Menu

Premium

Jezus’ moeizame weg voorzegd

Bij Jesaja 8,11-15, (Nieuw) Liedboek voor de kerken 2013, 45:1.3, Galaten 4,1-7 en Lucas 2,33-40

In de Lutherse liturgie kijkt de zondag na Kerstmis vooruit naar de universele betekenis van het leven en werken van Jezus. Het zondagslied (Nieuw Liedboek voor de kerken 2013, 474) toont hoe de beweging vanuit de hemel de aarde nieuwe richting geeft: ‘Hij daalt uit ’s Vaders schoot terneer’, ‘neemt ons vlees en bloed en geeft ons in zijns Vaders huis zijn eigen overvloed’.

In de antifoon van de introïtus, Wijsheid 18,14-15, ‘daalt in de diepe stilte van de nacht het alvermogend woord Gods af uit de hemel, als een grimmig krijgsman’. Voor de wijze treedt God hier reddend op in Israëls geschiedenis als Hij alle eerstgeborenen in Egypte doodt. Na het kleine wereldje van de stal bij de geboorte, richt deze antifoon ons reeds nu op de wereldomspannende, reddende en niet zachtzinnige macht van Christus. Psalmen 93 bezingt de machtige Heer in de hemel die ervoor zorgt dat de wereld niet wankelt. Hij troont hoog boven de machtige baren van de zee. Psalmen 45 bezingt de schoonheid en lieflijkheid van de koning, de bruidegom, maar ook: ‘U hebt gerechtigheid lief en haat het kwaad’ (Psalmen 45,8).

De Heer: heiligdom en struikelsteen

Jesaja profeteert wanneer de Israëlieten beven van angst voor de legers van Assyrië die de ‘hele wereld’ zullen veroveren. Het kind ‘Immanuel’ is geboren, maar van boter en honing is geen sprake: ‘Ze zullen je land over de volle breedte overvleugelen, Immanuel’ (Jesaja 8,8). De profeet moet niet meegaan in de angst: ‘Alleen de Heer van de hemelse machten is heilig, voor Hem zijn angst en ontzag op hun plaats’ (Jesaja 8,13). Voor sommigen is de Heer een heiligdom, voor veel anderen een steen die hen vermorzelt en een net waarin ze verstrikt zullen raken (Jesaja 8,14-15). Jesaja moet dit getuigenis bewaren en verzegelen in Gods leerlingen (Jesaja 8,16).

Volgens de apostel zijn de gelovigen geen slaven meer van de wereldmachten (Galaten 4,3), maar kinderen Gods. Jezus Chris- tus, hun oudste broer, heeft hen immers vrijgekocht! Net als Hij zijn zij kinderen van God. Abba, ‘Papa’, mogen ze Hem noemen. Als Jezus zullen ze de heerlijkheid erven.

In de joodse traditie

In het Lucasevangelie zien we keer op keer dat Jezus diep geworteld is in de joodse gelovige gemeenschap en dat Hij zich daar vanaf zijn jeugd heeft bekwaamd in kennis en toepassing van de Schrift en de traditie. Vanaf zijn geboorte vervult Hij mee de geboden. Acht dagen na zijn geboorte wordt Hij besneden (Lucas 2,21). Vandaag brengen zijn ouders Hem in het hart van de gemeenschap: de tempel in Jeruzalem. Drieëndertig dagen na de geboorte worden de moeder en haar man ‘rein’ verklaard en hebben ze weer toegang tot het heiligdom (Lucas 2,22). Op diezelfde dag wordt de eerstgeboren zoon voor vijf sjekel vrijgekocht uit de dood en toegewijd aan de Heer, die de eerst- geborenen van Israël oversloeg toen Hij alle eerstgeborenen in Egypte liet doden (Pidyon Haben, zie Exodus 13,13; Numeri 18,16).

Twee mensen in de tempel zien Hem en spreken over dit Kind en zijn betekenis: Simeon tot de ouders, Hanna tot omstanders die de bevrijding van Jeruzalem verwachten. Twee onafhankelijke getuigen verklaren wat ze hebben gezien, dus is het waar en rechtsgeldig. Ook wij nu kunnen erop vertrouwen! Ze komen uit de wereld van wet en profeten.

