Menu

Premium

Mijn woord is als een vuur

Bij Jeremia 23,23-29 en Lucas 12,49-59

Voor een zwoele zomerzondag zijn de perikopen uit het leesrooster behoorlijk zwaar. Het zijn ongemakkelijke teksten, die bij veel preekvoorbereiders de neiging zullen oproepen naar alternatieve lezingen uit te wijken. Deze weerstand tegenover de lezingen zal bij de gemiddelde kerkganger waarschijnlijk niet anders zijn. Het is dus de kunst om een beetje ‘zomerwind’ door de kerkdienst, door de bijbelteksten te laten waaien. Misschien helpen de volgende gedachten daarbij.

Het gaat bij Jeremia om het volgen van Gods geboden en bij Lucas om het volgen van Jezus. Dit volgen is niet altijd prettig; er moeten soms duidelijke keuzes gemaakt worden. Met halfzachte meelopers, die bij de eerste tegenwind afhaken, is het Koninkrijk van God niet gediend. Jeremia benadrukt dat Gods woord als een vuur is, dat dus ook iets zal moeten doen ontvlammen. Het is niet genoeg om je bij God prettig en geborgen te voelen; mensen moeten hun verantwoordelijkheid nemen en handelen.

Een God van ver

Ik vind dat de tekst uit Jeremia niet goed vertaald is in de NBV – vooral vers 23 zet je op het verkeerde been. ‘Ben Ik niet ook een God van ver?’ zegt de NBV, terwijl er werkelijk staat: ‘Ben Ik niet een God van ver?’ De afstand tussen God en mensen, die in het Hebreeuws heel duidelijk wordt neergezet, wordt met deze vertaling verkleind. Dat is jammer, want het doet geen recht aan het schokeffect van de tekst. Het is de bedoeling dat de hoorder, de lezer, schrikt en zich door God bedreigd voelt. God is heel ver weg, maar God ziet alles en iedereen, God vervult de hemel en de aarde. Daarover na te denken maakt je als mens heel klein. En opeens begrijp je dan, dat God het niet pikt dat mensen in zijn naam dingen zeggen die Hij nooit gezegd heeft. De mensen die zoiets doen zijn valse profeten, die beweren dat God in een droom tegen hen heeft gesproken. Jeremia heeft geen goed woord over voor deze valse profeten. Hij sneert over de zogenaamde godsopenbaringen in hun dromen. Alsof God een droom nodig heeft om iets duidelijk te maken! Een droom heeft net zo veel met Gods Woord te maken als stro met graan. In plaats van naar geruststellende woorden van valse profeten te luisteren, zou de bevolking van Jeruzalem er beter aan doen, kritisch naar zichzelf en naar het eigen handelen te kijken. Dan zou Jeruzalem niet verwoest zijn, zegt Jeremia. Heel vaak staat er: ne’oem ’adonai (= uitspraak van JHWH), wel vijf keer in deze paar verzen. De aanwezigheid van JHWH God is onomstotelijk duidelijk, heel anders dan de god Baäl en die vage dromen.

Dromen

Overigens is het fenomeen van de droom in de Bijbel interessant. Er bestaat maar één Hebreeuws woord voor (chalom), dat alle facetten van het dromen omvat, zowel de gewone droom als de goddelijke openbaring. Over het algemeen is de Bijbel terughoudend over dromen. Er wordt meestal geen goddelijke openbaring achter gezocht. In de boeken Genesis en Daniël spreekt God weliswaar via dromen tot de mensen, maar in veel gevallen droomt dan een niet-Israëliet en moet een vrome Israëliet de droom uitleggen (bijv. farao en Jozef, Nebukadnessar en Daniël). In de meeste andere bijbelboeken wordt de droom nog kritischer bekeken. God kan zich via dromen aan mensen openbaren, maar men moet altijd kritisch tegenover de inhoud van de dromen staan (zie bijv. Deut. 13,1-6!).

De woordstam chlm (‘dromen’) heeft nog een andere betekenis en wel: ‘gezond, krachtig worden’. Dit is de oudste betekenis van chlm. Daarna heeft het zich ontwikkeld van ‘gezond worden’ tot ‘dromen’ en wel via de associatie van de natte droom. De erotische droom van jonge mannen is een teken dat ze gezond zijn en tot krachtige mannen opgroeien. Zo veranderde door de eeuwen heen de betekenis van ‘gezond worden’ via ‘erotisch dromen’ tot ‘dromen in het algemeen’.

Vuur en doop

De perikoop uit het Lucasevangelie bestaat uit twee of misschien wel drie losse delen, die allemaal over het volgen van Jezus gaan. Het vuur, waarvan bij Jeremia gesproken wordt, komt ook hier voor. Een vuur is angstwekkend en zegen brengend tegelijk en daardoor een passend symbool voor het goddelijke. Ook bij Lucas brengt de tekst een schokeffect teweeg: waar Jezus toch meestal als zachtaardig, liefdevol en vredestichtend wordt gepresenteerd, klinkt dat hier heel anders. Maar de realiteit in de eerste christelijke gemeentes zal er zo uitgezien hebben: het christelijke geloof en het volgen van Jezus brachten verdeeldheid in families. Het was in die tijd zeker een radicale keuze, die een mens kon losscheuren uit het traditionele familieverband (Luc. 12,51-53).

Jezus spreekt over de doop, die hier geen positieve bijklank heeft, maar een negatieve. Het Griekse baptisma betekent iets als ‘rituele reiniging’, maar heeft ook de bijbetekenis van ‘iets wat je overspoelt’, ‘iets overweldigends’. Er gaat werkelijk iets gebeuren en dat is niet alleen maar aangenaam. Maar het is nodig: vuur en water maken zuiver, vernietigen het ene en bevrijden daarmee het andere. Dat de mensen dit niet zien aankomen is onbegrijpelijk (12,56).

Deze tijd onderkennen

In de verzen die volgen wordt gespeeld met het Griekse woord krino. Krino betekent ‘scheiden, onderscheiden’ of ‘oordelen’, NBV: ‘bepalen’ (12,57). Het heeft een juridische bijklank en het is in die zin dan ook begrijpelijk dat in het volgende vers opeens over een kritès, een rechter wordt gesproken. Ook het woord hypokritès, huichelaar (12,56), is met deze woordstam verwant. Hypokritès betekent allereerst ‘boodschapper’ en heeft zich dan via ‘spreker’ en ‘toneelspeler’ tot ‘simulant’ en ‘huichelaar’ ontwikkeld.

Het volgen van Jezus, het navolgen van Gods geboden, is dus geen sinecure. Het vraagt eigen verantwoordelijkheid, zelfstandig denken en de bereidheid risico’s te nemen. Maar het is de enige weg!

Wellicht ook interessant

Nieuwe boeken