Lief dagboek
Bij Marcus 16,1-7(8)
Het verhaal zélf spreekt
Over Pasen kun je heel lang discussiëren, filosoferen en zeker ook theologiseren. Maar op Paasmorgen moet het verhaal zélf spreken. Om het beter verstaanbaar te maken voor kinderen, vertalen we de Marcuslezing in dagboekvorm.
Uit het dagboek van Salomé
Lief dagboek,
Vandaag was een vreemde dag.
Gisteren schreef ik al over Jezus’ dood. Hoe hij stierf aan het kruis. Ik vertelde hoe donker het was en hoe verdrietig we waren. We hadden hem in een graf gelegd met een zware steen ervoor. Vandaag wilden we hem gaan balsemen. Dat doen we altijd als iemand is overleden. Zo blijft zijn lichaam mooi voor de eeuwigheid. Ach, ik weet ook nooit precies hoe dat zit, maar het is fijn om nog even zo dicht bij iemand te zijn die we moeten missen.
Ik haalde de Maria’s al vroeg op. We waren al een heel klein beetje gewend aan het idee dat hij dood was, maar het verdriet lag ons als een steen op de maag. Het was nog stil op straat. We vroegen ons af of er wel iemand zou zijn die kon helpen met die steen wegrollen, die voor het graf dan hè. Hoewel, die op onze maag mocht ook wel weg.
Toen we aankwamen bij het graf, was het open! We konden zo naar binnen. ‘Net zoals toen Jezus nog leefde,’ dacht ik, ‘toen losten problemen zich soms zomaar op.’ We schrokken ons rot toen we merkten dat we niet alleen waren. Er zat een man in witte kleren. Hij vertelde dat Jezus was opgewekt uit de dood.
Lief dagboek, snap jij dat nou? Hij was dood, en nou leeft hij weer. Dat kán toch niet? Maar het was echt zo, zei die man. Ik dacht dat ik gek werd. We zijn heel hard weggerend. Maar nu ik dit zo opschrijf, lief dagboek, word ik rustiger. Ik herinner me ineens weer zo veel over Jezus. De steen op mijn maag lijkt ook wel weg. Stel je voor dat het waar is. Dat Jezus inderdaad leeft. (Ik durfde het eerst niet goed aan Jezus’ leerlingen en Petrus te vertellen. Maar misschien moet ik dat toch maar eens gaan doen.)*
Ik word er zó blij van. Jezus leeft. Halleluja!
* bij Marcus 16 vers 8