Recensie van Matthijs Schuurman over het boek Drie-eenheid
In 2024 schreef Bram van de Beek een artikel voor een wetenschappelijke encyclopedie over hoe er in de Vroege Kerk werd gedacht over de drie-eenheid. Al vanaf de jaren-’80 is hij actief als hoogleraar. In 1981 volgende hij in Leiden prof. dr. H. Berkhof op als hoogleraar Dogmatiek. In 2000 verhuisde hij naar de Vrije Universiteit, waar hij Symboliek ging doceren. Bij symboliek gaat het om de inhoud van de geloofsbelijdenissen. Ook was Van de Beek bijzonder hoogleraar Systematische theologie aan de Universiteit van Stellenbosch in Zuid-Afrika.
Toegankelijk
De afgelopen decennia heeft Van de Beek zowel academisch als kerkelijk een enorme bijdrage geleverd. Met dit boek over de drie-eenheid maakt Van de Beek, zoals hij dat eigenlijk steeds gedaan heeft, zijn wetenschappelijke werk toegankelijk voor het ‘gewone’ kerkvolk.
Dit boek over de drie-eenheid is ook een echt Van de Beek-boek: uitdagend, soms scherp, geregeld te kort door de bocht maar vooral de moeite waard om te lezen en te overdenken. Ook omdat je als lezer niet alleen leert over de thematiek die hij aansnijdt, maar ook weer zijn eigen theologie net weer een beetje scherper krijgt.
Van de Beek schreef dit boek om de verlegenheid onder christenen over de drie-eenheid te boven te komen. Als deze christenen door anderen, zoals moslims, worden bevraagd of zij niet in drie goden geloven, staan ze met de mond vol tanden. Ze kunnen niet uitleggen waarom christenen geloven in een drie-enige God. Hij wil hen daarbij helpen. Hij wil hen daarbij vooral helpen om een beeld van God dat aan de Bijbel is ontleend en niet een godsbeeld dat met allerlei filosofische ideeën wordt opgetuigd.
De doop
Het geloof in de drie-enige God begint voor Van de Beek niet bij de belijdenis maar bij de doop. Wie het werk van Van de Beek kent, weet hoe belangrijk de doop voor hem is: de doop is de overgang van de oude wereld van de zonde naar de wereld van Christus. Voor elke gedoopte geldt: ‘Zij zijn overgegaan uit de wereld naar het leven in de gemeenschap met de ware God.’ (p. 20) Van de Beek kent dan ook geen toe-eigening van het heil, want het heil gebeurde met de doop: toen werden we van de levende God. Daarbij is onze instemming niet eens nodig. Het gebeurt aan ons, nog voor wij er ons bewust van zijn. God is bij Van de Beek allereerst Jezus: Jezus is God. Jezus die is gekruisigd en is opgestaan is God. ‘De levende God is de God die heeft deelgenomen aan de dood waaraan mensen onderworpen zijn.’ (p. 21)
Wie het werk van Van de Beek kent, weet hoe belangrijk de doop voor hem is
De nadruk die Van de Beek legt op Jezus en op Jezus die God is, gaat bij hem niet ten koste van de andere twee Personen: Zij zijn één in hetzelfde werk: de redding van de wereld door het zenden van de Zoon. (p. 27) De Geest is daarbij niet een nieuw hoofdstuk, maar onderdeel van dezelfde zending als waarmee de Zoon gezonden is. De Geest maakt alleen het werk van Christus af door in de gelovige te werken. Dat doet de Geest vanaf de doop. Het belang van de drie-eenheid ligt voor Van de Beek niet in het wezen van God, niet in hoe God is, in de hemel als drie Personen en toch één. Voor hem ligt de nadruk op de eenheid in het werk op aarde, in het komen van Christus en de Geest, in het redden uit een verloren wereld. In de dogmatiek wordt dit de economische triniteit genoemd. Economisch heeft hier de betekenis van het heilshandelen van God.
