Menu

Premium

Johannes de Doper en Jezus

Alternatief 2e na Trinitatis (Johannes 3:22-36)

Bijbelwetenschappen

Deze exegese uit De eerste dag verscheen in 2021 onder de eerste zondag na Trinitatis (6 juni 2021). In het leesrooster van 2024 past de exegese onder de tweede zondag na Trinitatis.

De evangelielezing van deze zondag behandelt zowel de relatie tussen Johannes de Doper en Jezus, als de rol van Jezus in relatie tot het getuigenis over God. De tekst staat tussen Jezus’ gesprek met Nikodemus (Johannes 3:1-21) en de ontmoeting van Jezus met de Samaritaanse vrouw (4) in. Thema’s uit deze beide verhalen, zoals Jezus’ identiteit (Samaritaanse vrouw) en Jezus’ relatie tot ‘boven’ (Nikodemus) komen terug in Johannes 3:22-36.

In deze perikoop luistert de lezer mee met een gesprek tussen Johannes de Doper en zijn leerlingen, in tegenstelling tot de omringende perikopen waarin de lezer meekijkt met wat Jezus zelf meemaakt. Literair zit dit mooi in elkaar: de lezer krijgt Jezus zo vanuit meerdere invalshoeken te zien.

Concurrentie tussen reli-ondernemers?

Er is echter meer aan de hand dan een literair kunststukje: het uitzoeken van de relatie tussen Jezus en Johannes de Doper was voor de Jezusbeweging belangrijk. Historisch is tamelijk waarschijnlijk dat Jezus als leerling van Johannes de Doper begonnen is, of dat er tenminste een vorm van opvolging heeft plaatsgevonden nadat Johannes gevangengenomen was (vgl. Johannes 3:24 en Marcus 1:14). Jezus verschijnt ten tonele als iemand die zich met de profetische lijn van Johannes identificeert, deze verder voert en overtreft. Het Johannesevangelie benadrukt hierbij dat dit volledig overeenstemt met hoe Johannes de Doper zelf die relatie ziet. In diens relaas hierover laat het Evangelie ook iets meer zien van wie Jezus is en wat zijn rol is.

Het gesprek verloopt zo dat leerlingen van Johannes in discussie zijn met een andere joodse (of wellicht beter: Judese) persoon en wel over de reiniging, een belangrijk religieus thema, nauw verbonden met de verschillende vormen van doop in de eerste eeuw. Want wat een doop ook precies inhield, iets met reiniging was er vrijwel altijd een dimensie van. Waarover de discussie gaat, hoort de lezer niet; wel dat Johannes’ leerlingen wat bezorgd naar hem toe komen met de vraag hoe het nu zit met die andere man, die een stukje verderop aan het dopen is: Jezus. Want iedereen gaat naar Jezus toe – en dus van Johannes weg. Concurrentie tussen reli-ondernemers, lijkt het wel. Johannes de Doper kiest echter een andere insteek dan die van concurrent en plaatst zichzelf met een drietal soort uitspraken in verhouding tot Jezus.

‘Ik ben de Messias niet’

De eerste uitspraak wijst erop dat Jezus wel en Johannes niet Gods gezalfde (Gr.: christos, Messias) is: ‘Ik ben de Messias niet, ik ben voor Hem uit gestuurd’ (3:28). Johannes noemt Jezus niet met zoveel woorden ‘Messias’, maar de context van het verhaal laat dit erg voor de hand liggen. Toch is zo’n suggestie subtieler: die neemt de lezer meer mee dan een statement, omdat die eigen reflectie stimuleert – net zoals Johannes 4 de lezer meeneemt in de ontdekkingsreis naar Jezus’ identiteit die de Samaritaanse vrouw daar meemaakt, waardoor de lezer kan ‘meedenken’ met de Samaritaanse en zo Jezus zelf kan leren ontdekken.

De best man van de bruidegom

Een tweede soort uitspraak gebruikt het beeldveld van het huwelijk en brengt daarmee de relatie tussen Jezus en Gods volk tot uitdrukking; de relatie tussen God en zijn volk wordt in de Schriften van Israël vaker met een huwelijk vergeleken, en het sluiten van het verbond met een bruiloft of huwelijkscontract.
In de rol van de bruidegom plaatst Johannes Jezus, het volk lijkt bedoeld te zijn met de bruid en Johannes plaatst zichzelf in de rol van best man of ‘vriend van de bruidegom’. Dat bepaalt dan ook zijn houding: hij verheugt zich zeer over het huwelijk en is geenszins jaloers, wat zijn leerlingen – bezorgd om de concurrentie van mede-reli-ondernemer Jezus – wel lijken te zijn.

Zonder Jezus’ ontmoeting met de Samaritaanse vrouw meteen een huwelijk te willen noemen – er is niets in de tekst wat dat suggereert – zou de relationele metaforiek van dit stukje Johannesevangelie daar, in die ontmoeting tussen een man en een vrouw, wel kunnen doorklinken. Is de Samaritaanse dan een vertegenwoordigster van de mensen met wie God in relatie wil treden en een verbond wil sluiten?

Jezus is ‘van boven’

De derde soort uitspraak die Johannes over Jezus doet, gebruikt weer een ander taalveld en benadrukt de voor het Johannesevangelie kenmerkende dialectiek tussen ‘beneden’ (Johannes, aarde, mensen) en ‘boven’ (Jezus, God, etc.). Omdat Jezus van boven’ komt, kent Hij God en daarmee ook de waarheid waarvan Hij getuigt. Bovendien staat Hij, letterlijk en figuurlijk, boven iedereen op aarde (vgl. 3:31). Dienovereenkomstig is het passend dat mensen naar Jezus gaan en in mindere mate naar Johannes (3:26), en dat Johannes kleiner moet worden en Jezus groter (3:30). Dit taalveld van ‘beneden’ en ‘boven’ is in het hele Johannesevangelie te vinden, bijvoorbeeld in de voorafgaande perikoop over Nikodemus; Johannes de Doper herhaalt zo als het ware de woorden van Jezus daar en werkt ze nader uit.

Het getuigenis wordt afgewezen

Zoals de evangelielezing voor deze zondag is ‘uitgesneden’ (Gr.: perikopè), eindigt hij met wat je een cliffhanger zou kunnen noemen: ‘Hij getuigt van wat Hijzelf heeft gezien en van wat Hij heeft gehoord, maar zijn getuigenis wordt niet aangenomen’ (3:32). Het is een motief in het Johannesevangelie: Jezus en Johannes getuigen waarachtig, maar worden toch afgewezen. Het roept bij de lezer twee soorten vragen op: Wat is dan de inhoud van dit getuigenis? En waarom wordt het afgewezen? Van de antwoorden die hierop mogelijk zijn, is er één dat Jezus in dit Evangelie degene is die zijn leven voor anderen geeft en dienst boven macht stelt. Om in die boodschap en in dat gedrag God op aarde aan te treffen, was in de eerste eeuw blijkbaar net zo’n uitdaging als in de eenentwintigste.

Deze exegese is opgesteld door Peter-Ben Smit.

Wellicht ook interessant

Nieuwe boeken