio continua eveneens van belang is – vormt het werk echter een vervolg op alle vier evangeliën, het meest direct op dat van Johannes, dat zelf zonder hemelvaart afsluit. Dat dit in het Lucasevangelie niet het geval is (zie Luc. 24,50-53) valt door de huidige plaatsing van Handelingen echter minder op. Wanneer Lucas-Handelingen als één geheel gelezen wordt, kan Handelingen 1,1-14 als een recapitulatie van deze ‘eerste hemelvaart’ worden gelezen.

Volgens de inleidende verzen (1,1-2) blijft Jezus na zijn verrijzenis de handelende persoon. Hoewel Jezus aan het woord is en de leerlingen ook iets van Hem zien (zie 1,3), handelt Hij echter door de Geest (1,2) die nu de modus van Jezus’ aanwezigheid en onderricht vormt. Deze prominente rol van de Geest herinnert aan het begin van Jezus’ eigen optreden (Luc. 3-4). Tegelijkertijd vormen de beloften van Jezus aan zijn discipelen een parallel met dat wat Johannes de Doper in Lucas 3,16 over Jezus zegt: Hij zal dopen met de heilige Geest.

Het koningschap van God

In de afscheidsdialoog van Jezus met zijn leerlingen (Hand. 1,3-8) wordt al de basis gelegd voor wat nog zal volgen in het boek. Het kernwoord hiervoor valt aan het eind van vers 3: de heerschappij (basileia, betekent ook: koninkrijk, koningschap) van God. De verkondiging van Jezus volgens vooral de evangeliën van Marcus en Matteüs begint ook met dit kernwoord en canonisch gezien kunnen ook die als voorspel van Handelingen gelezen worden. Tegelijk met dit kernwoord wordt er een spanningsboog opgebouwd, die het hele boek Handelingen lang zal duren. Die bestaat uit de belofte en gave van de Geest en de uitwerking daarvan (zie Hand. 28,25-31). Ook de heerschappij van God komt daar nog één keer terug als samenvatting van de verkondiging van Paulus (28,31). Deze spanningsboog grijpt via vers 5 ook terug op het begin van Jezus’ optreden in Lucas 3-4, zoals al aangeduid.

In de verzen 6-7 gaat het nogmaals om basileia, dit keer echter met de betekenis van het herstel van Israël als (zelfstandige) politieke macht. Nu Jezus verrezen is en bovendien onderricht gegeven heeft over de basileia van God, is dit een vraag die voor de hand ligt. Want: zouden de basileia van God en de basileia van Israël eigenlijk niet equivalent zijn?

Het antwoord van Jezus in vers 7 wijst deze equivalentie niet met zoveel woorden af, maar legt er de nadruk op, dat het de discipelen niet gegeven is Gods ‘planning’ te kennen, maar (het ‘maar’ waarmee vs. 8 begint, heeft een zekere nadruk) dat zij, vervuld van de heilige Geest, die ook een eschatologische connotatie heeft, zijn getuigen zullen zijn, in Jeruzalem, in geheel Judea en Samaria, tot aan het einde van de aarde. De vervulling van deze opdracht zal in het vervolg van Handelingen op gang gebracht worden en, in lijn met deze slotwoorden, wordt Jezus in het volgende vers (9) ten hemel opgenomen.

Einde voorstelling?

De wolk die Jezus aan het zicht van de discipelen onttrekt, is een symbool voor Gods tegenwoordigheid. God verschijnt in het Oude Testament regelmatig in een wolk en ook bij de transfiguratie (bijv. Luc. 9,34-35) overschaduwt een wolk de aanwezigen en klinkt Gods stem uit de wolk. Hierop volgt een scène die ingang heeft gevonden in de introïtus van Hemelvaart: twee, in witte gewaden geklede mannen spreken de leerlingen van Jezus toe en lijken aan te geven, dat de ten hemel gevaren Jezus nu niet meer hun zorg is (1,10-11). Hij zal wederkomen zoals Hij gegaan is (zie ook Luc. 21,27). De leerlingen lijken de woorden van de twee mannen inderdaad als ‘einde voorstelling’ te begrijpen en keren terug naar huis, dat wil zeggen: naar de bovenzaal waar ze verbleven. Het relaas van Handelingen bereikt nu een rustpunt, met een opsomming van de volgelingen van Jezus met wie zij hier bijeenkwamen: enige vrouwen, Maria, Jezus’ moeder en Jezus’ verwanten (adelphoi kan breder zijn dan broers en zussen) en een beschrijving van hun volhardend gebedsleven, een ecclesiologisch en geestelijk ideaal dat in Lucas-Handelingen meermaals voortkomt. Doordat er slecht elf leerlingen genoemd worden, vormen deze laatste verzen (1,12-14) tegelijkertijd de voorbereiding voor de gebeurtenissen die vanaf Handelingen 1,15 volgen, namelijk een lange rede van Petrus en de verkiezing van Mattias.

