In de doopsgezinde geloofsgemeenschap noemen de leden elkaar ‘broeder’ en ‘zuster’. Waar komt dat gebruik vandaan? En wat betekent het om elkaar zo te noemen, al ben je geen familie? In 1989 trad ik toe tot de doopsgezinde broeder- en zusterschap. Komend uit een andere traditie vond ik het eerlijk gezegd een beetje wennen, dat ‘zuster’ en ‘broeder’. Ik vond het oubollig klinken. Collega-voorgangers, die opgegroeid zijn in een doopsgezind nest, beginnen hun overweging in een kerkdienst vaak met ‘Broeders en zusters’. Ik heb me dat nog steeds niet eigen kunnen maken. Net een echte familie Tijdens mijn predikantsopleiding hoorde
Het volledige artikel lezen?
Dit artikel is voor Basis- en Premium-leden.
Log in en lees verder. Nog geen lid?
Krijg toegang tot ruim 6.700 artikelen over levensvragen, spiritualiteit, opinie en maatschappij en verdiep je in wat geloof en theologie betekenen voor het leven van vandaag.
Bekijk Basis & Premium >
InloggenLid worden