‘Naar Betlehem de blik gericht!’
De Ster van Betlehem
Tot het late werk van de dichter M. Nijhoff (1894 – 1953) behoort het kerstspel De Ster van Bethlehem. Hij schreef het in het najaar van 1941 in opdracht van de Vrijzinnig Christelijke Jeugd Centrale (VCJC). Haar jeugdpredikant J.M. de Jong en lekenspelleider Ben Albach hadden de dichter om een kerstspel ‘voor de jeugd van verschillende gezindten’ gevraagd. Aanvankelijk speelde Nijhoff met een idee van een dierenkerstspel, maar toen de tijd begon te dringen besloot hij tot een traditionele aanpak. In zes weken tijd vloeide De Ster uit zijn pen. Het is een knap voorbeeld van functionele poëzie; een kerstspel dat weliswaar traditioneel aandoet, maar bij nadere beschouwing de creatieve hand van de modernistische dichter laat zien. Ruim twintig jaar is De Ster een geliefd lekenspel in het vrijzinnig protestantse milieu geweest. Volgens documentatie van de VCJC hebben meer dan zeshonderd opvoeringen in deze periode plaatsgevonden. Eén van de laatste grote uitvoeringen werd gespeeld in het Koninklijk Paleis op de Dam in 1961 met prinses Beatrix in de hoofdrol als Eva. Beeldverslagen hiervan verschenen in het Polygoonjournaal en de Libelle.