Kom uit die leunstoel!
Waarom Matthijs het nieuws eerst afzwoor en toen toch maar weer toeliet
‘Nieuwsjunk’ Mathijs den Otter deed wat veel mensen de laatste jaren deden: hij begon het nieuws te mijden. En dat was comfortabel, héél comfortabel, een tikkeltje té comfortabel. Met enige tegenzin wist hij zichzelf weer ‘in de wereld’ te plaatsen en ontdekte dat er twee soorten mensen zijn die je daar op weg kunnen helpen.
Het begon in 2022 met een paar keer wegklikken, en eindigde met het verwijderen van apps en mijden van de zaterdagkrant. Op de dag dat corona overwonnen werd verklaard, viel Poetin Oekraïne binnen. Sindsdien is het er niet beter op geworden, al die oorlogen, onschuldige verloren mensenlevens, klimaatrampen, ongelijke verdeling en het sneuvelen van het internationaal recht. Ik – nieuwsjunk die altijd journalist wilde worden – besloot tot een radicale stap. Ik ging het nieuws mijden.
En daarin sta ik niet alleen, want volgens het Reuters Institute mijden 4 op de 10 mensen tegenwoordig ‘soms of vaak’ het nieuws. En een grote groep van de mensen die het nieuws nog wél leest, blijft daarna verlamd achter, op zoek naar vrolijkere of neutralere dingen om af te leiden van alle ellende. Zo besloot ikzelf om voortaan bouwplaatsen te gaan bekijken. Dat zou je apart kunnen noemen (welke columnist is in essentie niet apart?), maar het werkte. De rustige progressie, robuustheid, samenwerking, structuur, gaven iets van houvast bij een wereld die in raptempo afbrokkelde.
Toch voelde het op termijn ook als wegkijken. Als te individueel. Voor mijzelf werkte het prima, maar was er niet ook nog een wereld met een heleboel mensen die misschien iets van mij verwachte? Maar hoe vermijd je wegkijken als blijven kijken pijn doet aan je ogen en je ziel?
Ik bedacht dat mijn leven teveel een comfortabele leunstoel was geworden. Zo’n ding waar je niet meer uitkomt als je er eenmaal inzit, omdat een fabrikant grondig onderzoek heeft gedaan om de ‘zitcomforttijd’ maximaal te rekken. Opstaan voelt dan als veel te veel moeite: de rugleuning naar de wereld draaien kan toch ook gewoon? Dan zie je niks meer van de ellende. Maar dat heen-en-weer draaien wiegt je uiteindelijk alleen maar in slaap…
Uiteindelijk ging de leunstoel me benauwen. Het wegdraaien voelde niet meer proportioneel. Het deed geen recht aan de nood in de wereld. Ik moest eruit. Ik moest opstaan.
Maar na zoveel zitcomfort moet je wel een flinke drempel over: je benen gaan slapen en je spieren zijn slap geworden. Je bent erg creatief geworden in het bedenken van manieren om te blijven zitten – ziedaar de legitimiteit van de afstandsbediening (voor de boomers) – totdat je vastzit in een limbo van onbehagen en passiviteit.
De eerste stap is daarom om in één ruk afstand te nemen van het comfort en het beest in de bek te kijken. In het begin tintelt alles, en je wankelt jezelf de wereld in. Was dit wel een goed idee? Maar na een tijdje slapen je benen niet meer, en je stappen worden steviger. Het went.
Bovendien ben je in de wereld buiten de leunstoel niet alleen. Als je dan toch uit die stoel opgestaan bent en om je heen kijkt, zie je dat er al die tijd al mensen stonden. Zowel mensen die jou nodig hebben als mensen die met je mee willen strijden voor het goede. Die een kaartje sturen naar een in de fik gestoken azc, die hulpgoederen of geld naar Oekraïne sturen, die hun mond opentrekken als er gediscrimineerd of geïntimideerd wordt op straat. Je leunstoel is dan wel weg, maar je hebt voortaan schouders om op te leunen.
Er zijn daarbij twee groepen mensen die je specifiek op weg kunnen helpen in de wereld buiten de leunstoel. Waar je het allemaal een beetje van af kunt kijken. Ten eerste diegenen die nooit een leunstoel gehad hebben. Die vanaf het begin een leven hadden van strijd. Die moesten zorgen voor een naaste, streden met een chronische ziekte of ervaringen hebben met uitsluiting. Zij kunnen je op weg helpen.
En ten tweede je eigen voorouders. Beatrice de Graaf laat zien hoe je eigen familiegeschiedenis je kan helpen om om te gaan met tegenslagen in het heden, en in actie te komen. Het geeft verrassend veel kracht om te denken aan hoe opa en oma innovatief waren in de oorlog, en in lastige omstandigheden vooruit kwamen. Je draagt hen met je mee in het heden. En vooruit, om ook de Bijbel nog even te noemen: 66 boeken met verhalen over mensen die opstonden en in actie kwamen in de meest onveilige, bedreigende situaties. En geen woord over een leunstoel. Of over comfort.
Als zij het kunnen, dan kunnen jij en ik het ook!
Het is tijd om op te staan.

Matthijs den Otter is bestuurskundige, theoloog en metaldrummer. Hij werkt als adviseur inclusie, mensenrechten en het tegengaan van radicalisering en polarisatie bij de gemeente Utrecht, en promoveert aan de Vrije Universiteit Amsterdam op de rol die het hiernamaals speelt in het geloof van fundamentalistische christenen en moslims. Daarnaast speelt hij in de Nederlandse metalband Mountain Eye.