Met de kinderen: Profetenmantel
Bij 1 Koningen 16,29-17,6
Monoloog
Voorganger slaat een mantel, cape of grote sjaal om zich heen.
Dit is alles wat ik heb. Deze mantel. Het is een profetenmantel. Hij beschermt me tegen van alles. Ook tegen de vele muggen bij deze half droogstaande beek.
Ik zal me even voorstellen: ik ben Elia. Ik ben profeet, een profeet van de God van Israël. Laat dat laatste duidelijk zijn, want er zijn tegenwoordig ook profeten die de Baäl dienen. Dat komt zo: onze nieuwe koning Achab trouwde met Izebel. Zij vereert de Baäl en nu heeft koning Achab zelfs een tempel vol met Baälbeelden laten bouwen. Hoe durft hij onze eigen God van Israël zo te beledigen! En hij doet nog veel meer dingen die slecht zijn in de ogen van onze God. Dat kan niet goed gaan.
Ik protesteerde tegen koning Achab en zei dat er de komende jaren geen regen zou vallen. En geen regen betekent geen graan op het veld en dus geen brood op de plank. Honger en armoede zal er komen, ook in het paleis. Dat ik dat tegen koning Achab durfde te zeggen, verbaast me nog steeds. De koning tegenspreken is gevaarlijk. Misschien stuurde God me daarom wel weg bij Achab.
Maar wat ik niet begrijp, is dat God me naar deze kale woestijn stuurt. Hier is nog geen droog brood te vinden. Nog even en ik ga alsnog dood, maar dan van de honger… (Schuilt in z’n mantel.)
Maar wacht eens, wat hoor ik? Water in de beek? Krassende zwarte raven? Wat laten ze daar vallen uit hun bek? Brood! En vlees! Het lijkt wel een sprookje! (Houdt z’n mantel op om het brood en vlees op te vangen.) O God, ik weet niet hoe ik U danken moet!
Gesprek over een mantel
Wanneer trek je een jas aan? Wanneer doe je een dekentje om je heen? Het kan dienen als bescherming tegen kou en regen, maar je kunt er ook in wegkruipen. Met een dekentje voor de televisie zitten. Je kunt er ook in wegvluchten.
Geef kinderen gelegenheid om te zeggen waarvoor zij een jas of dekentje gebruiken (hoeft niet, mag wel). Misschien wel als doelpalen bij het voetballen…
Gebed
Goede God,
als wij het koud hebben
of als wij verdrietig zijn,
sla dan uw mantel om ons heen
en verwarm ons met uw liefde.