Wezenstriniteit
Er is ook een andere manier om na te denken over de eenheid van God tussen de drie Personen: de Wezenstriniteit. Dat is hoe God in de hemel is, in de eenheid tussen de drie Personen, buiten Zijn heilshandelen op aarde om. Van de Beek wil daarbij wegblijven. Dan komen we te veel in de mystiek en de filosofie en die mystiek en de filosofie vervalt in een soort interessantdoenerij over wie God is. Maar God past niet in onze menselijke denkwijzen en in onze menselijke maatstaven: God is anders. Totaal anders. Wij zouden nooit bedacht hebben dat God de hemel zou verlaten en in Jezus mens zou worden. Wij zouden nooit bedacht hebben dat God aan het kruishout zou hangen en onderging in de dood. Filosofie en mystiek leidt tot een abstracte God, die anders is dan hoe God zich in de Bijbel bekend maakt.
Van de Beek moppert op Athanasius, die de deur voor de filosofie openzet. Augustinus moet het helemaal ontgelden: zijn godsbeeld is meer filosofisch dan bijbels. Daarmee verdwijnt God in de hemel en wordt het ingewikkeld om te geloven dat God nog op aarde kwam. Daarmee zijn we onze redding weer kwijt. Want God kwam om te redden. Zoals de ondertitel zegt: God zet alles in om ons te redden. Alles betekent ook bij Van de Beek: Gods eigen zelfgekozen ondergang in de dood. Dat is de weg die God koos om ons te redden. Dat is de betekenis van de drie-eenheid.
Filosofie en mystiek leidt tot een abstracte God, die anders is dan hoe God zich in de Bijbel bekend maakt
De drie-eenheid is een ingewikkeld leerstuk als we na gaan denken over hoe Gods wezen is en hoe in Gods wezen er drie Personen kunnen zijn die toch weer één zijn. Zelf zou ik op catechisatie en in de preek de drie-eenheid nog eenvoudiger uitleggen dan Van de Beek doet: Drie-eenheid betekent dat Jezus op aarde echt God was. Niet een beetje God of deels God, maar helemaal God. Toen Jezus op aarde kwam, was de hemel echter niet leeg. Ook toen Jezus aan het kruis hing en in het graf gelegd werd, was God ook in de hemel. Tegelijkertijd was Hij aan het kruis en in het graf. Ook toen was er een eenheid, zelfs toen de eenheid voor Jezus verbroken werd en Hij het uitriep: Mijn God, mijn God waarom hebt U mij verlaten.
De drie-eenheid helpt mij ook om uit te leggen waarom Jezus zowel in mijn hart kan zijn als in de hemel is. Het is de Geest die Jezus in mijn hart brengt. Toch is het echt Jezus en volop Jezus. Daarom snap ik de nadruk op de economische triniteit. In zijn oordeel over Athanasius en Augustinus gaat hij in mijn ogen te kort door de bocht. Sinds zijn boek Jezus Kurios in mijn studententijd uitkwam, lees ik Van de Beek. Voor mijn eigen theologische vorming is hij van grote betekenis geweest. Maar geregeld is hij te snel klaar met bepaalde ideeën en bepaalde theologen en moeten theologen het ten onrechte ontgelden. In dit boek treffen met name Athanasius en Augustinus dat lot.
De gereformeerde traditie
Het boek Jezus Kurios is het begin van een nieuwe fase in Van de Beeks theologie geweest: alle kaarten op Jezus als God. Wat mij nog wel bezighoudt is waarom er sindsdien in zijn publicaties nauwelijks nog verwijzingen zijn naar de gereformeerde traditie is (of het moet Noordmans zijn, die sinds Jezus Kurios voor Van de Beek een oriëntatiefiguur is geworden). In zijn eerdere werk kwamen die verwijzingen wel steeds voor. Nu hoeft van mij niet iedereen steeds naar de gereformeerde traditie te verwijzen. Maar het intrigeert mij wel, omdat in mijn ogen in de gereformeerde traditie dezelfde nadruk te vinden is op de economische triniteit als bij Van de Beek. Ik zou wel eens willen weten waarom de gereformeerde traditie in het werk bij Van de Beek naar de achtergrond is geraakt.
Als er een reden aan te wijzen zou zijn, is dat Van de Beek de gehele kerk wil aanspreken en zich niet wil beperken tot degenen die zichzelf nog tot de gereformeerde traditie rekenen. Ik hoop dat hij daarin, ook met dit boek, slaagt.
Matthijs Schuurman is predikant van de Hervormde Gemeente Oldebroek.
Bram van de Beek, Drie-eenheid. God zet alles in om ons te redden. Uitgeverij: Utrecht, KokBoekencentrum Uitgevers, 2026. 280 pp. € 22,99. ISBN 9789043545075
