Menu

Basis

Niets is hier blijvend

Eeuwigheid bij Tersteegen en Bonhoeffer

"Aan ‘t eind der pelgrimsreize zal voor mijn oog verrijzen uw grote eeuwigheid. O eeuwigheid, gij schone mijn hart wil in u wonen, het vindt geen thuis in deze tijd." Deze strofe van Gerhard Tersteegen, de laatste van lied 244 uit het Liedboek, werd door Dietrich Bonhoeffer en zijn familie zeer gewaardeerd als verjaardagslied. In 1929 eindigde Bonhoeffer zijn afscheidspreek in Barcelona zelfs met dit ‘lievelingsvers’. In dit artikel onderzoekt Kick Bras wat de overeenkomsten en verschillen zijn tussen Tersteegen en Bonhoeffer als het gaat om hun visie op en waardering van de eeuwigheid. Streef naar de eeuwigheid Gerhard Tersteegen

Wellicht ook interessant

Nieuwe boeken