Menu

Premium

Namen in de NBV

Meer consistentie nodig in vertaling

Net zoals in andere bijbelvertalingen komen in onze Nederlandse bijbels woorden voor die niet vertaald zijn, maar rechtstreeks uit de oorspronkelijke tekst werden overgenomen. Daar horen ‘gewone woorden’ toe, zoals de maatnamen efa en kor, liturgische termen als amen, halleluja en hosanna, het sela van de psalmen en het mene tekel van Daniël. Maar de grootste groep vormen de eigennamen: van personen, volken, plaatsen, bergen, maanden, feesten, enz. Daarbij gaat het om een groter aantal dan vaak wordt gedacht. In de standaardeditie van de NBV met 1600 pagina’s bijbeltekst staan er namelijk gemiddeld 25 op een bladzij. De Hebreeuwse boeken tellen er zo’n 3.000 op 35.000 plaatsen, en de Griekse (canonieke) ruim 500 op 5.000 plaatsen. Sommige ervan worden vertaald, zoals Heer, Schorpioenenpas en Loofhuttenfeest, maar de meeste niet. Over deze laatste gaat het in deze bijdrage, en dan vooral over de Hebreeuwse. Die vormen namelijk de grootste en ook meest illustratieve groep. Bovendien bestaat de helft van de nieuwtestamentische namen uit Griekse versies van Hebreeuwse, zoals de namen in de zogenaamde geslachtsregisters van Matteüs en Lucas.

Lees het hele artikel

Wellicht ook interessant

None

Recensie van het boek Nieuw mens worden

Net als het boek De weg van de vrede van Stefan Paas gaat dit boek van Jan Scheele-Goedhart over wat vroeger ‘het wezen van het Christendom’ werd genoemd: waar draait het in het christelijk geloof om? Stefan Paas schreef zijn boek om mensen die niet bekend zijn met het christelijk geloof om aan hen uit te leggen waar het in het christelijk geloof om draait. Scheele-Goedhart schrijft zijn boek juist voor de breedte van de oecumene, omdat hij merkt dat ook trouwe kerkgangers niet echt weten waar het in het christelijk geloof om draait.

Matthijs den Otter
Matthijs den Otter
Basis

Korte Metten: Zacht op de persoon, hard op de inhoud

Toen ik net twee jaar werkervaring had, werd ik – tot mijn verbazing – aangenomen als teamleider bij een maatschappelijk projectbureau. De thema’s en het contact met opdrachtgevers vond ik leuk, maar het leidinggevende gedeelte knap lastig. Met name het feedback geven. Wie was ik als 26-jarige om anderen te vertellen wat ze beter moesten doen? Wat als ze zich gekwetst zouden voelen? Toen ik dit een keer besprak met mijn eigen leidinggevende gaf hij me een tip: ‘Zacht op de persoon, hard op de inhoud.’ Een waar feedback-credo. Een simpel, maar vernuftig uitgangspunt. Het stelt de ander centraal. Het leert je diegene allereerst te zien als mens. Maar voel je je daardoor veel vrijer om scherp feedback te geven op de inhoud, op wat die ander beter kan doen?  Dat staat immers los van de waarde van die persoon.

Nieuwe boeken