Simeon

Simeon is het ideaalbeeld van een Israëliet: rechtvaardig en vroom. Hij leefde in Jeruzalem, trouw aan de wet en dicht bij God: ‘de heilige Geest rustte op hem’ (Lucas 2,25). Door die adem van God liet hij zich leiden, in het dagelijks leven en in het geloof. Hij verwacht de verlossing van Israël en beseft dat het Kind in de tempel de beloofde Messias van de Heer is. Hij jubelt het uit (Lucas 2,29-32) en zegent Jozef, Maria en het Kind, tot verbazing van de ouders. Jesaja (8,15) schreef hoe de Heer voor velen in Israël een heiligdom zal zijn, maar voor anderen een struikelblok, een valstrik. Simeon past dit nu toe op Jezus: ‘Hij zal een te- ken zijn dat betwist wordt’ (Lucas 2,34). Dat Maria als door een zwaard doorstoken zal worden, wijst volgens veel uitleggers vooruit naar het lijden en sterven van Jezus.

Hanna

Hanna was vierentachtig jaar dag en nacht in de tempel te vinden, na een huwelijk van zeven jaar. Een symbolisch getal: zeven maal twaalf – het heilige getal vermenigvuldigd met het volmaakte. Ze diende God door te vasten en te bidden, alleen, in de binnenkamer, maar ook in het gezamenlijke gebed in de eredienst met zang en muziek. Hanna bracht hulde aan God toen ze Jozef en Maria met het Kind bij Simeon in de tempel zag staan. Zag ze door die toewijding wie ze voor zich had? In dit Kind zou de verlossing voor Jeruzalem komen! Wat ze zegt krijgen wij niet te horen. Wel dat ze over het Kind sprak met allen die uitzagen naar de bevrijding van Jeruzalem. Simeon en Hanna stonden open voor een wonder van liefde uit de hemel, ze zagen het met eigen ogen en hebben ervan getuigd.

We lezen hoe het Kind voorspoedig opgroeit in Nazaret (Lucas 2,40). In de schoot van het Joodse volk, thuis en in het leerhuis, heeft Jezus de eerste twaalf jaren van zijn leven het nodige meegekregen: het begin van de toerusting voor zijn taak als Messias van Israël. Het kindheidsevangelie sluit af met: ‘Jezus groeide verder op (…) en zijn wijsheid nam nog toe’ (Lucas 2,52). Het Griekse werkwoord prokoptoo, hier vertaald met ‘opgroeien’, betekent ‘moeizaam vorderen’, letterlijk bij het uithakken van een weg in rotsachtig gebied, overdrachtelijk van toekomstige filosofen of schriftgeleerden bij hun studies. De Torastudie en het vinden van zijn eigen weg daarin was jarenlang hard werken voor Jezus, maar wel succesvol!

Wellicht ook interessant

Schilderij De Leviet in Gibea van Gerbrand van den Eeckhout
Schilderij De Leviet in Gibea van Gerbrand van den Eeckhout
Basis

Seks en geweld: Rechters 19-21

Vrouw overlijdt na brute groepsverkrachting. Drie dagen hevige strijd in burgeroorlog: meer dan vijfenzestigduizend slachtoffers onder de strijders. Aantal burgerslachtoffers: onbekend, maar groot. Nee, dit is niet uit de krant van vandaag. Het is een korte samenvatting van wat we lezen in de laatste drie hoofdstukken van hel Bijbelboek Rechters (19-21). Seks en geweld. Wat moeten we met dit oude relaas? Gewoon maar concluderen dat de ontsporingen waarover verhaald wordt, nu eenmaal onontkoombaar zijn als een ‘condition humaine’ – in de zin van: het is nooit anders geweest – of valt er meer over te zeggen?

None

Studiemiddag op 4 juni naar aanleiding van publicatie ‘Gods slaafgemaakten’

De beroemde voormalige slaafgemaakte en abolitionist Frederick Douglass (1818-1895) was christen én buitengewoon kritisch op het christendom van vele slaveneigenaren in de Verenigde Staten. Die laatste vorm van christendom noemde hij “slaveholding religion” en die plaatste hij tegenover wat hij zag als het ‘echte christendom’ – de “Christianity of Christ”. In zijn recente boek Gods slaafgemaakten laat historicus en theoloog Martijn Stoutjesdijk zien dat beide interpretaties van het christendom eigenlijk altijd al aanwezig zijn geweest in de Bijbel en geschiedenis van het christendom.

None

Recensie van Amsterdamse Cahiers: Jesaja

Als predikant heb je je vaak te buigen over fragmenten uit het complexe Bijbelboek Jesaja. De bekendste flarden keren jaarlijks terug, vaak in combinatie met het Nieuwe Testament. Tekstfragmenten die ‘iedereen’ kent, roepen vaak allerlei beelden en herinneringen wakker (‘je hebt me bij de naam geroepen/ je bent de mijne’; ‘het volk dat in duisternis ronddoolt’; ‘zwaarden, ploegscharen…’). Tegelijkertijd blijft het grootse deel van de profetie doorgaans gesloten.

Nieuwe boeken