Maar jullie zullen kracht ontvangen

Handelingen 1,1-14 vormt binnen de chronologie van LucasHandelingen een tussenmoment, dat tegelijkertijd voorbereidt op wat zich in de komende 28 hoofdstukken van Handelingen zal afspelen, namelijk de uitstorting van de Geest en het getuigenis van de leerlingen van Jezus tot aan de einden der aarde. Paulus bevindt zich immers aan het einde van het werk inderdaad in Rome en verkondigt daar zonder problemen Gods koninkrijk. Wanneer deze context gecombineerd wordt met de afloop van het liturgisch jaar, waarin na Pinksteren de ‘groene’ en meestal niet zo opwindende tijd volgt, waarin misschien van Pasen wordt uitgerust, valt er een zekere spanning met het grote geheel van Handelingen op: in Handelingen begint na Pinksteren de actie voor de leerlingen juist.

De laatste aardse woorden van Jezus (1,8) wijzen ook in deze richting: de door de Geest daartoe in staat gestelde leerlingen hebben de opdracht getuigen van Jezus te zijn tot aan de einden der aarde en wel door Jezus’ aardse werk voort te zetten. De hemelvaart van Jezus, die op een uiterst understated manier beschreven wordt, staat daarmee als gebeurtenis niet op zich, maar vormt een scharnier in het verhaal van Handelingen, op weg naar de uitstorting van de Geest op het Pinksterfeest en het getuigenis van de leerlingen dat daardoor mogelijk gemaakt wordt.

Wellicht ook interessant

None

Recensie van Matthijs Schuurman over het boek Inferno

Iedereen heeft misschien wel zijn eigen beeld van de hel. Persoonlijk vind ik de hel zelf veel moeilijker voor te stellen dan de hemel. Als ik de hel zou moeten verbeelden, dan zou ik kiezen voor een druk winkelcentrum waar ik eindeloos op en neer ga op de roltrap. Ik ben dan in een drukte van mensen waar ik niet verbonden mee kan raken, omdat die mensen op dat moment allemaal voor zichzelf leven. Een plek waar ik innerlijk alleen maar onrustig kan worden en onrustig zal blijven. Zo stel ik me de hel voor: als een plek waar ik in het leven hier op aarde al niet graag kom. Als ik over het beeld nadenk, ontbreekt een belangrijk element: God Die Zijn oordeel heeft uitgesproken over mijn leven. Dat ik niet zonder reden voor altijd op die roltrap op en neer zal gaan en ik innerlijk gek wordt van de steeds toenemende onrust.

Jan Luyken (1700), Origenes onderwijst zijn studenten.
Jan Luyken (1700), Origenes onderwijst zijn studenten.
Basis

Waarom ‘Eeuwig’ toch niet altijd een goed vertaalwoord is

Enkele publicaties vorig jaar, waaronder het boek “Het einde van de Hel” van Reinier Sonneveld, hebben de eeuwenoude discussie of God alle mensen uiteindelijk zal redden1 weer nieuw leven ingeblazen. Een belangrijk argument tegen de leer dat voor ongelovigen de hel de eindbestemming zou zijn, is dat de Hebreeuwse en Griekse woorden die meestal met “eeuwig” vertaald worden, niet de betekenis “eindeloos” hebben. Dat was aanleiding voor het blad Met Andere Woorden (MAW), een vakblad voor Bijbel en vertalen, om een themanummer uit te geven rondom dit woordje, “eeuwig” en “eeuwigheid”. En, hoewel vertalers zich het liefst op de tekst zelf focussen, ontkom je er niet aan keuzes te moeten maken die aan een dergelijke discussie raken.2 Zo moet een vertaler kiezen of hij meegaat in het zo bekende “eeuwig” en “eeuwigheid”, of in navolging van kritiek en diverse onderzoeken voor een andere weergave kiest. In het themanummer verdedigden enkele artikelen de keuze voor “eeuwig”. In de studievertaling waar ik aan mee mag werken, de Nieuwe Concordante Vertaling (NCV),3 is echter een andere keuze gemaakt. In dit artikel laat ik graag zien waarom “eeuwig” toch niet altijd een goed vertaalwoord is.

Een open boek, een zwevend model van de planeet aarde zweeft erboven, tegen de achtergrond van de ruimte met sterren.
Een open boek, een zwevend model van de planeet aarde zweeft erboven, tegen de achtergrond van de ruimte met sterren.
None

Bijbel en sciencefiction

In de komende tijd verschijnen er op theologie.nl diverse artikelen over theologie en
sciencefiction, een genre dat zowel in literatuur, film, videogames als in meer te vinden
is. t Hoe ziet het christendom eruit als we allemaal onze gedachten hebben
geupload in servers, is dat een soort eeuwig leven? Of zou er ook buitenaards leven zijn
dat religieus aangelegd is, en hoe speelt het christendom een rol daarin? Zouden
mensen moeten evangeliseren onder aliens, of komen aliens over 100 jaar misschien bij
ons op aarde evangeliseren?

Nieuwe boeken