Een oproep om God te loven
Preekschets bij Psalm 66 voor Dankdag
Liturgisch kader
De schriftlezing is geselecteerd met het oog op Dankdag. In Psalm 66 klinken ook paasklanken door: bevrijding van het volk door het water heen. Dat maakt dat ook in middag- of avonddienst in de weken na Pasen over deze tekst zou kunnen worden gepreekt. Je kunt ook nog denken aan een doopdienst: ‘bevrijding door het water heen’ gaat bij uitstek over het sterven en opstaan met Christus, waarvan de doop een zichtbaar teken en zegel is.
Uitleg
Als vele psalmen is ook Psalm 66 niet direct te dateren. Wel krijgen we tegen het einde van de psalm de idee dat de tempel nog volop in gebruik is. De spreker brengt een offer van grote omvang, buiten het bereik van een gewone burger (vs. 15). Zou deze figuur de koning van Juda kunnen zijn? De verwoesting van Jeruzalem, inclusief de tempel en de daaropvolgende ballingschap (586 v.C.), lijkt zich nog op afstand te bevinden.
Wellicht kunnen we de psalm toch iets preciezer dateren. Een aanwijzing voor datering vinden we mogelijk in de verzen 10-12; die lijken ervan uit te gaan dat net een grote nationale crisis is afgewend. Zou dit de crisis van de belegering door Sanherib rond 701 voor Christus kunnen zijn (2 Kon. 18-19)? In dat geval kan de ik-figuur in het laatste gedeelte van de psalm koning Hizkia zijn. Deze koning staat bekend om zijn intense gebeden. Daarbij kun je denken aan 2 Koningen 19: 14-19, een gebed in de context van de belegering door Sanherib, of aan het gebed van de zieke Hizkia (2 Kon. 20: 3).
Je kunt je voorstellen dat deze redding aanvoelt als een nieuwe uittocht. Dat brengt ons op een volgend punt. Wat namelijk opvalt aan Psalm 66, is dat deze gaandeweg steeds persoonlijker wordt. In vers 6-7 gaat het over wat God in het verleden gedaan heeft: de uittocht uit Egypte. In vers 10-12 gaat het over de diepe beproeving die ‘ons’ is overkomen en de daaropvolgende redding. Vers 13-20 gaan over redding die door een ik-figuur heel persoonlijk is ervaren. De Heere vernieuwt telkens weer zijn reddende daden in de geschiedenis van zijn volk en individuele gelovigen.
Dit alles doet denken aan vraag en antwoord 21 van zondag 7 van de Heidelbergse Catechismus. Niet alleen anderen hebben Gods reddende daden in Christus ervaren. Ook ik persoonlijk heb er deel aan gekregen. Dat alles is relevant in een tijd die constant vraagt naar wat ‘ik’ ergens aan heb, die ervan uitgaat dat iets pas waar is – zeggingskracht heeft – als het waar is voor mij persoonlijk. In het licht van Psalm 66 en de belijdenis mag inderdaad gevraagd worden naar mijn persoonlijke aandeel aan Gods reddende daden; ik heb niets aan een redding die op afstand blijft. Tegelijkertijd gaat het om persoonlijke toepassing van Gods bevrijding in Christus die verder gaat dan mij, die een heel gelovig volk omvat en hecht gefundeerd is niet in gevoel of beleving, maar in Gods reddende daden in Christus. Doop en avondmaal helpen om de balans te bewaren tussen wat God eenmaal gedaan heeft en mijn persoonlijk aandeel daarin, waarvan het zichtbare teken mij verzekert. Met deze gedachte in het achterhoofd, kan over deze tekst ook gepreekt worden in een dienst met (voorbereiding op) het avondmaal.
Vers 16 bepaalt ons bij de indringende vraag of we eigenlijk wel woorden hebben om aan anderen – komende generaties, buitenkerkelijken – te vertellen wat God in Christus ook voor ons persoonlijk gedaan heeft. Dat verhaal moeten buitenstaanders en nieuwe generaties horen: hecht gefundeerd in Gods reddende daden, maar persoonlijk doorleefd. Maar hebben wij daarvoor de nodige woorden in huis, of lijden wij aan de sprakeloosheid die bijvoorbeeld bisschop De Korte eerder bij gelovigen waarnam en graag overwonnen zag?

