Met de kinderen: Een handje nodig
Bij Marcus 5:22-43
Vandaag lezen we twee verhalen in één. Jezus geneest een meisje en een vrouw. Wij richten ons op het verhaal van het dochtertje van Jaïrus.
Verhaal
Caroline is twaalf en zit in groep acht. Ze houdt van muziek en van paarden. Deze zomer wil ze op survivalkamp. Maar ze mag niet van haar vader. Dat vindt ze toch stom! Ze besluit dat ze op haar kamer blijft tot ze wel mag. Protest! Ze is toch oud en wijs genoeg om te weten wat ze wil? Dat moet haar vader maar eens gaan begrijpen.
Boos zit Caroline op haar bed, als haar vader binnenkomt. ‘Carolientje,’ zegt hij lief, ‘later als je groot bent, mag je zelf kiezen wat je wilt, maar nu mag je nog niet op survivalkamp. Ik vind het te gevaarlijk.’ Caroline wordt alleen maar bozer: ‘Ik heet geen Carolientje, ik heet Caroline en ik ben geen baby meer. Ik wil op survivalkamp.’ Maar papa laat zich niet overhalen.
Dan belt Caroline het nummer van de kampleiding. Ze legt uit wat haar probleem is. De leiding belt later die avond naar papa en vertelt dat het kamp echt niet gevaarlijk is en dat er heel veel kinderen van twaalf komen. Ze beloven dat ze goed voor Caroline zullen zorgen en zeggen dat papa moet proberen om een beetje op Caroline te vertrouwen. Ze is geen klein meisje meer.
Papa slaapt er een nachtje over en de volgende dag heeft hij een stoer besluit genomen: Caroline mag op survivalkamp maar ze moet wel elke dag even appen. Dat spreken ze af en Caroline voelt zich ineens heel volwassen. Alleen op survivalkamp, wauw!
Gebed
God, help ons als we klein worden gehouden. Soms hebben we even een handje nodig om op te kunnen staan en volwassen te worden. Wilt ons die hand geven? Amen.