Kindermoment Voetje voor voetje
Tweede zondag na Pinksteren
Bij Numeri 9, 15-23 en Lucas 7,1-10
Uit de bijbel
Wie de schilderijen bekijkt die Marc Chagall gemaakt heeft bij de Bijbelboeken Genesis en Exodus, ziet daar herhaaldelijk een witte wolk op afgebeeld. Deze wolk vertegenwoordigt de verborgen aanwezigheid van de Eeuwige. Net als in het gedeelte waarmee op deze zondag de lezingen uit het boek Numeri een aanvang nemen. God reist mee met zijn volk door de woestijn, maar wij mensen kunnen de Eeuwige natuurlijk nooit zien. We zouden verteerd worden door het licht van zijn gelaat.
Wanneer je echter dat beeld van die wolk probeert voor te stellen, of geschilderd ziet op een doek, dan valt je pas op hoezeer die wolk juist in het oog springt. Hier is helemaal geen sprake van een verborgen aanwezigheid. De witte wollige deken kun je eenvoudigweg niet over het hoofd zien. Het is als een kind dat zich verstopt heeft onder een laken en denkt dat niemand hem kan zien.
Zou God zich op dezelfde wijze verborgen houden? Dat we heel goed weten waar we Hem zoeken moeten? Namelijk bij de tabernakel, bij de plekken die ons heilig zijn. Of is het zo dat God ons (liturgische) spel meespeelt? Dat als wij denken dat we naar de kerk moeten gaan, dat God zich daar dan ook wel wil ophouden? Maar dan niet zo dat we Hem voor eens en altijd vast kunnen leggen. Wolken waaien ook weer weg. De Geest gaat haar eigen gang. Het enige dat we weten is dat God als een vuur is dat oplaait, als een licht wanneer alles duister is. ‘Ontsteek dan een lichtend vuur, dat nooit meer dooft’, zingen we in de Paasnacht. En God speelt het spel nog steeds met ons mee.
In het evangelie blijkt de buitenstaander dichter bij Jezus te staan dan de omstanders. Zij vragen zich herhaaldelijk af wie hij toch is? Terwijl de centurio geen twijfel kent. Hij ziet wat voor anderen nog verborgen blijft. Hier is een Heer die oog heeft voor knechten. Hun bloed is kostbaar in zijn ogen, zingt Psalm 72 en de woorden uit de synagoge zijn verwaaid op de wind en hebben de centurio bereikt en zijn hart geraakt. Hij gaat op weg om genezing te zoeken voor zijn knecht. Want wat het hart raakt, daar kan God niet ver weg zijn. Verborgen, maar o zo aanwezig.
Thema met de kinderen: voetje voor voetje – op reis.
In de kerk
Haal iemand met kleine en iemand met grote voeten uit de kerk. Een kind en een man bijvoorbeeld… Laat het verschil zien en vertel dat voeten groeien, je moet steeds nieuwe schoenen. Zo ben je in je leven onderweg: het leven als reis, waarin je steeds groeit en nieuwe ervaringen opdoet. De grote voeten hebben al ver gelopen en van alles meegemaakt, de kleintjes minder.
Alternatief: iemand vragen die in een schoenenwinkel werkt, zij/hij kan misschien heel grote en piepkleine schoenen meenemen en iets vertellen over de verschillende voeten en dat je voor verschillende dingen ook andere schoenen nodig hebt (wandelschoenen, bontlaarzen, slippers enzovoorts, afhankelijk van wat je gaat doen en waar je weg heen leidt.)
Terwijl de kinderen naar de kinderdienst gaan, zing je samen NLB 822: Wij trekken steeds verder.
Extra: gebed
God,
Wij zijn hier bij elkaar.
Allemaal zijn wij op reis door het leven.
sommigen van ons staan nog aan het begin,
anderen zijn al ver op weg.
Soms zijn er moeilijke dingen op onze weg
en soms mooie –
in al deze dingen wilt u bij ons zijn.
Amen.