Aanwijzingen voor de prediking
Inleiding: kinderen kunnen helemaal een verhaal ingezogen worden. Het kan hun eigen verhaal worden. Denk aan het spannende boek dat ze lezen. Denk aan het toneelstukje dat leden van het recreatieteam op de camping uitvoeren. De kinderen gillen en waarschuwen de hoofdpersoon voor het gevaar dat dreigt. Wij lezen in de Bijbel het grote verhaal van Gods bevrijdende daden in Christus. Zijn wij al met huid en haar in dat verhaal ‘gezogen’, er zelf deel van geworden?
Vervolgens let ik met de gemeente onder het thema ‘Een oproep om God te loven’ op drie punten:
1. vanwege zijn daden aan zijn volk: Zie de uittocht uit Egypte en de jaren door de woestijn. Zie de belegering van Jeruzalem door Sanherib. Als de nood het hoogst is en de redding ver weg lijkt, grijpt God genadig in. Deze wonderen én de moeilijke wegen waarop de Heere leidt, zijn terug te vinden in deze psalm. Door het geloof wordt dit bevrijdend handelen opnieuw werkelijkheid. We kunnen de lijn trekken naar Christus’ bevrijdend werk, zichtbaar in de doop. Gods kerk wordt telkens weer bevrijd.
2. vanwege zijn daden aan een enkeling: De nood en bevrijding van Gods volk zijn die van de dichter. Laat het zo ook bij ons zijn: je ellende is sterk genoeg ervaren als het besef ervan je bij Christus brengt. Een gebed uit nood om redding is nodig: denk niet dat de redding vanzelfsprekend is. Vergeet daarbij niet, zeker op Dankdag niet, dat God je om Christus’ wil nog zoveel meer schenkt dan alleen redding uit zonde en dood. Hij schenkt ook de zegen op al je dagelijks werk. Breng, op Dankdag en zeker ook daarbuitenom, je dankbaarheid voor dat alles in de gemeente, ook in financiële zin. Als teken van een toegewijd leven. Vertel in de gemeente wie de Heere voor je is en wat Hij voor je deed. Vinden we woorden voor hoe God in Christus ons gered heeft?
3. gericht aan heel de wereld: Gods volk mag Gods daden dankend laten schitteren voor wie de Heere niet kent. Dan kan het oproepen de Heere te loven. Dit danklied is nodig: getuigenis van God dat Hij het leven voor verloren mensen wil. Wezenlijke vraag aan het adres van de hoorder: sta je aan de kant van de lofzingende gemeente of aan die van de wereld die de lofzang hoort? Is dat laatste het geval: nu kun je nog de lofzang horen en ermee instemmen.
Ideeën voor kinderen en jongeren
Je kunt je vertrekpunt nemen in de doop. Die gaat om Gods redding door Christus. Maar wat gaat dat mij aan? Neem zo mogelijk het doopboek van de kerk mee. Laat zien dat daar namen van kinderen uit de gemeente in staan geschreven. Roep je kinderen naar voren, laat dan even zien dat ook zij vermeld staan. De doop gaat dus ook hun aan. Want Gods reddende daden in Christus gaan hun aan. Je mag benadrukken, met het oog op Dankdag, dat die genadige God eenmaal en telkens weer naar mensen omziet, ook voor hun dagelijkse noden. Dat stemt dankbaar!
Egbert Terpstra (1980) dient sinds 2020 de hervormde gemeente te Bunschoten-Spakenburg.
Geraadpleegd
Jochem Douma (2014) Psalmen. Commentaar op Psalm 42-75, Brevier(243-250).
M.J. Paul, G. van den Brink & J.C. Bette (2010) Bijbelcommentaar Psalmen I (Studiebijbel Oude Testament deel 7) Centrum voor Bijbelonderzoek (517-523).