Kindermoment: alles wordt nieuw?
Zondag Trinitatis
Bij Spreuken 8, 22-31 en Johannes 3, 1-16
Uit de bijbel
Zagen we in de vorige lezing nog dat Pasen en Pinksteren op één dag vallen, nu komen alle feesten bij elkaar in het gesprek dat Jezus voert met Nikodemus. En dat op de zondag Trinitatis, waarop we stil staan bij het sluitstuk van de kerkelijke feesten: Kerst, Pasen en Pinksteren hebben ons zicht gegeven op de drie-eenheid van Vader, Zoon en Geest.
Nikodemus is leraar van zijn tijd, een vooraanstaande Farizeeër, kenner van de Wet. Tijdens Pesach (2, 23) heeft Jezus mensen tot geloof in zijn naam zien komen, maar zo zegt Johannes daarover: Jezus gelooft niet in hen (vers 24). Jezus kijkt verder dan de wonderdaden, waarop mensen af komen.
Er moet in de mens zelf iets veranderen, een proces dat van binnen uit gebeurt, maar dat veelzeggend bij Johannes ‘geboorte van boven’ heet. In de NBV wordt dat steeds vertaald met opnieuw geboren, maar het van boven uit geboren worden (op een manier die ook past bij Boven) komen we elders in het Nieuwe Testament niet zo tegen.
Als Jezus dat proces aan Nikodemus in het gesprek uitlegt, dan valt het op dat alle facetten van het leven meedoen. De afkomst van de mens moet opnieuw begrepen worden (de geboorte, vers 6); geboren zowel van boven als van beneden, komend uit het water, een mens in wind en vuur, om het met Willem Barnard te zeggen (lied 538). Vervolgens ontstaat de spraakverwarring rondom het opnieuw geboren kunnen worden. Want waarom is een tweede geboorte noodzakelijk? Jezus verwijt Nikodemus allereerst een gebrek aan kennis van zijn eigen wetten. Een verwijt aan zijn adres als herder en hoeder van het volk. Om vervolgens de omstandigheden te verzachten: als jullie niet erkennen dat ik de mensenzoon ben, die van Boven afkomstig is, hoe kunnen jullie dan de woorden verstaan en begrijpen die ik spreek. Om je eigen afkomst en bestemming te vinden, zul je ook die van Jezus moeten zoeken en erkennen. Nikodemus verdwijnt zonder een woord te zeggen op de woorden van Jezus. Toch is hij niet geheel verdwenen, want hij komt bij Johannes nog twee maal in beeld, namelijk in 7, 50 en in 19, 39. Zo geeft Johannes ons zicht op de wedergeboorte die Nikodemus doormaakt. Eerst neemt hij het voor Jezus te midden van de Farizeeërs, zijn vakbroeders, op. En na de dood van Jezus gaat hij met een peperduur mengsel van mirre naar het graf om Jezus te balsemen. Nikodemus heeft tussen het eerste en het tweede Pasen zijn geboorte gekregen, een nieuw mens is opgestaan.
Thema met de kinderen
Alles wordt nieuw? Mensen zitten vol met vragen, zeker als er iets nieuws gebeurt, iets dat je leven verandert. Zo ook Nikodemus in het evangelieverhaal dat we vandaag horen.
In de kerk
Voorganger:
-
“Er was eens een wijze leraar, een rabbi. Hij vroeg aan een paar geleerden: ‘Waar woont God?’ Dat is een moeilijke vraag. Wat denken jullie ervan? Waar woont God?”
-
Ga hierover met de kinderen in gesprek, laat ze hun gedachten hierbij uitspreken.
-
Moeilijke vraag, dus: waar woont God?
-
Maar de geleerden uit het verhaal dachten dat ze het wel wisten. Ze lachten de rabbi een beetje uit. ‘Moet je je niet schamen om zo’n vraag te stellen?’, vroegen ze, ‘Je weet toch dat de hele wereld vol is van God?’
-
En toen zei de rabbi: ‘ God woont, waar hij wordt binnengelaten’. Wat zou hij daar nou mee bedoelen? Weten de kinderen een antwoord? Of misschien iemand anders in de kerk?
-
We zijn hier om samen ons geloof te vieren. Dat kan met woorden, verhalen, gebeden, muziek. Maar het kan vooral als we God binnen laten in ons hart. Als we dat doen, wordt alles anders. Ik wens ons allemaal toe dat we dat vandaag God kunnen toelaten in ons hart.
Extra: leestekst bij Spreuken 8, 22-31
Ik ben de wijsheid.
Ik was er al vóór al het andere,
vóór al het andere heeft God mij geschapen.
Al voordat de aarde gevormd werd,
toen er nog geen oceaan was,
toen er nog geen bronnen waren,
nog geen bergen en heuvels –
toen al ben ik ontstaan.
Niets was er nog, toen ik ontstond.
God zette de hemel op zijn plaats,
maakte de enorme oceaan en alle zeeën,
en ik was er bij.
Elke dag was ik er bij, samen met God.
Ik was één en al vreugde en blijdschap
over de aarde en over de mensen.
Daarom:
luister naar mij,
blijf altijd luisteren naar de wijsheid.
Want wie luistert naar de wijsheid,
is een mens naar Gods hart.
Wie luistert naar de wijsheid,
kiest voor het leven, niet voor de dood.