Menu

None

Onverwachte overwinning

Interpretatie-Logo180
Annette Merz
Lucas 18:1-8
Uit het artikel in het maartnummer wordt de methode van de intertekstuele vervlechting overgenomen, en daarnaast zal de redactiekritische methode toegepast worden.
Intertekstualiteit
Alle teksten zijn ingebed in een netwerk van teksten, maar voor sommige teksten is de intertekstuele dimensie belangrijker dan voor andere. In deze gevallen voegt de intertekstuele leeswijze iets toe aan de interpretatie dat niet op een andere manier begrepen kan worden. De auteur gaat er dan van uit dat de lezers de intertekstuele verbindingen zullen oppikken (zgn. geïntendeerde intertekstualiteit). Jezus en zijn toehoorders waren vertrouwd met de heilige schriften van Israël. In de parabel van de rechter en de weduwe gaat Jezus uit van bekende tradities over weduwen om de spanning op te voeren en uiteindelijk een tegelijk traditionele en verrassende oplossing te presenteren.
Er was eens een rechter in een stad die geen ontzag had voor God en zich niets aan de mensen gelegen liet liggen. Er woonde ook een weduwe in die stad, die steeds weer naar hem toe ging met het verzoek: ‘Doe mij recht in het geschil met mijn tegenstander.’ Maar lange tijd wilde hij dat niet doen. (18:2-4a)
Het begin van de parabel roept herinneringen op aan bijbelse voorschriften, waarin weduwen samen met armen, wezen en vreemdelingen als noodlijdende objecten van ontferming en bescherming worden gezien en mensen worden gewaarschuwd om deze kwetsbare groepen niet te misbruiken (zie o.a. Deut. 10:17-19; 14:28-29; Jes. 1:23; 10:1-2). Rechters worden erop gewezen dat zij Godvrezend en onpartijdig moeten zijn en geen steekpenningen mogen aannemen (2 Kron. 19:4-7). Al deze teksten laten tegelijk zien dat de realiteit vaak gekenmerkt was door grote armoede en stelselmatige rechtsbreuk. Daartegen wordt God aangeroepen als de ‘rechter der weduwen’ (Ps. 68:6; 146:9), die de hulpkreten en tranen niet zal negeren, en als een onpartijdige rechter het onrecht zal wraken (Sir. 35:9-23).
Het intertekstuele referentiekader van de parabel zorgt voor spanning en wekt verwachtingen. Zal God ingrijpen en de rechter straffen? Of zal de rechter tot inkeer komen? Geen van beide gebeurt.
Ten slotte zei hij bij zichzelf: ‘Ook al heb ik geen ontzag voor God en laat ik mij niets aan de mensen gelegen liggen, toch zal ik deze weduwe recht verschaffen omdat ze me last bezorgt, opdat zij niet ten slotte komt en mij een blauw oog slaat.’ (18:4b-5)
De rechter blijft een goddeloze egoïst, maar de weduwe weet hem door haar vasthoudend lastig gedrag bang te maken voor een pijnlijke publieke confrontatie, zodat hij uit eigenbelang de strijd staakt. De weduwe, symbool voor de kansloze sociaal zwakke, wint het van de vertegenwoordiger van de machthebbende elite. Ook hiervan bestaan voorbeelden. Jezus’ weduwe sluit zich aan bij een reeks doorzettende weduwen uit Israël die ondanks een uitzichtloze situatie een overwinning wisten te behalen: Tamar (Gen. 38), Ruth, Judith en de wijze vrouw van Tekoa (2 Sam. 14). Jezus speelt met de twee traditionele visies op weduwen en roept met het verhaal ertoe op zich niet als hulpeloze en machteloze persoon te beschouwen, maar het zwakke punt te vinden waar de onverschilligheid van de macht gebroken kan worden en gerechtigheid kan zegevieren.
Redactiekritiek
De redactiekritische methode richt zich op de interpretatie die de schrijver van de overkoepelende tekst, hier de evangelist Lucas, aan het verhaal heeft gegeven. De auteur zorgt als redacteur door selectie en sequentiële ordening van tradities, door verandering van de woordkeuze en door toevoeging van stukken voor een nieuwe presentatie van de tradities. Omdat wij de bronnen van Lucas óf kennen (het Marcusevangelie) óf door vergelijking met het Matteüsevangelie kunnen reconstrueren (de logiabron Q), is het mogelijk de eigen taal, stijl en theologie van Lucas vast te stellen. Toch blijft het identificeren van redactionele elementen altijd hypothetisch, met name bij teksten zonder parallellen in de synoptici. Als vuistregel kan gelden dat de pen van de redacteur vaak in de inleiding en de slotpassages te vinden is; daarom worden de verzen 1 en 6 tot 8 door veel wetenschappers als geheel of overwegend redactioneel beschouwd.1 Vers 1 is een toonbeeld van redactionele activiteit: Jezus ‘vertelde hun een gelijkenis over de noodzaak om altijd te bidden en de moed niet op te geven’. De betekenis van de parabel wordt hierdoor helemaal vastgelegd, waarbij opvallend is dat het kernwoord bidden in de parabel zelf niet voorkomt. Waar de weduwe in de parabel iemand is die gerechtigheid eist en afdwingt (ekdikein in de verzen 3 en 5), moet zij volgens de redacteur als voorbeeld voor aanhoudend bidden gezien worden en voegt daarmee een dimensie aan het thema bidden toe (zie Luc. 11:1-4, 5-8, 9-13). De rechter wordt door de inleiding een (zij het extreem ongelijk) voorbeeld voor God, een lijn die in de verzen 6-7 wordt doorgetrokken. De weduwe is voorbeeld voor de biddende gemeente, die met het uitblijven van de wederkomst van de Heer te doen heeft: ‘En hij is geduldig met hen. Ik zeg jullie dat hij hun spoedig recht zal verschaffen. Maar als de Mensenzoon komt, zal hij dan geloof vinden op aarde?’ (18:7b-8).2 Met deze laatste zinnen wordt de parabel betrokken bij het gesprek over de eschatologie, dat bij Lucas al vanaf 17:20 gaande is.
Conclusie
Afhankelijk van de toegepaste methode verandert de focus van de gelijkenis. Wie op de inbedding in het evangelie van Lucas let, ziet een parabel die wil aansporen om te blijven bidden, alles van God te verwachten en uit te zien naar het einde der tijden, waar God alomvattende gerechtigheid teweeg zal brengen. Als je de blik richt op de parabel zelf in haar intertekstuele inbedding in de teksten over weduwen in Israëls traditie, hoor je een tekst die degenen die onder ongerechtigheid lijden, aanspoort om zich niet bij de rol van slachtoffer neer te leggen, maar een opening te zoeken en van hun zwakte een sterkte te maken.
Denk mee
Twee methoden werden hier (schetsmatig) toegepast. Kun je nog meer aspecten van betekenis vinden, als je kijkt naar andere teksten binnen het Lucasevangelie en binnen de Tenach, die licht kunnen werpen op de parabel? Geef hieronder uw reactie.

