Menu

Premium

Knie

knieval, buiging

Rembrandt heeft in zijn werk over bijbelse taferelen bijzondere aandacht voor geknielde personen. We zien Hagar in de woestijn, liggend op haar knieën en smekend tot God. We zien in Egypte Jozef vol eerbied een knieval maken voor de koning en de hofdames vol verbazing voorovergebogen bij Mozes in het biezen mandje. We zien Manoach met vrees op zijn knieën vallen bij de verschijning van de godsbode. De tekenaar beeldt David, na zijn weerzinwekkende daad rond Uria, in geknielde gebedshouding uit, roepend om genade. En Ruth laat hij nederig knielen voor Boaz, evenals Tobias en zijn gezin die vervuld met vrees bij de verschijning van de engel op de knieën vallen; Daniël die geknield naast de leeuwen in de put tot God roept. We zien de herders in het veld, vol ontzag op de grond vallen bij het horen van de blijde mare, en later knielen zij voor het koningskind. Jezus zelf gaat voor de leerlingen door de knieën door hun voeten te wassen. De op overspel betrapte vrouw kijkt, rustend op een knie, verloren naar de grond; even later bukt Jezus en schrijft met zijn vinger in de aarde. Indrukwekkend zijn de beelden over de gelijkenis van de verloren zoon: ontredderd zit de zoon op zijn knieën bij de varkens en bij zijn thuiskomst knielt hij nederig voor zijn vader neer. Rond de verschijning van de opgestane Heer heeft de schilder de reacties van de omstanders haast aandoenlijk vastgelegd door ze knielend voor te stellen.

Corresponderen deze en andere schetsen en schilderingen met de bijbelse teksten over geknielde personen? Wat Rembrandt uitbeeldt, is inderdaad de bijbel niet vreemd.

Grondtekst

Ongeveer 25x verschijnt in het Hebreeuws bèrèk, ‘knie’; de Aramese equivalenten zijn berak (Dan. 6:11) en ‘arkoebbah (Dan. 5:6). Daarnaast zijn er de werkwoorden barak, ‘knielen’ (Ps. 95:6; 2 Kron. 6:13; van kamelen in Gen. 24:11), en kara’, ‘neerknielen, buigen’ (35x), vaak samen met ‘knie’ (o.a. 1 Kon. 8:54; 19:18). Of er een relatie bestaat tussen de stammen brk, ‘knielen’, en brk, ‘zegenen’, blijft ongewis.

Het Nieuwe Testament geeft 12x gony, ‘knie’, waarvan 6x in Lucas/Handelingen (Luc. 5:8; 21:5; Hand. 7:60; 9:40; 20:36; 21:5). Het ‘object’ waarvoor men knielt kan een mens, een afgod en God (veelal) zijn. Het verwante werkwoord gonypeteoo, ‘knielen’ (Mat. 17:14; Mar. 1:40; 10:17), duidt op intensief gebed; in 27:29 is het knielen een vorm van spotten. Op Hebreeën 12:12 na verschijnt het steeds samen met een werkwoord dat de buiging van knieën weergeeft, bijvoorbeeld kamptoo (Rom. 11:4; 14:11; Ef. 3:14; Fil. 2:10).

Letterlijk en concreet

a.Behalve de staande gebedshouding kent het oude Israël ook de geknielde gebedshouding (Ezra 9:5; Hand. 20:36). Ook komt de knielhou-ding voor tijdens het uiten van rouw.

b.Nog andere knielhoudingen zijn er. Bijvoorbeeld bij het drinken uit de beek (Richt. 7:5-6). Kamelen gaan eveneens door de knieën als ze bij een drinkplaats komen (Gen. 24:11). Dat Simson in slaap valt op de knieën van zijn lief, laat zien hoe intiem hij met haar is (Richt. 16:19).

