Menu

Premium

Kerstkindje

Bij Lucas 2,1-20 / Lucas 2:1-20

Verhaal

Vanavond is er in het grote paleis een kindje geboren. Overal in het land is het aangekondigd, op tv en op internet gaat het nergens anders meer over. Quirinia heet ze. Quirinia heeft een gouden rammelaar gekregen en een heel klein, heel zacht kroontje. Want later wordt Quirinia koningin. Alle belangrijke mensen komen op bezoek en de koning en de koningin krijgen veel cadeaus. Quirinia zelf krijgt trouwens ook veel. Goud en geld natuurlijk, maar ook dikke boeken, want later wordt Quirinia de baas van het land en dan moet je heel veel weten.

In het huisje naast het paleis, waar de bediendes wonen, is toevallig ook een kindje geboren. Dat weet verder niemand, want het is niet belangrijk. Nou ja, niemand. De kok van het paleis, een enorme knorrepot, komt even langs. Het kindje knijpt in zijn neus en de kok moet erom lachen. De schoonmakers komen ook even kijken. Daarna gaan ze met een opgeruimd humeur weer aan het werk.

De andere mensen gaan allemaal naar het paleis. Ze weten niet dat er nóg een kindje is geboren. Het kan ze ook niet schelen. Een bediende, daar zijn er zo veel van, wat maakt dat nou uit? Die mensen worden niet rijk of belangrijk, dus die mag je gerust vergeten – denken ze. En ze lopen snel door, om vooraan te staan bij het kraamfeest. Misschien zijn er wel lekkere hapjes en leuke cadeautjes, ook voor hen…

In het kleine huisje ligt een kindje te stralen. Als je bij hem in de buurt komt, word je warm van binnen en vrolijk. Want dit kindje geeft het mooiste cadeau aan iedereen die hem bezoekt: liefde voor alle mensen en vrede op aarde. Daar droomt iedereen toch van?

Idee

Laat het verhaal uitspelen door de kinderen. De koning en de koningin krijgen prachtig uitgedoste mensen op bezoek. Bij de bedienden is het allemaal veel soberder. De laatste alinea kan door een verteller gelezen worden, of een van de bezoekers deelt deze ervaring.

Wellicht ook interessant

None

Recensie van Matthijs Schuurman over het boek Drie-eenheid

In 2024 schreef Bram van de Beek een artikel voor een wetenschappelijke encyclopedie over hoe er in de Vroege Kerk werd gedacht over de drie-eenheid. Al vanaf de jaren-’80 is hij actief als hoogleraar. In 1981 volgende hij in Leiden prof. dr. H. Berkhof op als hoogleraar Dogmatiek. In 2000 verhuisde hij naar de Vrije Universiteit, waar hij Symboliek ging doceren. Bij symboliek gaat het om de inhoud van de geloofsbelijdenissen. Ook was Van de Beek bijzonder hoogleraar Systematische theologie aan de Universiteit van Stellenbosch in Zuid-Afrika.

None

Recensie van Matthijs Schuurman over het boek Inferno

Iedereen heeft misschien wel zijn eigen beeld van de hel. Persoonlijk vind ik de hel zelf veel moeilijker voor te stellen dan de hemel. Als ik de hel zou moeten verbeelden, dan zou ik kiezen voor een druk winkelcentrum waar ik eindeloos op en neer ga op de roltrap. Ik ben dan in een drukte van mensen waar ik niet verbonden mee kan raken, omdat die mensen op dat moment allemaal voor zichzelf leven. Een plek waar ik innerlijk alleen maar onrustig kan worden en onrustig zal blijven. Zo stel ik me de hel voor: als een plek waar ik in het leven hier op aarde al niet graag kom. Als ik over het beeld nadenk, ontbreekt een belangrijk element: God Die Zijn oordeel heeft uitgesproken over mijn leven. Dat ik niet zonder reden voor altijd op die roltrap op en neer zal gaan en ik innerlijk gek wordt van de steeds toenemende onrust.

Jan Luyken (1700), Origenes onderwijst zijn studenten.
Jan Luyken (1700), Origenes onderwijst zijn studenten.
Basis

Waarom ‘Eeuwig’ toch niet altijd een goed vertaalwoord is

Enkele publicaties vorig jaar, waaronder het boek “Het einde van de Hel” van Reinier Sonneveld, hebben de eeuwenoude discussie of God alle mensen uiteindelijk zal redden1 weer nieuw leven ingeblazen. Een belangrijk argument tegen de leer dat voor ongelovigen de hel de eindbestemming zou zijn, is dat de Hebreeuwse en Griekse woorden die meestal met “eeuwig” vertaald worden, niet de betekenis “eindeloos” hebben. Dat was aanleiding voor het blad Met Andere Woorden (MAW), een vakblad voor Bijbel en vertalen, om een themanummer uit te geven rondom dit woordje, “eeuwig” en “eeuwigheid”. En, hoewel vertalers zich het liefst op de tekst zelf focussen, ontkom je er niet aan keuzes te moeten maken die aan een dergelijke discussie raken.2 Zo moet een vertaler kiezen of hij meegaat in het zo bekende “eeuwig” en “eeuwigheid”, of in navolging van kritiek en diverse onderzoeken voor een andere weergave kiest. In het themanummer verdedigden enkele artikelen de keuze voor “eeuwig”. In de studievertaling waar ik aan mee mag werken, de Nieuwe Concordante Vertaling (NCV),3 is echter een andere keuze gemaakt. In dit artikel laat ik graag zien waarom “eeuwig” toch niet altijd een goed vertaalwoord is.

Nieuwe boeken