  1.  
  2. Zie verder A. Merz, ‘How a woman who fought back and demanded her rights became an importunate widow – The transformations of a parable of Jesus’, in: T. Holmén (ed.), Jesus from Judaism to Christianity: Continuum Approaches to the Historical Jesus (ESCO/LNTS 352), London: T&T Clark, 2007, 49-86.
  3. Zie voor dit aspect het artikel van Nico Riemersma, ‘Geduld dat ruimte biedt’, Interpretatie 18,6 (2010), 26-28.

Prof. dr. A. Merz is hoogleraar literatuur- en cultuurgeschiedenis van het vroegste christendom aan de Universiteit Utrecht en lid van de redactieraad van Interpretatie.

Wellicht ook interessant

None

Recensie van Matthijs Schuurman over het boek Drie-eenheid

In 2024 schreef Bram van de Beek een artikel voor een wetenschappelijke encyclopedie over hoe er in de Vroege Kerk werd gedacht over de drie-eenheid. Al vanaf de jaren-’80 is hij actief als hoogleraar. In 1981 volgende hij in Leiden prof. dr. H. Berkhof op als hoogleraar Dogmatiek. In 2000 verhuisde hij naar de Vrije Universiteit, waar hij Symboliek ging doceren. Bij symboliek gaat het om de inhoud van de geloofsbelijdenissen. Ook was Van de Beek bijzonder hoogleraar Systematische theologie aan de Universiteit van Stellenbosch in Zuid-Afrika.

None

Recensie van Matthijs Schuurman over het boek Inferno

Iedereen heeft misschien wel zijn eigen beeld van de hel. Persoonlijk vind ik de hel zelf veel moeilijker voor te stellen dan de hemel. Als ik de hel zou moeten verbeelden, dan zou ik kiezen voor een druk winkelcentrum waar ik eindeloos op en neer ga op de roltrap. Ik ben dan in een drukte van mensen waar ik niet verbonden mee kan raken, omdat die mensen op dat moment allemaal voor zichzelf leven. Een plek waar ik innerlijk alleen maar onrustig kan worden en onrustig zal blijven. Zo stel ik me de hel voor: als een plek waar ik in het leven hier op aarde al niet graag kom. Als ik over het beeld nadenk, ontbreekt een belangrijk element: God Die Zijn oordeel heeft uitgesproken over mijn leven. Dat ik niet zonder reden voor altijd op die roltrap op en neer zal gaan en ik innerlijk gek wordt van de steeds toenemende onrust.

Jan Luyken (1700), Origenes onderwijst zijn studenten.
Jan Luyken (1700), Origenes onderwijst zijn studenten.
Basis

Waarom ‘Eeuwig’ toch niet altijd een goed vertaalwoord is

Enkele publicaties vorig jaar, waaronder het boek “Het einde van de Hel” van Reinier Sonneveld, hebben de eeuwenoude discussie of God alle mensen uiteindelijk zal redden1 weer nieuw leven ingeblazen. Een belangrijk argument tegen de leer dat voor ongelovigen de hel de eindbestemming zou zijn, is dat de Hebreeuwse en Griekse woorden die meestal met “eeuwig” vertaald worden, niet de betekenis “eindeloos” hebben. Dat was aanleiding voor het blad Met Andere Woorden (MAW), een vakblad voor Bijbel en vertalen, om een themanummer uit te geven rondom dit woordje, “eeuwig” en “eeuwigheid”. En, hoewel vertalers zich het liefst op de tekst zelf focussen, ontkom je er niet aan keuzes te moeten maken die aan een dergelijke discussie raken.2 Zo moet een vertaler kiezen of hij meegaat in het zo bekende “eeuwig” en “eeuwigheid”, of in navolging van kritiek en diverse onderzoeken voor een andere weergave kiest. In het themanummer verdedigden enkele artikelen de keuze voor “eeuwig”. In de studievertaling waar ik aan mee mag werken, de Nieuwe Concordante Vertaling (NCV),3 is echter een andere keuze gemaakt. In dit artikel laat ik graag zien waarom “eeuwig” toch niet altijd een goed vertaalwoord is.

Nieuwe boeken