Menu

Premium

Noodweer

Bij Johannes 17,14-26

In de vakantie gaan Mosje en Mirjam een flinke strandwandeling maken, van Kijkduin naar Hoek van Holland en dan met de bus terug. Een paar ouders gaan mee, en nog wat kinderen die goed kunnen lopen, want het is een heel eind.

Het begin is een makkie. Ze lopen langs het water op het harde zand. Maar dan komt de zee op, en moeten ze door het mulle zand lopen. Dat is zwaar. Boven de zee zien ze grote, zwarte wolken opkomen. Al gauw vallen de eerste druppels. Het wordt noodweer, in de verte zien ze donder en bliksem. Er is geen paadje door de duinen hier en er is geen mens te zien.

Ze lopen dicht bij elkaar. Jassen over hun hoofd. Verderop staat een strandtent, maar die is dicht. Gelukkig is daar een trap naar boven. ‘Waar zijn we hier?’ ‘In Monster!’ Dat klinkt niet zo vriendelijk. Er is een cafetaria waar ze willen schuilen, maar de baas wil al die natte zandvoeten niet binnen hebben. Bij de kerk is een afdak voor de fietsen, daar staan ze droog.

Er komt een mevrouw met een paraplu. Gaat ze hen wegsturen? Nee, ze zegt: ‘Kom maar binnen, allemaal de schoenen uit en wie wil, mag zijn natte kleren in de droger doen.’ Ze krijgen warme melk met honing. ‘Mevrouw Monster,’ zegt Mosje, ‘wat aardig van u.’ Papa wil wat betalen, maar dat hoeft niet. Na een half uur zijn de kleren droog en de bui is over. Nu weer verder? Nee, ze pakken de bus terug.

Thuis schrijven ze een kaart aan de mevrouw. Ze weten haar naam niet, dus zetten ze erop: ‘Mevrouw De Engel. U hebt ons gered, we zijn veilig thuisgekomen. Heel erg bedankt.’

Wellicht ook interessant

None

Recensie van Matthijs Schuurman over het boek Drie-eenheid

In 2024 schreef Bram van de Beek een artikel voor een wetenschappelijke encyclopedie over hoe er in de Vroege Kerk werd gedacht over de drie-eenheid. Al vanaf de jaren-’80 is hij actief als hoogleraar. In 1981 volgende hij in Leiden prof. dr. H. Berkhof op als hoogleraar Dogmatiek. In 2000 verhuisde hij naar de Vrije Universiteit, waar hij Symboliek ging doceren. Bij symboliek gaat het om de inhoud van de geloofsbelijdenissen. Ook was Van de Beek bijzonder hoogleraar Systematische theologie aan de Universiteit van Stellenbosch in Zuid-Afrika.

None

Recensie van Matthijs Schuurman over het boek Inferno

Iedereen heeft misschien wel zijn eigen beeld van de hel. Persoonlijk vind ik de hel zelf veel moeilijker voor te stellen dan de hemel. Als ik de hel zou moeten verbeelden, dan zou ik kiezen voor een druk winkelcentrum waar ik eindeloos op en neer ga op de roltrap. Ik ben dan in een drukte van mensen waar ik niet verbonden mee kan raken, omdat die mensen op dat moment allemaal voor zichzelf leven. Een plek waar ik innerlijk alleen maar onrustig kan worden en onrustig zal blijven. Zo stel ik me de hel voor: als een plek waar ik in het leven hier op aarde al niet graag kom. Als ik over het beeld nadenk, ontbreekt een belangrijk element: God Die Zijn oordeel heeft uitgesproken over mijn leven. Dat ik niet zonder reden voor altijd op die roltrap op en neer zal gaan en ik innerlijk gek wordt van de steeds toenemende onrust.

Jan Luyken (1700), Origenes onderwijst zijn studenten.
Jan Luyken (1700), Origenes onderwijst zijn studenten.
Basis

Waarom ‘Eeuwig’ toch niet altijd een goed vertaalwoord is

Enkele publicaties vorig jaar, waaronder het boek “Het einde van de Hel” van Reinier Sonneveld, hebben de eeuwenoude discussie of God alle mensen uiteindelijk zal redden1 weer nieuw leven ingeblazen. Een belangrijk argument tegen de leer dat voor ongelovigen de hel de eindbestemming zou zijn, is dat de Hebreeuwse en Griekse woorden die meestal met “eeuwig” vertaald worden, niet de betekenis “eindeloos” hebben. Dat was aanleiding voor het blad Met Andere Woorden (MAW), een vakblad voor Bijbel en vertalen, om een themanummer uit te geven rondom dit woordje, “eeuwig” en “eeuwigheid”. En, hoewel vertalers zich het liefst op de tekst zelf focussen, ontkom je er niet aan keuzes te moeten maken die aan een dergelijke discussie raken.2 Zo moet een vertaler kiezen of hij meegaat in het zo bekende “eeuwig” en “eeuwigheid”, of in navolging van kritiek en diverse onderzoeken voor een andere weergave kiest. In het themanummer verdedigden enkele artikelen de keuze voor “eeuwig”. In de studievertaling waar ik aan mee mag werken, de Nieuwe Concordante Vertaling (NCV),3 is echter een andere keuze gemaakt. In dit artikel laat ik graag zien waarom “eeuwig” toch niet altijd een goed vertaalwoord is.

Nieuwe boeken