Beeldspraak en symboliek

a.Een mens kan letterlijk knikkende knieën hebben van angst en schrik. Meestal gebruiken we in onze taal ‘knikkende knieën’ als beeld voor mensen die bang zijn of ergens erg tegenop zien. Daarin verschilt onze taal niet veel met die van de bijbel. Bij voorkeur gebruikt de bijbelschrijver dit beeld samen met dat van ‘slappe handen’. De mens met slappe handen en knikkende knieën is de ellendige mens. Hij heeft geen moed meer, is verstijfd van wanhoop. Het gevolg is dat hij tot niets meer in staat is. De handen hangen langs het lijf, de knieën willen niet meer dragen. De psalmist spreekt zo over zijn miserabele situatie (Ps. 109:24). De angst van koning Belsassar bij het zien van het geheimzinnige schrift op de muur moet wel enorm zijn, als we lezen dat zijn ‘knieën tegen elkaar stieten’ (Dan. 5:6). Wanneer Job zulke mensen tegenkwam, probeerde hij hun nieuwe moed te geven. Aldus horen we Elifaz complimenteus tot Job zeggen. Alleen, nu Job zelf in ellende zit, blijft er van die positieve kant niets meer over, verwijt dezelfde vriend hem (Job 4:4). Ook de precaire situatie van een volk of stad kan met de symboliek van knikkende knieën worden geschilderd (Nah. 2:11[10]). Tot het lijdende volk Israël spreekt de profeet namens de Heer: ‘Sterkt de slappe handen en verstevigt de knikkende knieën’ (Jes. 35:3). Het klinkt als een opdracht. Met Gods hulp kan het volk de ellende te boven komen. Eeuwen later verwerkt de auteur van de brief aan de Hebreeën deze tekst in zijn opbeurende boodschap voor de ontmoedigende gemeente van Christus (12:12). De gemeente heeft min of meer de hoop verloren. Zij komt niet meer tot daden. Zij zit geestelijk in de put. Er is zoveel tegenslag en het Koninkrijk van God breekt nog steeds niet door! De auteur zoekt naar een keerpunt, zodat handen weer actief worden in plaats van slap naast het lichaam te hangen en dat de knieën stevig en rechtop gaan staan in plaats van te knikken en te trillen. Daarentegen verneemt Jeruzalem de profetische boodschap dat haar handen slap zullen worden en haar knieën zullen druipen van water – misschien een eufemisme voor het ‘in de broek doen’ van angst – als een onheilsboodschap (Ez. 21:12[7]; vgl. 7:17). Immers, ellende en krachteloosheid liggen in het verschiet. In het wijsheidsonderricht heet de kwaadaardige vrouw de veroorzaker van slappe handen en knikkende knieën bij haar man (Sir. 25:23). Dit houdt in dat de man doodongelukkig is. Iemands knieën kunnen ook sidderen vanwege een visionaire ervaring; we zien dat bij Daniël die bevend opstaat na een aanraking (Dan. 10:10).

b.Wie knielt of een knieval maakt voor iemand, drukt daarmee uit dat hij die ander met eer bejegent of zich onderwerpt aan diens gezag. Mensen kunnen zich neerbuigen voor afgoden (1 Kon. 19:18; Rom. 11:4). Maar ook voor mensen, zoals Elia (2 Kon. 1:13). Meer dan eens knielt een mens voor Jezus neer: de melaatse (Mar. 1:40), de rijke jongeman (10:17), de maanzieke (Mat. 17:14) en Petrus (Luc. 5:8). Deze personen vallen voor Jezus’ voeten neer in het besef dat Hij in naam van God mensen redt en heelt. Zij zien Hem als de Héér en weten zich van Hem afhankelijk. Zij drukken dat uit in het ritueel van de knieval. Heel wrang en vernederend is de kniebuiging van degenen die Jezus hebben gevangengenomen. Zij spotten daarmee met zijn koningschap (Mat. 27:29; Mar. 15:19).

c.In kerkelijke kringen was tot voor kort de uitdrukking ‘op de knieën gaan’ vrij gebruikelijk. Met deze gebedshouding onderstreept men de innerlijke ootmoed en het belang van hetgeen waarvoor men bidt. Dit gebruik stamt uit de bijbelse traditie. De bijbelse mens die op de knieën zich tot de hemel richt, intensifieert daarmee zijn verlangen naar bevrijding. Bevrijding van angst, ziekte, gevangenschap en van zoveel meer. Zo trekken talloze personen in geknielde houding aan ons voorbij: Salomo, Elia, de psalmisten, Ezra, het volk als collectivum, Jezus, Petrus, Stefanus, Paulus en de gemeente als collectivum – op een dag buigen zij ter aarde. Om aangeraakt, geheeld, bevestigd, gesterkt en vernieuwd te worden.

