Bij 1 Koningen 21,(1)20-29MonoloogVoorganger pakt een hip, modieus of decadent jasje van een stoel in de kerkzaal en trekt het aan.Zo, dat is nog eens een mooi jasje. Prachtig. Zit me als gegoten. Goed dat mijn vrouw Izebel dat voor me heeft meegenomen. Ik weet niet hoe ze eraan gekomen is. Dat vraag ik ook maar niet. Dat kan ik wel raden. Ze pakt wel vaker per ongeluk een verkeerde jas van de kapstok als ze ergens op bezoek is geweest. Ach, zolang ik Achab heet, wat doet het er toe. Degene die nu zonder jas loopt, mag er trots
Het volledige Premium-artikel lezen?
Dit artikel is voor Premium-leden.
Log in en lees onbeperkt alles op Theologie.nl. Nog geen lid?
Krijg toegang tot ruim 11.500 artikelen, waaronder verdiepende vakinhoud, preekschetsen, exegeses, kindermomenten en preekvoorbeelden.
Bekijk Premium >
InloggenLid worden