Kostbaarder dan zuiver goud: de wet des HerenBij 1 Koningen 3,5.7-12, Psalmen 119,121-128 en Matteüs 13,44-52(58)Vandaag horen we aan het slot van Jezus’ rede met gelijkenissen nog drie mesjalim. Daarna volgt een conclusie. We beginnen bij de akker waarin de schat verborgen is. Iemand vindt die schat, verbergt hem weer en gaat alles verkopen om die akker te kopen. Het gaat hier niet om een gewone schat. Bekend is het verhaal van de discussie tussen de joodse koning Kaspia, die indruk wil maken met zijn goud en zilver, en de Griekse koning Alexander. Alexander is niet geïnteresseerd in zijn goud,