d.Overbekend is het beeld dat de bijbel gebruikt om de volledige overgave van alle mensen en volkeren aan de Heer als de God van hemel en aarde te tekenen. We doelen op het beeld van elke knie die zich buigt voor de Heer en elke tong die zijn naam belijdt. Dit houdt in dat alle volkeren Hem erkennen en zijn wil uitvoeren. Voor de joodse ballingen geldt de belofte dat elke knie zich voor Hem zal buigen en elke tong zijn naam zal belijden als ware troost en bemoediging (Jes. 45:23). Iedereen en alles is dan gericht op de Eeuwige, geen onderlinge onderdrukking meer, geen godsdienstige conflicten, nee, vrede zal er zijn. In de brief aan de kerk van Rome verwerkt de apostel deze belofte van Jesaja (Rom. 14:11). Hij plaatst dit woord in de waarschuwing niemand te verachten en te veroordelen, omdat Christus evenmin ons heeft veracht en veroordeeld. Wel zal ieder mensenkind persoonlijk verantwoording moeten afleggen van zijn levensweg. Maar alle knieën en tongen zullen Hem eerbetoon brengen. Dit perspectief heeft universele trekken, want zowel Israël als de volken maken daarvan deel uit. In de brief aan de Filippenzen past Paulus het object van aanbidding toe op Christus (2:10).

e.Job vraagt zich af, wegens zijn hevig lijden, wat de zin van zijn geboorte is (3:12). Hij drukt zich daarbij beeldrijk uit: ‘Waarom hebben knieën mij opgewacht?’ Om aan te geven aan wie de nieuwgeborene wordt toevertrouwd, spreekt men van zijn of haar knieën waarop het kind wordt gebaard. De kinderloze Rachel laat haar slavin Bilha baren op haar knieën, waarmee het Rachels kind is geworden (Gen. 30:3). Hetzelfde zien we bij Jozef, wiens achterkleinkinderen op zijn knieën worden geboren (50:23). Het zijn uiteindelijk Jozefs kinderen. Tegen deze achtergrond mogen we de belofte aan Jeruzalem zien, dat zij zal zijn als een zogende en zorgende moeder voor mensen van heinde en verre; zij zal haar kinderen koesteren op haar knieën (Jes. 66:12). Maar er is ook het tegenbeeld. Hoe diep raakt ons het tafereel van de moeder met haar stervend kind op de schoot (2 Kon. 4:20)! f. In het apocriefe Gebed van Manassa (vs. 11), een klaagpsalm die is ontstaan vóór het eind van de eerste eeuw na Christus, en de in de oude kerk populaire brief 1 Clemens (57:1) ontmoeten we de uitdrukking ‘de knieën van het hart buigen’. Deze metafoor duidt een zeer sterke verootmoediging aan.

Praxis

a.Liederen:

Liedboek: Psalm 25; 29; 99; 109; 135; 138; Gezang 26; 70; 91; 123; 136; 152; 153; 166; 171; 179; 221; 226; 249; 312; Bijbel I: 37; Evangelie II: 18; 46; Gezangen: 300; 551; Gezegend: 88; ZADI: 23; Zingend V: 24; VI: 79; 81; 96.

b.Poëzie:

Hans Bouma, Mijn God, Kampen 1997, blz. 47: ‘Een vader, een moeder’; 71: ‘De Heer die een knecht is’. Ida Gerhardt, Verzameldegedichten, Amsterdam 1980, blz. 66: ‘De fazant’; 264: ‘Het motief’. Pé Hawinkels, Verzamelde gedichten, Nijmegen 1988, blz. 318: ‘Op zoek naar U’. Gabriël Smit, Gedichten, Bilthoven 1975, blz. 99: ‘Te rusten in U na het dreinend gestruikel…’.

c.Verwerking:

Een goede invalshoek voor de bespreking van knie en knielen zijn de afbeeldingen van Rembrandt (zie boven). Deze kunstenaar geeft in zijn prenten en beelden verschillende facetten en betekenissen van de geknielde mens neer. Rembrandt schetst die meestal in een of andere relatie tot God. Ook kunnen we de knielhouding in de liturgie noemen, met name de liturgie binnen de rooms-katholieke en oosters-orthodoxe tradities: wanneer knielt de voorganger en met welk doel? De thema’s die opdoemen, zijn onder meer: gebedshoudingen, eerbied en ontzag voor God, gezagsverhoudingen, gevoelsuitingen, angst en hoop.

Verwijzing

De knie heeft grote raakvlakken met ‘voetbank‘. Ook lopen er lijnen met ‘voet‘. Zie voor de combinatie ‘slappe handen en knikkende knieën’ ook ‘hand‘.

Wellicht ook interessant

Nieuwe boeken